Karel Doorman naar ebola-landen

De Karel Doorman gaat in de strijd tegen ebola hulpgoederen naar West-Afrika brengen. Het marineschip vertrekt op 6 november. Dat schrijven de ministers Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie en Lilianne Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Karel Doorman in Den Helder

Archieffoto: Karel Doorman in Den Helder

Minister Hennis: “De vraag is nadrukkelijk om transport van hulpgoederen te regelen. De Karel Doorman is hiervoor bij uitstek geschikt.” Het grootste en nieuwste marineschip bezit faciliteiten als helikopterdecks, grote laadvloeren en logistieke middelen.

Beschermende kleding

In totaal vervoert de Karel Doorman meer dan 100 voertuigen en 50 containers met hulpgoederen. Die zijn afkomstig uit de EU-lidstaten en van internationale (hulp)organisaties. Ondermeer gaat het om beschermende kleding, mobiele klinieken en transportmiddelen. Er wordt vooraf goed gekeken welke goederen er nodig zijn. “Het gaat erom dat de juiste spullen naar de juiste plek gaan. Een goede afstemming is en blijft dus belangrijk”, aldus Ploumen.

De goederen worden in Liberia, Sierra Leone of Guinee ingeklaard en opgehaald. “De slachtoffers en hulpverleners in de getroffen landen hebben deze hulp heel hard nodig”, benadrukken de bewindsvrouwen. De reis naar de West-Afrikaanse kustwateren duurt ongeveer 2 weken.

Kosten

Los van de maritieme inzet maakte Nederland tot nu toe ruim 35 miljoen euro vrij voor het indammen van de ebola-epidemie. Zo ondersteunt het kabinet internationale hulporganisaties als de VN, het Rode Kruis en Artsen Zonder Grenzen. Ons land betaalt 5 miljoen euro mee aan de spullen die meegaan met de Karel Doorman. Dat is voor het eerst op deze schaal.

De kosten voor de operatie over zee komen voor rekening van de EU en voor de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het salaris van het betrokken marinepersoneel en onderhoud aan het schip zijn voor Defensie.