Nederlandse en Amerikaanse F-35’s trainen uitwisseling gevechtsgegevens

Meer en eerder informatie hebben dan de vijand. Dat is de grote kracht van het F-35 gevechtsvliegtuig, ook wel de vliegende laptop genoemd. Missies vinden vrijwel alleen nog plaats in internationaal verband. Informatie-uitwisseling tussen de F-35’s van  coalitiepartners is daarbij essentieel. Alleen dan worden de mogelijkheden van de F-35’s geavanceerde sensoren optimaal benut.

Vlieger voor openstaande cockpit van F-35.
©Senior Airman Alexander Cook

Dat was precies wat Nederlandse en Amerikaanse vliegers recent testten op Naval Air Weapons Station China Lake (Californië). Ze demonstreerden een nieuw niveau van interoperabiliteit, oftewel uitwisseling van gevechtsgegevens tussen F-35-gebruikers uit verschillende landen. Bij het concept van ‘gedeelde Coalition Mission Data (CMDx)’ hebben alle coalitiepartners de beschikking over dezelfde informatie. Zo heeft iedere F-35-partner van een multinationale strijdmacht, klein en groot, hetzelfde operationele beeld. Een commandant kan dan iedere beschikbare F-35 inzetten, ongeacht de variant of het land van afkomst.

Risico op verwarring

Binnen de F-35-vloot van een land wordt harmonieus samengewerkt dankzij robuuste datakoppelingen en gemeenschappelijke missiegegevens. Moet er echter worden samengewerkt met een buitenlandse partner dan bestaat het risico dat het operationele beeld niet langer voor iedereen hetzelfde is. Dat leidt tot verwarring en fouten. Met dit scenario in het achterhoofd besloot het Amerikaanse Combat Data Systems-team van de F-35 zoveel mogelijk oude (beleids)barrières te slechten.

Het resultaat daarvan werd getest door 2 Amerikaanse en 2 Nederlandse F-35's die alle 4 met dezelfde missiegegevens opereerden. In de nieuwe Vliegende Hollander (Artikel 5 van '8 dingen die je wil weten') vertellen de betrokken Nederlanders over het belang en het verloop van de test.