Pijpleidingorganisatie stapt over op elektromotoren

De Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) heeft de dieselmotoren voor de aandrijving  van  de pompen in Pernis en Klaphek vervangen door elektromotoren. Het verdwijnen van de diesels vermindert de uitstoot van CO2 en andere emissies. Daarnaast kan DPO nu veel flexibeler werken, mede dankzij de centralisering van de besturing van de elektromotoren op 1 plek.

De wet stelt tegenwoordig strengere eisen aan de uitstoot van dieselmotoren. Die van de DPO waren al zo’n 30 jaar oud en voldeden niet meer aan de hedendaagse eisen. Op het depot Pernis zijn daarom 3 dieselmotoren vervangen door 3 elektrische exemplaren. Op het depot Klaphek in Lopikerkapel zijn 6 diesels vervangen door 2 elektromotoren met de optie er in de nabije toekomst een 3e bij te plaatsen. Daar zijn de nieuwe motoren ook gelijk ondergebracht in een nieuw gebouw. Ook dat werd vandaag feestelijk geopend.

DPO-directeur Marcel van Agten: “Hiermee is DPO een stukje duurzamer en kunnen we weer jaren vooruit.”

Transport vliegtuigbrandstoffen

De DPO (onderdeel van de Defensie Materieel Organisatie) verzorgt en bewaakt het transport van vliegtuigbrandstoffen naar militaire en civiele vliegvelden binnen en buiten Nederland. Hiervoor heeft de organisatie een eigen pijpleidingnetwerk dat ook aansluit op het Central European Pipeline System. Het proces wordt grotendeels bestuurd vanuit de centrale controlekamer op het depot Pernis in Poortugaal.

Technische hart

In dit ‘technische hart’ zijn bijna alle handelingen met 1 druk op de knop uit te voeren. Van het starten van motoren en pompen tot het op afstand openen en sluiten van afsluiters. Ook monitort DPO van hier uit het leidingnetwerk. Naast de centrale controlekamer in Poortugaal zijn er depots in Klaphek, Markelo en Deinum.