75 jaar vrouwen in de krijgsmacht (video)

Met de oprichting van het Vrouwenkorps Koninklijke Nederlands-Indisch Leger  op 5 maart 1944 gingen de eerste vrouwen aan de slag bij de krijgsmacht. Driekwart eeuw later vechten, varen en vliegen ze bij Defensie.

Leden van het Vrouwenkorps KNIL

Leden van het Vrouwenkorps KNIL in 1945.

Dat ging niet zonder slag of stoot. In eerste instantie waren de functies voor vrouwen beperkt. Sowieso waren ze niet volledig geïntegreerd maar ondergebracht in verschillende afdelingen.

Marva, Milva, Luva

In april 1944 ontstond het Vrouwen Hulp Korps van de Landmacht, enkele maanden later gevolgd door de Marine Vrouwen Afdeling (Marva). Het eerste ging in 1951 over in de Militaire Vrouwen Afdeling (Milva). In datzelfde jaar was ook de Luchtmacht Vrouwenafdeling (Luva) een feit.

Video: 75 jaar vrouwen in de krijgsmacht

75 jaar vrouwen bij Defensie

75 jaar vrouwen bij de krijgsmacht.

In 1944, nu 75 jaar geleden, gaan de eerste vrouwen aan de slag bij de Nederlandse krijgsmacht.
Nederland krijgt dat jaar 3 vrouwenkorpsen:
- het Vrouwenkorps van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger;
- het Vrouwen Hulpkorps van de Landmacht;
- en de Marine Vrouwenafdeling, de Marva.

Deze pioniers, avonturiers en wegbereiders werken als verpleegkundige, typiste of boekhoudster.
Ze mogen nog geen gevechtsfuncties vervullen.
In 1951 wordt de MILVA opgericht, de militaire vrouwenafdeling van de Landmacht.
Een jaar later krijgt de dan al bestaande Marva de status van beroepskorps.
In 1953 bepalen de Verenigde Naties dat vrouwen volledig inzetbaar moeten zijn binnen de krijgsmacht. Pas 25 jaar later worden vrouwen toegelaten tot de opleiding tot officier of onderofficier. En nog eens 3 jaar later, in 1981, heft de Nederlandse krijgsmacht de aparte vrouwenafdelingen op en is de integratie van vrouwen binnen krijgsmacht een feit.

Nederland krijgt een actief beleid om vrouwen breder voor de krijgsmacht te werven.
Vrouwen gaan nu ook operationele en technische functies vervullen.
Ze gaan vechten, varen en vliegen voor de krijgsmacht.
En worden uitgezonden naar missies in Bosnië, Irak en Afghanistan.
Eén voor één bereiken deze vrouwen functies die nog nooit eerder door een vrouw zijn vervuld.

In 1991 krijgt Nederland de eerste vrouwelijke F-16 vlieger. Ook komen er vrouwelijke commandanten op schepen, vrouwelijke generaals en kunnen vrouwen intreden bij de infanterie en het Korps Mariniers.

Inmiddels geldt ook de dienstplicht voor vrouwen, al is de opkomstplicht op dit moment opgeschort.

Na 75 jaar staat het buiten kijf dat de bijdrage van vrouwen de kwaliteit van de inzet van de krijgsmacht in binnen- en buitenland verhoogt. En daarom is niet alleen het werven, maar ook het behouden van vrouwen belangrijk.
Onze veiligheid is niet meer zo vanzelfsprekend als voorheen. Nederland heeft zowel mannen als vrouwen hard nodig om te kunnen blijven beschermen wat ons dierbaar is.

Volwaardiger

Pas vanaf 1978 werd de positie van vrouwen volwaardiger. Ze mochten studeren aan opleidingsinstituten voor officieren en onderofficieren. Vanuit de Milva gingen vrouwen geleidelijk over naar wapens en dienstvakken van de landmacht. Als laatste militaire vrouwenkorps hief Defensie de Milva 1 januari 1982 op.

Alle functies

Sinds de jaren '90 komen vrouwen in aanmerking voor alle functies binnen de krijgsmacht. Ze worden bataljonscommandant, commandant op een schip of vlieger. Ook treden ze toe tot de infanterie en het Korps Mariniers. Vrouwen schoppen het zelfs tot generaal. Vanaf dit voorjaar versterken vrouwen de Onderzeedienst, de enige eenheid waar nog alleen mannen dienden. Het gaat om een proef. Als de taken onder water met een gemengde bemanning positief uitpakken, laat Defensie ook hier vrouwen definitief toe.  

Vrouwen verhogen kwaliteit

Het staat buiten kijf dat vrouwen de kwaliteit van de krijgsmacht verhogen. Het percentage vrouwelijke militairen schommelt rond de 10%. Defensie zou dat graag hoger zien en werft actief vrouwen.