Weblog van de minister

Vrijheid geeft kleur

Van mei 1939 tot en met april 1945 telt het concentratiekamp Ravensbrück meer dan 150.000 gevangenen. Voornamelijk vrouwen. Vrouwen van alle kleuren, van alle standen, van alle nationaliteiten. Dappere vrouwen. Waaronder Selma van de Perre. Zij overleefde de hel van toen. Vandaag ontmoette ik haar bij de herdenking op het Museumplein in Amsterdam.

Herdenking Ravensbrück

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert spreekt op de herdenking Ravensbrück

Beeld: Paul Tolenaar

“Zaagsel en water met gras”. Zo benoemt Selma het minimale en smaakloze rantsoen dat zij als gevangene dagelijks kreeg toebedeeld in het overbevolkte Ravensbrück. Onvoorstelbaar smerig was het er ook. Besmettelijke ziekten als tyfus en tuberculose grepen om zich heen, de extreme kou in de winter van 1944/1945 eiste veel slachtoffers en steeds meer gevangenen werden steeds vaker op vreselijke wijze om het leven gebracht. Ook de dwangarbeid was onmenselijk. Twaalf uur per dag. Constant die immense druk om het quotum te halen. Het zorgt ervoor dat veel vrouwen al snel volledig op zijn van de zenuwen. Het was één van de verschrikkelijke dingen, de gekte die zich van sommige vrouwen meester maakte.

Grijs en grauw

Het kamp kenmerkt zich door een gebrek aan kleur. Bij veel vrouwen die de verschrikkingen overleefden, staat dit op het netvlies gebrand. Net zoals de gruwelijkheden die er hebben plaatsgevonden. En toch. Toch bleven zij hopen en volhouden. Bleven zij zich verzetten tegen de ontmenselijking. Door om te zien naar elkaar. Het levert bijzondere verhalen op. Over hoe er taart werd gemaakt voor een doodzieke jarige. Taart van koude aardappelen met brood. Over zelfverzonnen liedjes die van mond tot mond werden doorgeven. Bij al deze bijzondere verhalen over hoop en warmte, in die ongekend kille omgeving, denk ik ook even terug aan mijn overgrootmoeder. Zou er ook naar haar zijn omgezien toen zij niet meer kon? Begin september 1944 moet zij in Ravensbrück zijn gearriveerd, na een korte stop in kamp Vught.

Vrijheid geeft kleur

Eind april 1945 eindigde de gitzwarte periode die Ravensbrück heette. Witgeschilderde bussen van het Rode Kruis vervoerden de overlevenden naar Zweden. “In Zweden aangekomen mochten we kleren uitkiezen. Ik koos voor een vuurrode mantel en een helgroene jurk. Zoveel mogelijk kleur om al het grijze van het kamp te verdrijven”, zo vertelt Selma van de Perre. Haar woorden raken mij. Met de herwonnen vrijheid keerde ook de kleur in haar leven weer terug. En zo vele jaren later, vinden we het allemaal zo gewoon: Vrij om te zijn. Vrij om te doen. Vrij om kleur te bekennen.

Een behoorlijk bestaan

In haar laatste brief vanuit kamp Vught, vlak voor het gedwongen vertrek naar Ravensbrück, lijkt het alsof mijn overgrootmoeder haar einde voelde naderen. “Het kan voor ons in deze tijd soms gauw gedaan zijn”, zo schrijft ze. "Nee, kinderen, ik zie niet op hetgeen ik niet had moeten doen. Ik denk alleen maar aan wat ik voor jullie ben geweest en heb gedaan. Ik hoop dat er nog eens een betere tijd aanbreekt. Dat jullie niet in die grote zorgen zitten zoals nu. En ook een behoorlijk en kleurrijk bestaan hebben. Dat is mijn laatste wens voor jullie allemaal, van je liefhebbende moeder”. Op 30 december 1944 is zij in Ravensbrück overleden.

Onze vrijheid is het meer dan waard om verder in te kleuren, dichtbij huis maar ook ver weg. Zodat we allemaal kunnen genieten van een ‘behoorlijk bestaan’.

 

Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
April 2017