Toespraak minister bij dodenherdenking op Nationaal Ereveld Loenen

Het Nationaal Ereveld Loenen is voor velen een bijzondere plek. 

Ook voor mij. 

Als bestuurslid van de oorlogsgravenstichting ben ik hier vaak geweest. 

En ook nu, als minister van Defensie, kom ik hier graag. 

Tussen ruisende bomen en wuivend gras rusten duizenden slachtoffers van oorlogen en missies.  

Achter mij in de kapel wordt elke dag een pagina van een gedenkboek omgeslagen,  
waarin de namen staan van vele oorlogsslachtoffers zonder aanwijsbaar graf. 

En vorig jaar zijn wij begonnen met ‘De honderd van Loenen’: 

het identificeren van ruim 100 onbekende Nederlanders die hier zijn begraven. 

Onder hen zijn al 5 geïdentificeerd.  
Zij hebben eindelijk een gezicht en een naam gekregen. 

Het is mooi dat we ons daarvoor inspannen. 

En zo telkens weer iets leren over de mensen die zijn gestorven voor vrijheid,  

die zijn omgekomen door wreedheid.  

Dit is een plek van bezinning, herdenking, een laatste eerbetoon. 

Precies wat ik hoop dat we allemaal voelen, door heel Nederland, vanavond tussen acht uur en twee over acht. 

Die twee minuten zijn bijzonder.  

Ook voor veteranen, voor het thuisfront, en voor nabestaanden.  

Je voelt je verbonden, zonder iets te hoeven zeggen.  

Dat is uitzonderlijk in deze tijd. 

Na die twee minuten gaan de bussen weer rijden,  

stappen we op de fiets, praten met elkaar,  

zetten het geluid van onze telefoon weer aan.  

De wereld draait weer door. 

Maar voor de nabestaanden breekt er weer een ander soort stilte aan.  

En het is niet een prettige stilte. 

Het is de stilte waarin mensen niet durven te vragen naar je verlies.  

Daarom wil ik een oproep doen:  

laten we na vanavond, na twee over acht, die stilte doorbreken.  

Laten we omzien naar elkaar.  

En die oproep wil ik doen omdat ik geïnspireerd werd door Karin Giebel.  

Karin is de moeder van eerste luitenant Ernst Mollinger.  

Hij kwam op 17 maart 2015 om,  

bij een helikoptercrash tijdens de missie in Mali.  

Ook zijn frontseater, kapitein René Zeetsen, verloor het leven.  

René was 30, en Ernst was 26 jaar. 

Ik heb het gebied bezocht waar deze jonge mannen zijn omgekomen. 

En ik dacht aan hun familie en vooral aan hun ouders. 

Want je kind verliezen...  

…dat is het ergste wat je kan overkomen.  

Vaak betrap ik mezelf erop,  

dat ik niet alleen nadenk als minister van Defensie,  

wanneer het over het uitzenden van onze mannen en vrouwen gaat.  

Maar dat ik er ook als moeder naar kijk.  

Dan denk ik: ik stuur ze op pad, deze mannen en vrouwen...  

...en ze zijn net zo oud, of zelfs jonger dan mijn eigen dochters. 

Dus ik begrijp dat de moeder van Ernst het moeilijk vond,  

toen haar kind ervoor koos om militair vlieger te worden. 

Maar ook nu nog zegt zij daarover, en ik citeer:  

“Ik ben blij dat hij zijn eigen keuzes heeft mogen maken.”  

Dat raakt mij.  

Want de vrijheid om zelf te kunnen kiezen is zo belangrijk. 

En hoe mooi is het dan wanneer mensen die vrijheid gebruiken om ervoor te kiezen militair te worden... 

...en er dus voor kiezen om zich in te zetten voor een ander.  

Niet alleen voor jezelf te leven maar juist ook voor je medemensen.  

Met gevaar voor eigen leven strijden voor de vrijheid van anderen.  

Vrijheid die voor ons heel normaal is. 

Al bijna 75 jaar!  

Daarom is respect en waardering voor militairen en veteranen, hun thuisfront en nabestaanden, zo belangrijk.  

En moeten we stilstaan bij wie er vecht voor onze vrijheid en die van anderen. 

En nabestaanden van gesneuvelde militairen steunen.  

Niet het onderwerp vermijden, niet verlegen of terughoudend zijn.   

Maar juist een arm om hen heen slaan.  

Vragen stellen. En samen de herinnering aan hun geliefden levend houden.  

Dank u wel.