Venlo

Operationeel:
1 juli 1915 - 20 september 1945
Aantal banen:
3

De Venlose bevolking maakte in juni 1911 voor het eerst kennis met de luchtvaart. Toen was het militaire schiet- en oefenterrein etappeplaats van de grote Europese Rondvlucht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd dit terrein militair vliegveld. Na 1918 gebruikte Defensie het sporadisch voor rondvluchten en legermanoeuvres. In mei 1940 speelde het geen rol in de gevechtshandelingen.

Toch had de Luftwaffe grote plannen met het terrein. Dit kwam door de strategische ligging ten opzichte van het Roergebied en de gunstige ondergrond. In september 1940 breidden de Duisters het vliegveldje uit tot een volwaardige basis. Het veld strekte zich na voltooiing zowel over Nederlands als Duits grondgebied uit.

Zoeklichten

De nieuwe Fliegerhorst Venlo speelde tijdens de oorlog een belangrijke rol bij de Nachtjagd. Op 18 maart 1941 arriveerde de I./NJG 1. Dit was de eerste eenheid die zich bezighield met de nachtjacht. Al snel behaalde deze Gruppe onder leiding van Hauptmann W. Streib een aantal overwinningen. Dit kwam door de inzet van zoeklichten.

In de nacht van 28 op 29 maart 1941 schoten de Duitsers een Whitley en een Manchester neer. In de nacht van 10 op 11 april volgden 5 Hampdens. Door de Helle Nachtjagd-tactiek haalden de I./NJG 1 in 1941 zo’n 100 bommenwerpers neer.

Vanaf november 1941 plaatsten de Duitsers zoeklichtensectoren bij Venlo. Iedere sector kreeg een radarstelling. Deze maakte onderscheppingen zonder zoeklichten mogelijk. Dit heette de Dunkle Nachtjagd.

Nachtjager

Toch duurde het nog tot maart 1943 voordat de Duitsers de Nachtjagd goed organiseerden. Dat was vooral te danken aan General der Nachtjagd J. Kammhuber. Hij stationeerde diverse ervaren nachtjachtbemanningen in Nederland tijdens de reeks aanvallen tegen het Ruhr-gebied. Ook zorgde hij voor de snelle introductie van een nieuwe nachtjager. Dit was de tweemotorige Heinkel He 219. De Luftwaffe hoopte hiermee zware klappen te kunnen toebrengen aan Bomber Command. De geallieerde inzet van onder meer de Havilland Mosquito’s verhinderde dat.

Uiteindelijk bleef de I./NJG 1 tot ver in 1944 op Venlo. De eenheid schoot in deze periode ruim 500 geallieerde bommenwerpers neer. Tussendoor maakten ook andere Nachtjagd-eenheden gebruik van deze Fliegerhorst. Zo werd de I./NJG 2 in de zomer van 1943 weer ‘aufgefrischt’ op Venlo. Ook de III./NJG 2 Gruppe was enige tijd op het vliegveld actief.

Naast nachtjagers vonden ook eenheden met eenmotorige jachtvliegtuigen, verkenners en toestellen voor koeriers- en postvluchten onderdak op Venlo. Zo maakte de II./JG 1 in de zomer van 1942 enige tijd gebruik van het vliegveld.

Luchtgevechten

Vanaf januari 1944 speelde het vliegveld ook een rol in de Reichsverteidigung. Toen plaatsten de Duitsers de IV./JG 3 op de basis. Dit was niet echt succesvol. Zo verloor de Gruppe op 20 februari tijdens een confrontatie met Amerikaanse jachtvliegtuigen maar liefst 8 Bf 109’s. Een dag later sneuvelde de Gruppenkommandeur tijdens een luchtgevecht met Spitfires bij Luik.

Zeer bijzonder was de stationering van de 2./JG 400 in de zomer van 1944. Deze eenheid was uitgerust met de Me 163. Dit was een klein, staartloos jachtvliegtuig. Een raketmotor zorgde voor een snelheid van bijna 1.000 kilometer per uur. Het toestel startte op een afwerpbaar landingsgestel en landde op een ski.

De Duitsers zetten de raketjagers niet veel in vanaf Venlo. Daags na Dolle Dinsdag vertrokken zij over de weg richting Duitsland.

Vliegende Bommen

Verder plaatsten de Duitsers tussen juli en september 1944 ook de III./KG 3 op Venlo. De He 111-bommenwerpers van deze Gruppe vlogen met V-1’s onder de romp richting Engeland. Zij lanceerden de bommen boven de Noordzee richting Londen en andere Britse steden. Vermoedelijk zijn op deze manier enkele honderden Vliegende Bommen gelanceerd. Dit verliep niet zonder verliezen. De Gruppe verloor in de Venlose periode 13 He 111’s.

De geallieerde luchtstrijdkrachten lieten een belangrijke basis als Venlo niet links liggen. Na diverse kleinere stooraanvallen kreeg het vliegveld op 25 februari 1944 een eerste zware bombardement te verduren. Dit was in het kader van ‘Big Week’. Ruim 80 Marauders van de 9th USAAF vielen de basis aan.

Op 15 augustus en 3 september 1944 lag het vliegveld opnieuw onder vuur. Nu door 99 B-17’s, 114 Halifaxes, Lancasters en Mosquito’s. Het laatste bombardement stelde het vliegveld bijna helemaal buiten gebruik.

De United States Army Air Force (USAAF) nam het vliegveld na de bevrijding over. Dit was op 1 maart 1945. Begin maart was het vliegveld alweer hersteld.

Oversteek over de Rijn

Op 9 en 10 maart arriveerden verschillende vliegtuigen op het Limburgse vliegveld. Dit waren de North American F-6 Mustangs en Lockheed F-5 Lightnings van de 363rd Tactical Reconnaissance Group. Maar ook Republic P-47 Thunderbolts van de 373rd Fighter Group. De op Venlo gestationeerde squadrons waren nauw betrokken bij de operaties Plunder en Varsity. Dit was voor de geallieerde oversteek over de Rijn.

De Amerikanen voerden een groot aantal succesvolle missies uit. Hierbij namen zij duizenden foto’s. Ook vernietigden zij Duitse vliegtuigen, treinen en voertuigen. Rond april vertrokken de eenheden. Daarna werd Venlo de basis van de B-26 Marauders van de 397th en 394th Bomb Groups. De geallieerden zetten deze eenheden niet meer in voor bombardementen.

Op 20 september 1945 kwam een einde aan de aanwezigheid van de USAAF op Venlo. Toen vertrokken de laatste Amerikaanse bommenwerpers. Sinds 1946 leeft de vliegerij er voort in de Venlose Zweefvlieg Club.