Hennis: “Start Defensiesamenwerking EU van onderaf”

Sinds begin deze maand is Nederland voor een half jaar voorzitter van de EU. Minister Jeanine Hennis-Plasschaert wil deze periode gebruiken om de Europese Defensiesamenwerking van een impuls te voorzien. Dat zei ze gisteren tijdens een ontmoeting met de pers in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg. “Ik zie mijzelf als aanjager.”

De minister in gesprek met journalisten in het Nationaal Militair Museum.

De minister in gesprek met journalisten in het Nationaal Militair Museum.

“De wereld is natuurlijk niet pas begonnen met draaien sinds Nederland voorzitter is. En dat zal ook niet stoppen zodra onze termijn erop zit.” Hennis wil maar zeggen dat de invloed van de EU-voorzitter beperkt is. De journalisten waren uitgenodigd om de plannen van de minister tijdens het voorzitterschap te vernemen.

Voorbeelden op Nederlandse bodem

Eerder op de dag bezochten ze het EATC in Eindhoven, een commando dat het militair luchttransport van een aantal Europese landen coördineert. En zagen ze in Soesterberg het JDEAL, een mobiel laboratorium om bommenmakers en bommenleggers te achterhalen. 2 voorbeelden van verregaande Europese samenwerking op Nederlandse bodem.

Vooral samenwerking tussen landen

De minister kreeg veel vragen over de manier waarop de samenwerking binnen Europa tot stand komt. Bij de meeste verbanden gaat het namelijk om samenwerking tussen Europese landen, niet zozeer om brede Europese samenwerking. Het was een terugkerend punt voor de meegereisde journalisten.

Helemaal niet erg, vindt de minister. De Europese Unie is met 28 landen nu eenmaal te groot om samenwerking van bovenaf op te leggen. "Er bestaat binnen Europa vaak de neiging te dromen over een soort grand-design, zoals een Europees leger. Terwijl dat gedoemd is te mislukken. EATC en JDEAL zijn prima voorbeelden van een aantal landen dat elkaar gevonden heeft. Andere landen kunnen zich daar dan weer bij aansluiten. Bottom-up werkt in dit geval vaak beter. Daarom zie je dit soort regionale initiatieven overal binnen de EU ontstaan. Daardoor kunnen landen elkaar aanvullen.”
Maar de minister vindt ook dat je met elkaar moet afspreken wat je ambitieniveau is in Europa. Waar willen we met z’n allen naar toe? Daarom is het belangrijk dat die bottom-up initiatieven gepaard gaan met top down sturing.

Stimuleren regionale initiatieven

De minister wil zich daarom ook het komende half jaar hard maken om dergelijke regionale initiatieven te stimuleren. “Nederland is daar bij uitstek geschikt voor. Als wij iets voorstellen, komt dat minder over als een dictaat dan als een van de grote landen dat doet. Daarnaast geven wij het goede voorbeeld door bijvoorbeeld onze luchtmobiele brigade onder Duits bevel te stellen bij de Division Schnelle Kräfte. Verdergaande samenwerking bestaat bijna niet.”

Mijlpijl voor de zomer

Belangrijke mijlpaal tijdens het voorzitterschap is de presentatie van de nieuwe EU-veiligheidsstrategie, die voor de zomer wordt verwacht. Daarin is ook voor de Defensieorganisaties een belangrijke rol weggelegd. ”Zodra die strategie er is, moeten we zorgen dat het niet alleen bij woorden blijft, maar dat die wordt omgezet in concrete doelen. Mijn rol zal zijn om dat proces aan te jagen.”