De Kooy

Operationeel:
1 juni 1918 - 1 juni 1944
Aantal banen:
1

In 1918 vestigde de Marine Luchtvaartdienst (MLD) zich op vliegkamp De Kooy bij Den Helder. Het vliegkamp functioneerde als elementaire opleiding van marinevliegers en als basis van jachtvliegtuigen.

Tijdens de mobilisatie werd de 1e Jacht Vliegtuig Afdeeling (1e JAVA) op het vliegveld gestationeerd. Zij beschikten over Fokker D.XXI’s. Op 10 mei 1940 boden toestellen van deze eenheid fel tegenstand tegen de Luftwaffe. Het terrein zelf kreeg een aantal luchtaanvallen te verduren. De meeste gebouwen en lesvliegtuigen gingen daarbij verloren.

Kustbewaking

Na de overgave begonnen de Duitsers met herstel- en uitbreidingswerkzaamheden. Nederlandse bouwbedrijven hielpen daarbij mee. Ook legden de Duitsers een drainagesysteem aan. Aan het begin van de zomer van 1940 arriveerden de eerste eenheden op het vliegveld. Zij hadden Messerschmitt BF 109’s. Deze toestellen voerden voor het grootste deel kustbewakingsvluchten uit. De Duitsers zetten ook tweemotorige Messerschmitt BF 110’s in. Dit was voor kustbewaking, begeleiding van scheepskonvooien en de strijd tegen lichte Britse bommenwerpers. Voor de verdediging beschikte het vliegveld over 4 posities met snelvuurkanonnen en 7 machinegeweerposten.

Krijgsgevangenkamp

Vanaf eind oktober 1941 benutte de Luftwaffe het vliegveld incidenteel voor jachtvliegtuigen. De Kooy ging vanaf 1942, door het geallieerde luchtoverwicht, een steeds kleinere rol spelen. Rond 1944 maakten de Duitsers het terrein onbruikbaar. Na de bevrijding vestigden de Canadezen op het terrein een krijgsgevangenkamp.

Op 15 september 1953 richtte de MLD De Kooy opnieuw in als Marinevliegkamp. Tegenwoordig is De Kooy een van de thuisbases van het Defensie Helikopter Commando.