periode 1978-1990

Vanaf 1978 kregen vrouwen bij de krijgsmacht een meer volwaardige positie. Dat was het gevolg van het Verdrag van New York over de politieke rechten van de vrouw. Nederland voerde het verdrag als wet in. Najaar 1972 begonnen de besprekingen over de toepassing ervan binnen de krijgsmacht. De wet bepaalt dat vrouwen zonder onderscheid en op gelijke voet als mannen bij de overheid mogen werken.

Studeren

Voor Defensie werd dit vertaald in 'hef de vrouwenkorpsen op en integreer de vrouw in de krijgsmacht'. Vrouwen mochten vanaf 1978 studeren aan opleidingsinstituten voor officieren en onderofficieren. Defensie maakte een begin met de geleidelijke afslanking van de Milva door de vrouwen vanuit het korps over te laten gaan naar de diverse wapens en dienstvakken van de landmacht. Als laatste militaire vrouwenkorps werd de Milva op 1 januari 1982 opgeheven. De integratie van vrouwen binnen krijgsmacht was een feit.

Op uitzending

Ook binnen vredesmissies vervulden vrouwen een steeds gelijkwaardigere rol. Zo ging de 1e vrouwelijke officier in maart 1979 op uitzending naar Libanon, in de jaren daarna gevolgd door nog enkele vrouwen. Het NL-detachement Multinational Force & Observers in de Sinaï nam in 1982 vrouwen op.

De Koninklijke Marechaussee installeerde voor het eerst een vrouw op 16 maart 1979.