Schiphol

Operationeel:
1 juli 1916 - 17 september 1944
Aantal banen:
4

Vanaf 1936 opereerde de Jacht Vliegtuig Afdeeling (JAVA) van de burgerluchthaven op Schiphol. Het vliegveld werd in 1916 als militair luchtvaartterrein in gebruik genomen. Defensie stationeerde er de Bombardeer Vliegtuig Afdeeling (BOMVA). Op 10 mei 1940 kreeg Schiphol een hevig bombardement van de Luftwaffe te verduren. Toch mislukte de Duitse opzet om de Nederlandse militaire vliegtuigen op het vliegveld bij verrassing te vernietigen. Zij kregen op tijd een alarm.

Na de Nederlandse overgave startten de Duitsers bijna meteen met het herstel en de uitbreiding van Schiphol. De Luftwaffe wilde het terrein veranderen in een Fliegerhorst. Grote aantallen militaire vliegtuigen moesten het vliegveld gaan gebruiken. Om die reden breidde de Duisters ook de bestaande infrastructuur uit. Schiphol groeide zelfs uit tot een Leithorst. Het commandocentrum voor alle vliegvelden in de noordelijke helft van ons land.

Onderdak voor vliegtuigen

Tijdens de oorlog bood het zwaar verdedigde vliegveld onderdak aan een veel verschillende vliegtuigen. Al in mei 1940 arriveerden bijvoorbeeld de Ju 88’s van de III./KG 4. Deze toestellen hadden enkele weken eerder hun nieuwe basis nog gebombardeerd. De eenheid deed van hieruit mee aan de Slag om Engeland. Aan het eind van de zomer van 1940 kreeg ze een andere naam; de III./KG 30.

Begin 1941 vertrok de Gruppe naar een andere plek. Vanaf eind juni 1940 streken ook de eerste Bf 109-jachtvliegtuigen op Schiphol neer. Zij behoorden tot de I./JG 54. De volgende jaren was het een komen en gaan van eenheden.

Een verkenningseenheid die lang op Schiphol verbleef was de 3./(F) 122. Deze eenheid gebruikte de voormalige luchthaven van november 1940 tot februari 1944. Zij ondernam verkenningsvluchten naar Groot-Brittannië.

Konvooibestrijding

Voor de konvooibestrijding en aanvallen op Groot-Brittannië verbleef onder meer de KGr. 606 op het vliegveld. Dit was in de zomer en de herfst van 1941. Dezelfde taken voerde de KFl.Gr. 106 uit. Deze eenheid was tussen maart 1941 en augustus 1942 veel op Schiphol te vinden. Verder verbleef tussen begin april en eind mei 1941 bijna het hele KG 77 op het vliegveld. Verder was de Fliegerhorst ook basis voor de Do 217’s van de III./KG 2. Dit was van begin januari 1942 tot midden juli 1942.

Rond 1942 groeide het belang van Schiphol als basis voor Duitse jachtvliegtuigen. Dat was niet alleen door de sterk toegenomen activiteiten van de RAF. Ook de steeds krachtigere aanvallen van de Amerikaanse 8th Air Force op doelen in Duitsland speelden een rol. Schiphol vormde een uitstekende plaats van waaruit Jagdgeschwader deze bommenwerpers konden onderscheppen. Vanaf juli 1942 zaten daarom de Fw 190’s van de 5./JG 1 tot begin 1943, op het vliegveld.

Mitchell- en Boston-bommenwerpers

Het aantal geallieerde luchtaanvallen steeg fors. Zo lag de basis op 25 en 27 juli 1943 onder vuur door bombardementen van Mitchell- en Boston-bommenwerpers van de RAF. Op 3 oktober voerden Marauders van de 9th USAAF een zware aanval uit. Precies een maand later volgde een tweede aanval. De nekslag volgde op 13 december 1943. Toen schakelden ruim 200 van deze Amerikaanse bommenwerpers Schiphol uit. De Luftwaffe maakte daarna nauwelijks gebruik van het vliegveld. Het veranderde in een puinhoop toen de Duitsers op 17 september 1944 overal explosieven lieten ontploffen.

Operatie Chowhound

Van 2 tot 7 mei 1945 deed Schiphol dienst als afwerpplaats voor 1.982 ton voedsel. Dit was in het kader van operatie Chowhound. Geallieerde bommenwerpers dropten deze pakketten om de nood van de Hongerwinter te verhelpen. Kort na de bevrijding werd het vliegveld de ‘nationale luchthaven’. Vanaf dat moment groeide het krachtig verder.