Weblog van de Commandant der Strijdkrachten

De eerste vrouw die...

“Wilt u komende week niet iets zeggen over Internationale Vrouwendag?”, vroeg iemand in mijn staf onlangs. Ik zei toen grappend: “Is het weer zover?” en ik liep de volgende vergadering weer in. Maar ’s avonds thuis op de bank moest ik opeens weer aan de opmerking van die collega denken, en zei tegen mijn vrouw Maaike dat ik eigenlijk niet zo veel heb met al die ‘bijzondere dagen’. Er zijn inmiddels zoveel ‘dagen van...’ en dan dringt de vraag zich op waarom en wat we daar dan mee doen.

Militairen samen met Commandant der Strijdkrachten aan een langwerpige tafel.

Kerstbezoek Zuid-Soedan in 2018.

Maaike begreep mij heel goed; ze dacht er hetzelfde over. Maar daarna volgde wel een heel mooi gesprek over vrouwen in de Nederlandse krijgsmacht. Ze vroeg mij bijvoorbeeld naar het aantal vrouwen dat bij ons werkt (helaas nog steeds minder dan 10%); naar het aantal vrouwelijke generaals (slechts 2); en naar het aantal vrouwelijke VN-militairen (nog geen 4%).

“Doen ze het dan zo slecht?”

“Doen ze het dan zo slecht?” vroeg mijn vrouw schertsend. “Nee, natuurlijk niet”, verzuchtte ik. En toen vertelde ik haar over een aantal vrouwen die ik de afgelopen jaren heb mogen ontmoeten tijdens werkbezoeken of elders.

Zoals in Zuid-Soedan, waar ik net voor de kerst op bezoek was. Daar ontmoette ik Dorthy, een kapitein die mede verantwoordelijk was voor al het luchttransport van de VN in het Afrikaanse land. Lange dagen, onder soms moeilijke omstandigheden, met vaak veel tegenslag door bijvoorbeeld technische problemen met de kisten en veranderende planningen. Toch kreeg Dorthy voor elkaar dat aan het eind van de dag alle vluchtopdrachten waren uitgevoerd. Vóór mij stond een professionele collega die een fantastische bijdrage levert aan de missie.

En met haar zijn er vele vrouwen die opvallen door hun betrokkenheid en professionele inzet.

Harde werkers

Ik denk aan toenmalig majoor Roxanne Vergaij die een gezin runt met 5 kinderen (allemaal jongens!) en tegelijk ook maar even de Hogere Defensievorming heeft gevolgd - een veeleisende opleiding van een jaar.

Ik denk aan kapitein Linda Rullens die vertelde dat ze vrijwillig 14 maanden (!) op uitzending is geweest in Zuid-Soedan, waar ze in een groot vluchtelingenkamp werkte. Daar zorgde zij onder meer voor handhaving van de orde, maar assisteerde ze ook bij voedseluitgiftes en leidde mensen op tot buurtwacht.

Ik denk aan sergeant der 1e klasse Anke Tesink die zich keihard heeft ingezet tijdens haar 5 maanden durende uitzending in Mali, terwijl ze haar man en toen dochter van 10 en zoon van 6 ontzettend moest missen.

Of aan luitenant ter zee der 2e klasse Lisa Smith, die na de orkaan Irma op Sint Maarten bijhield wie en wat er binnenkwam, en ervoor zorgde dat alle spullen goed terechtkwamen. Lisa die aanvankelijk dacht voor 2 weken weg te gaan, maar uiteindelijk 2 maanden bleef omdat haar inzet daar nodig was. “Dan klaag je niet, je doet het gewoon”, zei ze daar zelf over.

Waarom noem ik deze vrouwen?

Ze zijn niet beter of slechter dan hun mannelijke collega’s, ze krijgen niet extra lof alleen omdat ze vrouw zijn. Maar ze zijn binnen Defensie wel in de minderheid. En er zijn nog veel momenten dat we “de 1e vrouw die…” zeggen.

Ik herinner me de 1e vrouw die bataljonscommandant werd en later de eerste vrouwelijke generaal. De 1e vrouw die vlieger werd bij de luchtmacht en werd uitgezonden. En recent nog de 1e vrouw die toegelaten werd tot de opleiding van het Korps Mariniers.

Zij waren de eersten die de stap hebben gezet en daarmee andere vrouwen - en mannen - hebben geïnspireerd. Nu is het gelukkig heel normaal dat bij alle Defensieonderdelen vrouwen werken. Maar dat zouden er veel meer moeten zijn, want we hebben ze keihard nodig; vrouwen maken onze krijgsmacht veelzijdiger en breder inzetbaar. Als we goed kijken zien we dat allemaal. Ik zie het ook tijdens mijn werkbezoeken.

Het verschil

Op al deze vrouwen ben ik ongelooflijk trots. En dat geldt ook voor alle andere vrouwelijke collega’s. Burgers en militairen. Vandaag, op Internationale Vrouwendag, wil ik daar toch iets over zeggen. Om zo aandacht te geven aan de prestaties van onze vrouwelijke collega’s. En om daarmee te zorgen dat hopelijk meer vrouwen voor een baan bij Defensie kiezen. Laten we daar in het belang van iedereen werk van maken. Want samen - mannen én vrouwen - maken we het verschil.

Luitenant-admiraal Rob Bauer
Commandant der Strijdkrachten