Can do-mentaliteit maakt krijgsmacht kwetsbaar

Defensie slaagt er slechts met moeite in eenheden uit te zenden die inzetgereed zijn. Daardoor wordt er een zwaar beroep gedaan op het improviserend vermogen van militairen. Dat is een van de conclusies van de Algemene Rekenkamer. Die onderzocht tussen december 2016 en november 2017 de inzet van de Nederlandse krijgsmacht voor de VN-missie in Mali.

militair voertuig op open vlakte in mali

Nederlandse militairen in Mali (september 2014).

De Long Range Recconaissance Patrol Task Group (LRRPTG) kampte in Mali met aanzienlijke problemen. Dat gebeurde zowel in de voorbereiding op als tijdens de missie. Slechts improvisatie maakte gebrek aan materieel en de gevolgen van de ad hoc-voorbereiding goed.

Resultaten intensivering zichtbaar

Minister Ank Bijleveld-Schouten zegt zich er terdege van bewust te zijn dat de jarenlange bezuinigen gevolgen hadden voor de staat van de krijgsmacht. "Deze regering slaat die bladzijde om", zegt ze in een reactie. "De intensivering van meer dan 1,5 miljard euro structureel per jaar, zoals in het regeerakkoord staat en in de Defensienota is uitgewerkt, verbetert de gereedheid en de inzetbaarheid. Dat is een onafgebroken proces, waarmee we nooit klaar zijn. De resultaten van deze maatregelen zijn op de werkvloer gelukkig steeds meer voelbaar."

oefenende militairen in voertuigen op heide

Militairen van de luchtmobiele brigade bereiden zich voor op uitzending naar Mali (februari 2017).

Improviserend vermogen

Commandanten van de LRRPTG werden gedwongen te kiezen tussen het behoud van materieel, effectiviteit van de missie en veiligheid. Het afwegen van risico’s is volgens de Algemene Rekenkamer inherent aan het militaire beroep. Maar uit het onderzoek blijkt dat al in de voorbereiding wordt gerekend op het improviserend vermogen van personeel ter plaatse. De ‘can do’-mentaliteit van de krijgsmacht wordt op deze wijze van een sterk wapen tot een kwetsbaarheid, aldus de Rekenkamer. Goed improviseren kan volgens haar alleen op basis van een goede voorbereiding.

Minister Bijleveld-Schouten

Archieffoto: Minister Ank Bijleveld-Schouten is zich ervan bewust dat de jarenlange bezuinigen gevolgen hadden voor de staat van de krijgsmacht.

Hele krijgsmacht

Een missie als in Mali heeft gevolgen voor de hele krijgsmacht. Van de noodzaak hiervoor mensen en middelen te leveren, hebben andere eenheden ook last in hun opwerktraject. Doordat ze vervolgens zelf weer spullen onttrekken aan andere eenheden, ontstaat een vicieuze cirkel van afnemende gereedheid stelt de Rekenkamer.

Volgens Bijleveld staat de veiligheid van de militairen voorop, ook tijdens de bijzondere en niet altijd optimale omstandigheden in het inzetgebied. Ze zegt dat goed improviseren een goede voorbereiding vergt. Bijleveld herkent zich niet in de ad hoc-werkwijze waarover de Rekenkamer het heeft. "Voorafgaand aan inzet wordt altijd een grondig planningsproces doorlopen. Als beperkingen op bijvoorbeeld materieel- of personeelsgebied niet vooraf kunnen worden verholpen, passen we de geplande inzet aan."

Risico’s huidige missiedruk

In 2017 voerde de krijgsmacht 18 militaire missies uit in 17 landen. De hoeveelheid missies waarbij de krijgsmacht is betrokken vormt een reëel risico om de basisgereedheid in 2021 hersteld te hebben, concludeert de Algemene Rekenkamer.