Weblog van de Commandant der Strijdkrachten

Taart!

Successen moeten we vieren. Groot en klein. Daarom heb ik deze week taart bezorgd bij het 300 Cougar-Squadron. Ik ging aanvankelijk naar Gilze-Rijen voor een werkbezoek aan een internationale oefening en voor een meet&greet met 298 Squadron. Maar toen ik hoorde dat onze mensen van 300 weer meer vlieguren maken, omdat er meer heli’s beschikbaar zijn, wilde ik ze graag verrassen…

Want meer vlieguren betekent dat we – na jaren van kommer en kwel – meer kunnen oefenen en trainen. Het laat dus ook zien dat het extra geld voor het herstel en de focus op het vergroten van de inzetgereedheid vruchten afwerpt. Natuurlijk zijn we er nog niet, maar ik ben wel blij met deze stap voorwaarts.

"Een beetje onderlinge competitie op deze manier kan geen kwaad."

De taarten werden overigens wel gewaardeerd geloof ik. Ook 298 wilde graag taart, maar dan moeten ze ook met goede resultaten komen en dat laten zien en vertellen. Een beetje onderlinge competitie op deze manier kan geen kwaad. Sterker nog, dat is alleen maar goed als we een sterkere krijgsmacht willen worden. Laat maar horen!

In dat kader vroeg ik ook aan de mensen van 298 waar zij momenteel tegenaan lopen en wat hen bezig houdt. Enkele collega’s lieten toen meteen weten dat de schappen wel weer gevuld zijn, maar ze nu nog wel eens moeten wachten op reservedelen. Die moeten uit een centraal magazijn komen in Woensdrecht. Vervelend om dan te moeten wachten op een bestelling. Je wil als monteur natuurlijk gewoon gelijk de onderdelen die je nodig hebt uit je eigen magazijn kunnen pakken zodat er zo snel mogelijk weer met de helikopter gevlogen kan worden. Dat snap ik heel goed.

"Extra werk waardoor er minder tijd is om te sleutelen. Dat frustreert..."

Ik probeerde aan de – veelal jonge collega’s – dan ook uit te leggen hoe dit zo gekomen is. Dat we door alle jaren van bezuinigen destijds wel tot zo’n efficiencymaatregel moesten komen. Maar dat het nu ook tijd is om te kijken hoe we zaken beter kunnen regelen. Daarbij dienen we ons te realiseren dat decentraliseren ook geld kost, wat we vervolgens bijvoorbeeld niet aan materieel kunnen uitgeven. Het is dus belangrijk om te kijken waar we de prioriteiten leggen en welke oplossingen er zijn om deze processen zo slim mogelijk in te richten zonder dat we veel tijd verliezen. Nieuwe technologieën bieden immers ook nieuwe mogelijkheden.

Ook hoorde ik van onze monteurs dat zij veel tijd kwijt zijn aan het opleiden van nieuwe collega’s. Mede omdat de eisen voor monteurs zo hoog zijn, het personeelstekort groot is en nieuwe mensen nog niet alle benodigde certificaten hebben om de helikopters vrij te geven. Extra werk waardoor er minder tijd is om te sleutelen. Dat frustreert en dat begrijp ik. En ik zou het voor onze mensen graag ook anders zien…

Wat ik echter ook probeerde uit te leggen is dat het nu kiezen is tussen resultaat op korte termijn of een diepte-investering. Ik geloof dat we voor het laatste moeten gaan. Mensen zouden meer resultaat kunnen boeken als ze naast hun werk geen nieuw personeel zouden moeten opleiden, maar als we nu investeren in opleidingen en de begeleiding van nieuwe collega’s zijn we op den duur beter uit. We hebben immers veel nieuwe technische collega’s nodig die bij ons het belangrijke werk kunnen doen en ook willen blijven!

"Toch heeft zijn commandant het mogelijk gemaakt (...). Dat is nou het maatwerk wat nodig is..."

Gelukkig konden de collega’s ook positieve punten noemen. Zo waren ze blij dat de luchtmacht er de komende jaren Chinooks bij krijgt. Ook werd door velen de grotere beschikbaarheid van reservedelen genoemd. Hierdoor kunnen monteurs weer zorgen dat helikopters maximaal beschikbaar zijn om mee te vliegen, en kunnen daarom ook bemanningen – samen met andere eenheden – weer met de heli’s trainen en oefenen. Dat was de afgelopen jaren echt wel een enorm probleem.

Ook werd nog gesproken over perspectief voor personeel. Zo waren er 2 korporaals die na 11 jaar eindelijk toch nog konden doorgroeien tot sergeant. Op de valreep weliswaar, want hun contract was bijna voorbij. Ook was een nieuwe jonge collega erg enthousiast. Hij wilde heel graag monteur zijn bij Defensie, maar eigenlijk zichzelf ook nog doorontwikkelen en daarvoor een HBO-studie afronden.

Best een uitdaging bij een operationeel bedrijf waar we eigenlijk een tekort hebben aan goed personeel. Toch heeft zijn commandant het mogelijk gemaakt dat hij nu 4 dagen in de week sleutelt en 1 dag in de week tijd heeft voor zijn studie.

Dat is nou het maatwerk wat nodig is en waar we meer van moeten gaan zien! Dat betekent ook luisteren naar onze mensen en kijken wat we kunnen doen om zo de kennis en ervaring ook binnen te houden door mensen perspectief te bieden.

"... als we nu investeren (...) zijn we op den duur beter uit."

Dat is het goede en mooie van met elkaar in gesprek te zijn. Samen zoeken naar oplossingen om de noodzakelijke veranderingen door te voeren. Om zo de organisatie in beweging te krijgen. Daarom moeten we onze ervaringen en geleerde lessen ook vooral met elkaar gaan delen. Alleen zo kunnen we onze mensen en onszelf overtuigen dat het anders moet, en dat het ook anders kan.

Doorpakken dus! Voor onze krijgsmacht, maar bovenal voor Nederland.

Luitenant-admiraal Rob Bauer
Commandant der Strijdkrachten