Webinar reservistenbeleid

Het Bureau Reservisten en Samenleving hield 27 september een webinar live met de Defensietop over het reservistenbeleid. Wat gaat goed en wat kan beter?

Kijk hier de hele uitzending terug.

Webinar reservistenbeleid

Transcript Interactieve Enquête Reservisten

Vrijdag 27 september 2019

Kolonel Robbert van der Ven, Hoofd Bureau Reservisten en Samenleving:

vrede en veiligheid is niet vanzelfsprekend meer.

We moeten ons voorbereiden op het onvoorspelbare.

De maatschappij is aan het veranderen. Steeds meer vacatures..

De wereld is aan het veranderen: drones, cyber..

Ook de Defensieorganisatie zal moeten meebewegen in deze nieuwe tijden.

En een groot onderdeel maakt u daarvan uit. U als reservist.

En daarom ook hartelijk welkom collega, reservist, potentiele reservist bij deze interactieve enquête, bij dit webinar.

Wat gaan we doen?

We willen u zoveel mogelijk de gelegenheid geven om vragen te stellen.

Als u onderin uw beeld kijkt dan ziet u een vragenscherm en daar kunt u anoniem of niet anoniem uw vragen stellen.

Ik ben me er zeer van bewust dat dit uur dat we hebben, wat maar helaas een uur is, niet alle vragen zal beantwoorden. Die zullen we bundelen en we gaan via verschillende kanalen deze vragen met u delen.

Om in gesprek te komen met de top van Defensie moet je ook gesprekspartners hebben. Ik wil graag voorstellen de staatssecretaris van Defensie. Iemand die zeer innovatief bezig is. Gisteren heeft ze de proeftuinen geopend waarin ze een nieuw HR beleid wil laten onderzoeken. Zij is iemand die in mijn beleving een groot pleitbezorger van de reservisten is.

Aan de overkant zit de commandeur Marc Elsensohn, plaatsvervangend Directeur van de Directie Aansturen Operationele Gereedstelling. Iemand die tegen mij zei dat hij 10 jaar geleden geen idee had van reservisten. Tegenwoordig is hij één van de grote krachten in het meer en beter inzetten van de reservisten.

Staatssecretaris, ik heb voor u een vraag: u twitterde gisteren “kom met mij in gesprek, laten we het hebben over wat er goed gaat en laten we het hebben over wat er slecht gaat”. Ik wil er nog geen antwoord op, want ik wil eerst de andere gasten introduceren.

Commandeur, voor u heb ik de vraag: wat is de meerwaarde van een reservist voor de Defensieorganisatie?

Naast de staatssecretaris zit kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann, Commandant van de Koninklijke Marine Reserve

Tegenover zit kolonel Fulco Stallmann, plaatsvervangend inspecteur reservepersoneel van de Koninklijke Landmacht

Op de hoek kolonel Ray Kramer, Commandant van de Groep Luchtmacht Reserve

En majoor Robin Oost, Hoofd Bureau Reservisten Koninklijke Marechaussee

Maar eerst wilde ik beginnen met een filmpje

“Clip Future of Work”

De wereld om ons heen verandert. Steeds vaker ervaren we dat onze veiligheid kwetsbaar en niet meer vanzelfsprekend is.

De vrouwen en mannen van onze krijgsmacht beschermen wat ons dierbaar is. Dagelijks maken zij zich hard voor onze vrede, veiligheid en vrijheid; daarmee zetten zij zich in voor iets wat groter is dan henzelf. Zij nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor onze vrijheid. Want zonder onze mensen is er geen missie.

Toch is het niet vanzelfsprekend dat Defensie in de toekomst altijd kan beschikken over de benodigde talenten voor het werk. Op de veranderlijke en onvoorspelbare arbeidsmarkt is de war on talent ontketend

In de slag om het aantrekken van de beste talenten is een hevige competitie ontstaan. Daarom zal Defensie met partners uit het onderwijs,  het bedrijfsleven en overheden de handen ineenslaan. Defensie kan en wil het niet meer alleen doen. Defensie moet het vermogen ontwikkelen om op onvoorziene veranderingen op de arbeidsmarkt in te springen. Het vermogen om adaptief te opereren.

Defensie krijgt flexibiliteit in aanstellings- en contractvormen. Dit creëert mogelijkheden tot maatwerk en er kan worden ingespeeld op levensfases. Dit levert wederzijds commitment tussen werkgever en werknemer op en zo wordt talent vroegtijdig gesignaleerd. Zodat Defensie steeds beschikt over de juiste medewerkers, op de juiste plek en op het juiste moment…

Kolonel Robbert van der Ven, Hoofd Bureau Reservisten en Samenleving:

staatssecretaris, wat gaat er goed en wat kan er beter?

Barbara Visser, staatssecretaris van Defensie:

Gelukkig gaat er heel veel goed. Allereerst zien we dat steeds meer mensen zich willen inzetten als reservist. Dat is volgens mij iets heel moois. Het gaat hierbij niet alleen om mensen die zich aanbieden [van buiten] maar ook om mensen binnen Defensie zelf. Ik denk dat de commandeur hier zo ook iets over zal zeggen als het gaat om de meerwaarde. Ik denk dat aan beide kanten zowel de interesse als ook binnen Defensie het nut en noodzaak van reservisten prominenter op de agenda staat, er echt enthousiasme is en je het ook ziet in de praktijk.

En wat kan er beter? Heel veel ook.  We hebben op heel veel terreinen nog hele ouderwetse manieren die totaal niet passen bij een flexibele krijgsmacht, bij een adaptieve krijgsmacht.

Kolonel Robbert van der Ven:

Er is natuurlijk met de lancering gisteren van het innovatieve en nieuwe HR beleid weer een mooie stap gezet.

Barbara Visser:

Dat is een hele mooie stap maar dat duurt even een tijdje. Het mooie van het initiatief dat gisteren [26 september 2019) is gelanceerd, dat we hebben gezegd we beginnen En voor de duidelijkheid dat doe ik niet, dat doet een heel groot team: Rene Kreeftmeijer samen met Talitha Born en heel veel andere mensen, vooral op de plaatsen waar het moet gebeuren in Volkel en in Oirschot bijvoorbeeld. Daar zijn mensen heel concreet bezig met de vraag ‘hoe zorg ik dat ik huidige collega’s behoud en nieuwe collega’s aantrek?’. Wij hebben gezegd dat we niet van bovenaf een blauwdruk geven, maar kijk wat er in de praktijk werk en doe dat per regio. Sommige dingen zullen lukken en andere niet en daar leer je van. Op basis daarvan gaan we naar een nieuw HR-model.

Kolonel Robbert van der Ven:

ik hoop dat reservisten daar ook bij ondersteunen.

Barbara Visser:

Het gaat om flexibiliteit, om meer aansluiting zoeken bij wat er gebeurt op de arbeidsmarkt, maar ook waar mensen zelf behoefte aan hebben. Als wij zien dat nog veel mensen onze organisatie verlaten omdat zij het gevoel hebben dat ze onvoldoende loopbaanperspectief hebben en niet al hun kwaliteiten kunnen inzetten, dan is dat als werkgever een gemiste kans.

Kolonel Robbert van der Ven:

commandeur, ik vroeg het u net al: Is er een meerwaarde van reservisten en wat is dan die meerwaarde voor Defensie?

Commandeur Marc Elsensohn, Plaatsvervangend Directeur van de Directie Aansturen Operationele Gereedstelling:

ik zie 4 redenen waarom reservisten zo belangrijk zijn en in de toekomst nog belangrijker worden.

De 1e reden is klassiek: de flexibiliteit die je nodig hebt. Op het ene moment heb je meer militaire capaciteit nodig dan op het andere moment, dan wil je kunnen opschalen en dan is de reservist echt van belang.

Tegelijkertijd hebben we veel vacatures binnen onze organisatie en dan is het heel welkom dat reservisten een deel van die capaciteit kunnen invullen.

En dat is gelijk ook heel erg welkom omdat je dan een deel van wat je vroeger met vaste capaciteit deed gaat invullen met flexibele capaciteit, in dit geval met reservisten. Reservisten brengen namelijk nog veel meer voor Defensie. Ze brengen kennis en ervaring van buitenaf, die echt heel bruikbaar is. Er wordt meer out of the box gedacht, er is meer denkkracht binnen de organisatie.

En een 4e reden is dat het de inzet van reservisten een brug legt naar de maatschappij. Die brug wordt voor Defensie steeds belangrijker want we kunnen niet meer alles alleen. Er zijn heel veel ontwikkelingen die steeds sneller gaan. Kijk maar naar technologie. We hebben de maatschappij en het bedrijfsleven nodig om dit enigszins bij te kunnen lopen en liefst hier en daar voor te zijn. Daar heb je echt een samenwerking met de maatschappij nodig, waarbinnen de reservist een belangrijke rol gaat spelen. Tegelijkertijd is die verbinding belangrijk omdat Defensie dan meer zichtbaar wordt binnen de maatschappij en er meer draagvlak komt voor het werk wat we doen. Dat kan ook weer een positief effect hebben op de werving van nieuwe militairen.

Kolonel Robbert van der Ven: 

ik heb wat cijfers opgezocht: Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek komen er elk kwartaal zo’n 6000 vacatures bij. Er zijn nu circa 400.000 vacatures in Nederland. Ik wil graag wat cijfers met u doornemen.

Deze cijfers ondersteunen de antwoorden op de eerste 2 vragen. In 2014 bestond de krijgsmacht uit 90% beroepsmilitairen en 10% reservisten. Nu een aantal jaren later is dat percentage reservisten al gestegen naar 14% t.o.v. 86% beroepsmilitairen.

Staatssecretaris, kan je hier iets uit opmaken?

Barbara Visser:

behalve de percentages?

Kolonel Robbert van der Ven:

mogen we dit zien als een positieve ontwikkeling? Of is dit een gevolg van de vacatures die er zijn en zijn er alleen maar reservisten die deze cijfers een beetje corrumperen?

Misschien kunnen we naar de volgende slide..

Ik vind het zelf een interessante slide omdat we zien dat we in 2015 tot heden... Deze slide gaat over het aantal reservisten en daarom ben ik er zo verbaasd over. We zien, in tegenstelling tot die krappe arbeidsmarktcijfers en alle moeilijkheden die er zijn rondom de werving van mensen, toch een groei van 30%. En dan wil ik meteen naar de laatste slide gaan.

Deze is met name interessant omdat je hier een aantal dingen ziet.

De slide laat zien dat de reservist in ieder geval cijfermatig van meerwaarde is voor Defensie. Ten opzichte van 2016 is het aantal inzeturen met 80% toegenomen. Dit zijn geen aantallen reservisten maar de uren die de reservisten gemaakt hebben.

Commandeur, ik krijg nu een vraag binnen en dat is ook waar we hier voor zitten om reservisten aan het woord te laten. Onze missie is niet zozeer om te vertellen wat wij allemaal vinden, maar vandaag,  bij dit uurtje, is het onze missie om zoveel mogelijk vragen van reservisten te beantwoorden.

Barbara Visser:

en dingen op te halen.

Kolonel Robbert van der Ven:

zeker, dat is een goede aanvulling. Na deze uitzending kunt u onderin uw scherm een 2e enquête, zo u wilt, invullen. Uiteraard geheel vrijblijvend en anoniem. Deze enquête staat al open. Dat is om informatie op te halen.

Commandeur, ik krijg een vraag binnen:

Moet Defensie meer doen voor reservisten die bij uitzending arbeidsongeschikt raken en hun civiele werkzaamheden niet meer kunnen oppakken?

Commandeur Marc Elsensohn:

ik vind dat Defensie de verantwoordelijkheid heeft om goed te zijn voor het personeel. Dat moeten we dus ook zijn voor de reservist. Dus als een reservist iets overkomt dan moet hij/zij dezelfde zorg krijgen die de reguliere militair krijgt. Volgens mij hebben we dit goed ingeregeld voor de reguliere militair, maar moeten we nog stappen maken voor de reservist. En in ieder geval meer duidelijkheid brengen. Er is al een hoop geregeld, maar er is een hoop onduidelijkheid over. Daar moeten we duidelijkheid in scheppen dan kunnen we het beter doen. Dat wil niet zeggen dat als er nu iets gebeurt met reservisten dat we de zorg niet geven. Die zorg is er absoluut wel. Maar iedereen moet daar van te voren al duidelijkheid over hebben.

Kolonel Robbert van der Ven: 

kolonel Stallmann, ik krijg hier een vraag binnen:

Binnen de landmacht zijn alle IIR contracten stopgezet?

Kolonel Fulco Stallmann, plaatsvervangend inspecteur reservepersoneel van de Koninklijke Landmacht:

dat is niet helemaal een juiste weergave van de situatie. Dat is misschien zo overgekomen en misschien hebben we hier niet helemaal zuiver in gecommuniceerd.

De situatie is als volgt: De landmacht heeft een budget voor reservistenuren. Dat is voor de inzet van natres, oefeningen, opleidingen maar ook voor de individuele inzet van reservisten. Daar hebben we het met name over.

Op de slides hebben we zojuist gezien dat het aantal inzeturen van reservisten enorm is toegenomen. Dat zien we bij de landmacht ook. Dat zien we al 2, 3 jaar gebeuren. Die inzeturen gaan exponentieel omhoog. Het is echt enorm wat daar gebeurt. Op dit moment hebben we te maken met een significante overschrijding in uren en dus ook in budget. Dan zou je verwachten we stoppen alles, dat is ook een beetje de vraag, maar dat hebben we niet gedaan.

De overschrijding is geaccepteerd omdat -zoals ook de commandeur heeft aangegeven- de inzeturen van reservisten zeer gewaardeerd worden. We gaan niet stoppen met de individuele inzet van reservisten, maar wat we altijd al doen is dat we elke aanvraag voor individuele inzet toetsen op nut en noodzaak. Dat blijven we gewoon doen, maar er worden op dit moment geen (lopende) aanvragen gestopt.

Kolonel Robbert van der Ven: 

staatssecretaris, ik krijg hier een vraag binnen

Hoe kunnen reservisten nog meer betekenen bij het verankeren van de krijgsmacht in de samenleving?

Barbara Visser:

het feit dat je al reservist bent. Reservisten zijn een ambassadeur van Defensie. Je bent als reservist het visitekaartje zowel binnen Defensie als daarbuiten. Het scharnierpunt met de maatschappij. Dat is een hele belangrijke. Ik zou iedereen willen oproepen, ook als reservist. Stel de ‘’waarom-vraag’ binnen Defensie. Dat is namelijk de kennis en kunde die je meebrengt en die je in de Defensieorganisatie kan gebruiken door te vragen ‘waarom doen we dat op die manier?’.

Buiten de organisatie weten veel mensen -helaas- onvoldoende over Defensie. Ze hebben wel een beeld van internationale missies, maar de dagelijkse praktijk… Wat de Koninklijke Marechaussee, de landmacht, de luchtmacht of de marine doet, maar ook binnen DMO. Wat zijn de concrete dingen die wij doen, dat weten mensen niet. Dus maak dat tastbaar, maak dat concreet.  Wees ook die ambassadeur en wees er ook eerlijk over. Iedereen weet dat Defensie een prachtige organisatie is maar sommige dingen kunnen beter.

Kolonel Robbert van der Ven: 

ik denk dat ik de regie nu redelijk zenuwachtig ga maken, ik heb namelijk zelf een vraag binnen gekregen.

Kolonel Kramer, het is een vraag die via Facebook is gesteld.

Er is een reservist die in Afghanistan PTSS heeft opgelopen. Zijn vraag is ‘er is niets met mij gedaan’.

Ik weet dat de regie dit een lastige vraag vindt, maar ik vind het belangrijk om deze te stellen.

Kolonel Ray Kramer, Commandant van de Groep Luchtmacht Reserve:

het is zeker een belangrijke vraag. Zeker als onze reservisten het gevoel hebben dat ze -na een uitzending, wat een van de mooiste ervaringen zou moeten zijn die je ook als reservist kan meemaken,- niet gehoord worden, niet gesteund worden en met klachten terugkomen. Dat mensen echt het gevoel hebben dat ze niet geholpen worden. Dan denk ik dat we als Defensie iets laten liggen. Ik ken de casuïstiek. Deze is niet uit mijn tijd, maar ik wil deze graag oppakken. Ik denk en ik vind dat we er veel van kunnen leren. Zorg voor ons personeel, en het maakt niet uit of het een beroeps of een reservist is, is zeker bij uitzending van uitermate belang. Ik zal zorgen dat er binnen afzienbare tijd, ik hoop 2 weken als we alle agenda’s op elkaar kunnen krijgen, een afspraak wordt gemaakt met deze persoon, zodat we in gesprek kunnen gaan en van elkaar kunnen leren. Wat kunnen we beter doen. Die ervaring zal ik meenemen en ook delen met de collega’s hier aan tafel, zodat we daar stappen in kunnen maken. Dit mag niet gebeuren.

Kolonel Robbert van der Ven:

helder. Volgens mij hebben we een vraag beantwoord. U heeft een belofte gedaan. De vraag was doen we er wat mee? Nou dat doen we zeker.   

Overste Hatzmann, ik heb een vraag aan u binnen gekregen

Op zich vind ik het prima om heel veel voor Defensie te werken. Maar ik loop het risico dat ik bij ziekte geen inkomen meer heb omdat ik geen recht heb op een ziektewetuitkering. Mij lijkt een goede oplossing om iedere militair, reservist of beroeps, onder te brengen bij de SZVK. Wat is uw visie hierop?

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann, Commandant van de Koninklijke Marine Reserve:

het is een veelgestelde vraag. Het is ook een onderwerp waar we bij het Reservistenoverleg vaak over praten. Een ziektekostenverzekering afsluiten voor iedereen, ook voor reservisten, is onderwerp van discussie. Er wordt over nagedacht over hoe dat georganiseerd kan worden. Past dat ook bij wat reservisten willen. Je zal maar een ziektekostenverzekering hebben die je verplicht om medische zorg altijd bij Defensie te halen. Misschien is dat niet voor iedere reservist wenselijk. Een reservist die ziek wordt als hij bij Defensie in werkelijke dienst is, die blijft in werkelijke dienst tot hij/zij weer beter is. Dus we hebben volledige zorg daarvoor en dan gelden alle regelingen die voor beroepsmilitairen ook gelden.

Kolonel Robbert van der Ven: 

staatssecretaris, ik ben ook benieuwd naar uw mening.

Zijn dat dingen die we in het nieuwe HR-beleid, de contractvormen, het gelijktrekken van de rechtspositie tussen beroeps en reservisten, kunnen zien terugkomen? Of is dat nog te vroeg?

Barbara Visser:

het is nu te vroeg. We zijn nu bezig om te kijken wat we kunnen doen voor de huidige militairen. Maar daar hoort volgens mij ook bij, maar zover zijn we nog niet dus we moeten reëel zijn in de verwachtingen, de hele discussie rondom welke positie reservisten krijgen. Wat betekent dat en hoe zet je dat in.

Als je weet dat demografisch gezien het aantal jongeren afneemt in Nederland. Je weet dat de beroepsbevolking een andere gaat worden, je weet wat je taken zijn en je weet dat er sprake is van technologische ontwikkelingen. Wat betekent dat dan?

Moeten wij nog wel dat gesloten personeelssysteem hebben, zoals we dat nu kennen. Of moeten we op een hele andere manier gaan inzetten. Dat zijn allemaal hele eenvoudige vragen om te stellen, maar in een organisatie die zich kenmerkt door tradities, is dit natuurlijk een van de meest fundamentele vragen. Want het betekent dat je op een hele andere manier naar je personeelsbestand moet gaan kijken. Hoe zet je dat in? Hoe zet je mensen met bepaalde kennis en expertise van buiten in? Doe je dat tijdelijk of doe je dat niet? Doe je dat op afroep of niet? Doe je dat op basis van contracten met bedrijven of onderwijsinstellingen of doe je dat op persoonlijk niveau? Ik kan honderd manieren bedenken waarop je dit zou kunnen organiseren. Maar daar zijn de proeftuinen voor bedacht. Wij kunnen vanuit het Haagse allerlei dingen gaan bedenken die op de tekentafel werken, maar laten we nu eens proberen op een aantal hele concrete terreinen wat werkt.

De Defensiegezondheidsorganisatie doet bijvoorbeeld ook mee bij de proeftuinen daar werken we al samen met ziekenhuizen. Hoe kunnen we dat verder verbeteren? Daar hoort ook nadrukkelijk de positie van reservisten bij. Bij de proeftuinen is dat geen apart onderdeel in de zin van dat gaan we op die manier uitwerken. Rene Kreeftmeijer van de HDP zit hier niet aan tafel maar luistert wel mee en ik weet dat bij alle krijgsmachtdelen wordt nagedacht over het personeelsbestand van de toekomst en de positie van reservisten. Wat betekent dat voor het HR model van de toekomst. Dat is nadrukkelijk een onderwerp. Ik zou zeggen aan degene die de vraag heeft gesteld, ‘als je suggesties hebt, kom maar langs’.

Kolonel Robbert van der Ven:

u heeft een half jaar geleden in de Tweede Kamer gezegd die term reservisten moet die wel blijven bestaan. De vraag stel ik eigenlijk niet aan u maar aan de reservistenautoriteiten.

Moeten we af van de term reservist? Moeten wij deeltijdmilitairen worden? Moeten we reservist blijven? Is het een geuzennaam?

Kolonel Fulco Stallmann:

de term reservist is niet negatief geladen. Ik zou dat zeker niet zo willen zien. Wat de staatssecretaris volgens mij heeft bedoeld is dat de reservist steeds meer een deeltijdmilitair wordt met dezelfde rechten, plichten en regelingen als de voltijdmilitair. Sterker nog dat je een veel flexibeler systeem krijgt, waarbij reservisten tijdelijk beroeps worden of een beroeps tijdelijk reservist. Zodat je kan op- en afschalen in dat voltijd-deeltijdsysteem. Daar zijn onze systemen nog niet helemaal op ingericht en we moeten er aan werken om dit makkelijker te maken.  Maar reservist is geen negatieve term.

Barbara Visser:

juist vanwege de discussie die we zojuist hadden. Want ik krijg dan de vraag ‘wat zijn dan mijn rechten? waar kan ik op terugvallen? etc. Als je dat duidelijker maakt door te stellen: je bent gewoon militair. Soms word je voltijd ingezet en soms niet, maar je hebt dezelfde rechten en plichten. Dat zal natuurlijk op een aantal punten best lastig worden. En naar die specifieke zaken moeten we kijken. Hoe werken we dat precies uit? (..) Ik denk dat je veel onzekerheid kan wegnemen, maar dat is een aanname die we nog moeten uitwerken.

Het gaat niet om de term, maar je wil dat mensen zekerheid hebben. Ik snap heel goed dat als je ergens werkt en besluit om reservist te worden. Dat een werkgever dan denkt: wat betekent dat voor mij? Want stel je voor dat er iets gebeurt. Wie betaalt het dan? Dat zijn terechte vragen. We hebben hier allemaal mooie formulieren voor, maar op de een of andere manier komen die vragen steeds terug. Dus we moeten kijken hoe we de boodschap op een andere manier kunnen communiceren en mijn stelling is dat we hierin nog een stapje verder moeten gaan.

Kolonel Robbert van der Ven:

ik kreeg een antwoord van de landmacht. Geldt dat bij de andere krijgsmachtdelen ook?

Majoor Robin Oost, Hoofd Bureau Reservisten Koninklijke Marechaussee:

ik hoor wel eens ‘reservisten zitten op de reservebank.’ Dat is bij de Koninklijke Marechaussee absoluut niet het geval en wij hanteren eigenlijk standaard al de term ‘deeltijdmilitair’.

Kolonel Ray Kramer:

Voor de luchtmacht geldt ook dat reservisten een wezenlijk onderdeel uitmaken van de totale populatie. Mijn stelling is, en ik begrijp de gevoeligheid omdat het gaat om een term die al decennia lang gebruikt wordt, dat we beter kunnen kijken hoe we de 2 partijen zo dicht mogelijk tot elkaar kunnen brengen. Hoe we flexibele schil kunnen vormen? Dat we echt over de inhoud moeten praten en niet over de gevoeligheid van een terminologie of iets dergelijks. Ik geloof meer in inhoud en datgene wat we echt moeten doen, wat echt urgent is op dit moment. Dat is voor mij niet de term reservist, volgens mij past de term ‘deeltijdmilitair’ iedereen prima. Dat hoort ook bij een professionele organisatie. Vanuit het luchtmachtstandpunt kunnen we afscheid nemen van de term.

Kolonel Robbert van der Ven:

overste Hatzmann, ik wilde met u hebben over de reservist militaire taken.

Bij reservisten militaire taken denken veel mensen aan het Korps Nationale Reserve, maar er zitten ook reservisten militaire taken bij de marine?

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

binnenkort niet meer. De reservist militaire taken is een stempel dat je op iemand plakt om de taak die hij/zij uitvoert.

Wij zorgen ervoor dat onze reservisten voor alles inzetbaar zijn. Als zij aangeven dat zij ook willen worden ingezet voor typisch militaire taken, dan zorgen wij dat zij daarvoor gereedgesteld worden. Maar daar hoeven we hen niet dat stempeltje mee te geven. Want door dat stempeltje zorgen we er misschien ook voor dat reservisten niet meer worden ingezet op hun civiele expertise.

Als ik de commandeur hoor zeggen dat de toegevoegde waarde van de reservist juist ook ligt in die civiel expertise en ervaring. Dan moet je zo weinig mogelijk stempeltjes hebben en zo flexibel mogelijk zijn met je bestand omgaan.

Kolonel Robbert van der Ven:

dat is een mooi bruggetje. U heeft het over de meerwaarde van reservisten waar de commandeur over sprak. Ik wil het eens toetsen.

We hebben een stelling voorgelegd aan reservisten.

Voelt u zich als reservist voldoende gewaardeerd door Defensie? Ja of nee.

Laten we eens kijken hoe de mensen in het land hier over denken.

Overste Hatzmann, de marine werkt steeds nauwer samen met de maritieme sector. Defensie is druk bezig met maritieme ecosystemen en samenwerkingsverbanden.

Kunt u iets vertellen over deze samenwerking en de rol van de reservist?

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

de reservist is bij veel bedrijven in de maritieme sector de ambassadeur voor Defensie en vertelt waar we aan werken en wat we willen Mensen uit de maritieme sector kunnen in veel gevallen met hun kennis en ervaring een bijdrage leveren aan de Marine bij het onderhoud, in het varen en opleiden. Daarom hebben we heel veel samenwerkingsverbanden met opleidingsinstituten en rederijen om  op allerlei gebieden samen te werken. 

Barbara Visser:

als je een droomplaatje zou schetsen, hoe ziet dat er dan uit?

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

als we er in het maritieme ecosysteem in slagen om met elkaar mensen die het maritieme en nautische leuk vinden, binnen de sector actief te houden. Het maakt dan niet uit of ze binnen de Marine actief zijn of bij rederijen of bij scheepsbouwers. Als het maar binnen de sector is en er geen lekkage is naar andere sectoren. Maritieme en nautische kennis en ervaring is zo specifiek dat we dit moeten behouden.

Commandeur Marc Elsensohn:

we moeten elkaar niet beconcurreren maar samenwerken. Er is veel schaarse capaciteit in Nederland: zorg, techneuten. Samenwerking geeft potentie voor de toekomst.

Kolonel Robbert van der Ven: 

ik heb een uitslag binnen

Voelt u zich als reservist voldoende gewaardeerd door Defensie?

Het is een teleurstellende uitslag. Je kan er namelijk moeilijk over praten.

50% zegt ja

50% zegt nee

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

hoeveel mensen doen er mee?

Kolonel Robbert van der Ven:

we hebben deze enquête breed uitgezet.

En ik vroeg mij af, bereiken wij als reservistenbureaus onze reservisten makkelijk? Hebben we daar de tools voor?

Kolonel Fulco Stallmann:

communicatie doe je nooit goed genoeg. We doen ons best. We gaan het veld in, we hebben de November Romeo, we hebben mailadressen, we zijn benaderbaar. Maar het is nooit goed genoeg. Dat blijkt ook uit de uitslag.

Kolonel Robbert van der Ven: 

ik krijg binnen dat 50 mensen gestemd hebben. Dat is niet veel.

Ik heb een vraag voor de commandeur:

Waarom niet het Total Force concept overnemen van de Verenigde Staten/Canada met bijvoorbeeld hun National Guard?

Commandeur Marc Elsensohn:

dat is een interessante gedachte, maar Nederland is wel een iets ander land. 

Kolonel Robbert van der Ven:

ik denk ook dat wetgeving daar enorm verschillend in is.

Commandeur Marc Elsensohn:

de wetgeving is ook verschillend, maar we hebben wel heel goed gekeken naar het Total Force concept in Amerika en ook naar Canada wat iets beter vergelijkbaar is. We doen ons voordeel continue met dingen die we daar op pikken.

De Amerikanen hebben het echt op een andere manier opgezet dat past op dit moment niet in ons systeem. Als je dat zou willen dan moet je heel veel omgooien. Terwijl door sommige dingen wel over te nemen doen en andere dingen niet te doen, je veel sneller naar dat Total Force concept, of de gedachte erachter, kan toe exerceren. Dus we pikken daar de krenten uit de pap. Maar een Home Guard achtige instantie opbouwen is een extra krijgsmachtdeel erbij. Laten we eerst maar herstellen wat we moeten herstellen, want in dat traject zitten we ook nog . En als we hersteld zijn, gaan groeien naar een adaptieve krijgsmacht, zoals wij dat noemen,  die invult wat het moet invullen; wendbaar, robuust, goed kunnen reageren, meegaan met de dreiging in de wereld en daarop voorbereid zijn.

Kolonel Robbert van der Ven:

en samen delen.

Commandeur Marc Elsensohn:

daarvoor heb je inderdaad die samenwerking met de maatschappij nodig.

Kolonel Robbert van der Ven:

ik krijg meteen een 2e vraag voor u binnen

Wanneer beginnen we met een serieus employer support management? Die paar mensen (..)doen hun best, maar er is geconstateerd dat er grote behoefte is aan meer. We praten hier al meer dan 10 jaar over.

De vraag is, als ik deze even samenvat, wanneer gaan we meer aan employer support doen?

Commandeur Marc Elsensohn:

ik denk dat employer support heel belangrijk is. Er is behoefte aan want dit komt niet zo uit de lucht vallen. We hebben daar ook een organisatie op ingericht. We zien dat het lastig is om iedereen te bereiken en tegelijkertijd zijn we dat aan het verbeteren en het groeit ook. Niet alleen het aantal reservisten en de inzeturen groeien , maar ook het aantal organisaties dat met Defensie wil samenwerken. Dat is een positieve ontwikkeling. Maar dat betekent wel dat wij aan onze kant moeten meegroeien om die partijen te kunnen bedienen en van nog betere informatie te voorzien. Dan helpt het ook als we zo meteen een duidelijkere situatie hebben over de reservisten of de deeltijdmilitair. Dat komt allemaal, als het goed is, samen. Maar het zijn dingen die nu parallel gebeuren en daar moeten wij goed in mee schakelen.

Kolonel Robbert van der Ven:

mijn eigen persoonlijke ervaring is dat samenwerking met het bedrijfsleven of praten met het bedrijfsleven vrijwel altijd positief is. Ik heb bijna geen negatief verhaal. Iedereen die ik, nogmaals dit is mijn eigen ervaring, spreek over samenwerking met Defensie is laaiend enthousiast. Toch hoor ik vaak “ja maar…” of “Defensie is moeilijk..” Wat doen we daar dan verkeerd? Want iedereen is enthousiast en al die bedrijven willen [samenwerken]. We doen toch iets niet goed.

Barbara Visser:

ik ben wel benieuwd naar [de verhalen van ] de heren. Want jullie hebben in de dagelijkse praktijk bij jullie krijgsmachtdeel hier mee te maken. Waar lopen jullie tegen aan?

Kolonel Fulco Stallmann:

ik zou deze vraag eerst positief willen duiden. Zodra er iets in de directe omgeving van de werkgever gebeurt dan is de bereidheid om mee te werken enorm groot. Het gevoel om ook bij te dragen door de medewerker tijdelijk af te staan of weg te geven dat is groot. Als het gaat [om inzet] verder weg dan wordt het lastiger voor de werkgever. Je kan wel financiële regelingen treffen om een werkgever te compenseren, maar een personeelslid dat een tijd weg is, is niet zomaar vervangen. Ook niet als je een klein stukje financiële compensatie krijgt. Daar moeten we naar gaan kijken wat daar de oplossingen voor zijn.

Kolonel Robbert van der Ven:

wat hier een positief punt zou kunnen zijn en krijg ik hierover een vraag binnen voor de marechaussee

Ik ben sinds kort reservist bij de marechaussee. Wat kan de marechaussee aan opleidingsmogelijkheden creëren zodat ik er in mijn civiele baan ook echt iets aan heb als reservist? 

Het is een lastige vraag omdat de marechaussee een tak van sport is die niet bij ieder bedrijf aansluiting vindt, maar misschien dat er in het veiligheidsdomein wel opleidingen denkbaar zijn die passen.

Majoor Robin Oost:

wij doen veel met het semi-overheidsdomein. Wij zien dat binnen de KMar diverse opleidingen onder spanning staan als gevolg van aanstellingsopdrachten om bijvoorbeeld luchthavens te voorzien van personeel. Ons opleidingscentrum zit behoorlijk onder spanning. Dat betekent ook dat wij voor onze reservisten een uitdaging hebben om ze te voorzien van de noodzakelijke opleidingen om in de operatien te kunnen werken. Als je als reservist bij de Marechaussee bij grensbewaking wil worden ingezet dan zal je aanvullende opleidingen moeten volgen. Daar is nu sprake van spanning en we zijn druk bezig om dat voor dit jaar en volgend jaar voor elkaar te krijgen.

Kolonel Robbert van der Ven:

is dat dezelfde spanning die speelt rondom ‘adaptief aan de grens’? Een tijd geleden ambitieus begonnen en daarna even stil gezet. Wat is daar nu de status van?

Majoor Robin Oost:

Schiphol heeft te kampen met capaciteitsuitdagingen. Naast beroepscollega’s hebben we ook een team van 40 reservisten dat daar dagelijks wordt ingezet. Een paar jaar geleden hebben we gekeken of het mogelijk is om een compleet andere situatie te creëren door het aanstellen van burgers in de z.g. eerstelijnsgrenscontrole, de paspoortcontrole. Inmiddels hebben we 56 burgers aangesteld die op Schiphol, maar ook op Eindhoven en in Rotterdam in de grensbewakingsbalie zitten.  Zij ondersteunen daarmee het proces waardoor de beroepscollega meer ruimte krijgt om opleidingen te volgen en er meer rust ontstaat in de opleidingen.

Op dit moment zijn we weer op betere speaking terms met de vakbonden.

Kolonel Robbert van der Ven: 

het gaat hartstikke goed met de vakbonden. U heeft een prachtig akkoord afgesloten..

Barbara Visser:

namens ons allemaal en voor ons allemaal.

Majoor Robin Oost:

we gaan binnenkort weer starten met het werven van een nieuwe batch mensen.

Commandeur Marc Elsensohn:

dat [de vraag over opleidingen] geldt natuurlijk ook breder voor alle Defensieonderdelen. We proberen daar ook veel meer invulling aan te geven. We proberen veel meer opleidingen zo aan te passen dat ze een civiele erkenning krijgen en een civiel diploma. Dan is het een op een bruikbaar. En het liefst andersom ook.  Als mensen binnenkomen en we zien dat diploma’s vergelijkbaar zijn dan hoeven we ze dat niet meer te leren.  Het gaat 2 kanten op. Dat is een enorme slag. Defensie heeft ongeveer 3000 opleidingen die moeten we allemaal nalopen en vergelijken met civiele opleidingen. Maar daar maken we slagen in en we komen echt aan een bepaalde behoefte tegemoet.

Kolonel Robbert van der Ven:

dit is precies zo’n voorbeeld waar het lastig is. Dit kost ongelooflijk veel tijd en ongelooflijk veel werk. Het gebeurt allemaal achter de schermen. Het is niet iets dat je ziet. Het is geen nieuw wapen of een nieuwe helm of een nieuwe schoen. Het is allemaal werk wat in kantoren wordt gedaan, maar het gebeurt wel. We vertellen er misschien niet altijd genoeg over. Daarom is het belangrijk dat u vertelt dat dit soort dingen in ontwikkeling zijn.

Commandeur Marc Elsensohn:

het bedrijfsleven vindt dat Defensie niet snel genoeg gaat. Want het op elkaar afstemmen van opleidingen kan je zo regelen. Maar de mensen die dat moeten doen, zijn ook de mensen die voor de klas staan en daar hebben we al tekort aan. Die klassen moeten wel doorgaan want we moeten onze militairen opleiden. Je moet hier dus in prioriteren: het ene is belangrijk en het andere is ook belangrijk.  En als we dan ook nog aan het groeien zijn dan wordt het een uitdaging.

Kolonel Fulco Stallmann:

als ik mag aanvullen: ook daar gaat het principe ontstaan dat voor reservisten dezelfde mogelijkheden gaan ontstaan als voor de beroeps. Dat wil zeggen een Management Developmentprogramma, een HDV, een MDV, opleidingstrajecten ook voor de reservisten. Dat gaat ook druk leggen op de hele organisatie. Het is niet zomaar geregeld, maar we willen het wel.

Kolonel Ray Kramer:

loopbaanmogelijkheden denk ik.

Commandeur Marc Elsensohn:

dat geeft ook weer voordelen. Als je alles uniform maakt dan kan je het ook sneller voor elkaar krijgen.

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

we hadden het zojuist over manieren om employer support te verbeteren. Ik denk dat we daar sterk op kunnen verbeteren door meer mensen die in het bedrijfsleven hebben gewerkt in die employer support organisatie te halen. Nu laten we het doen door militairen die zelf niet de ervaring hebben in het bedrijfsleven. Daar kunnen we een grote stap maken door die interactie makkelijker te maken en het begrip vergroten.

Wij begrijpen vaak niet waarom een bepaalde opleiding niet een-op-een wordt overgenomen: het is toch een geweldige opleiding?!

Het begrip moet je wederzijds creëren. Wij begrijpen als Defensieorganisatie niet altijd de terminologie en de manier van denken in het bedrijfsleven.

Barbara Visser:

en andersom ook.

Kolonel Robbert van der Ven:

wat ik u eigenlijk hoor zeggen is ‘zet nou meer die specialismes van reservisten in en kijk niet alleen naar wat wij in onze organisatie nodig hebben, maar kijk naar wat er voor mogelijkheden zijn met de capaciteiten die je hebt…

Kolonel Ray Kramer:

het gaat om het verhaal wat we samen moeten delen. Als ik met bedrijven spreek dan gaat het vaak maar om 1 ding: dat we de win-win situatie goed kunnen duiden. Wat is het voordeel voor de krijgsmacht om een civiele medewerker als reservist binnen de organisatie werkzaam te hebben en vice versa. Wat is de meerwaarde voor de civiele organisatie om een deeltijdmilitair, een reservist in de populatie te hebben. Dat verhaal dat moeten we heel scherp op tafel leggen. 

Kolonel Fulco Stallmann:

die [meerwaarde] is er absoluut.

Kolonel Ray Kramer:

die [meerwaarde] is er, maar dat betekent dat we veel de boer op zullen moeten en niet moeten wachten tot de wereld naar ons toe komt. Wij moeten de boer op om met de buitenwereld die connectie te maken. We krijgen vaak terug dat organisaties om ons heen naar Defensie kijken als een vrij gesloten organisatie. Ik denk dat wij dat niet zijn, maar we moeten niet wachten maar gewoon doen en dat verhaal heel scherp op tafel leggen. Wat is de meerwaarde voor beide partijen. En als je daar nog een set met goede regelingen omheen kunt treffen waarbij voordelen goed worden weggezet, financieel of regelingen voor de reservist zelf. Dan denk ik dat we veel beter on speaking terms komen en die meerwaarde maximaal kunnen uitvergroten.  

Kolonel Robbert van der Ven:

reservisten zijn niet altijd op een kazerne en daarom niet altijd in de gelegenheid om [ontwikkelingen] direct te volgen. En commandanten zijn niet altijd in de gelegenheid om direct met hun reservisten te praten. Digitalisering… de vraag is eigenlijk hier…

Wanneer komen de mobiele telefoons?

Kolonel Fulco Stallmann:

die komen er. Bij de landmacht zijn er nu 4000 besteld waarbij de reservisten volledig in meegenomen worden, met uitzondering van de mensen die er geen willen. In principe is dit een bedrijfsmiddel waarop je bereikbaar bent. Dat loopt ook parallel aan de uitdrukkelijke wens om digitale urenregistratie in te voeren, waar we ook mee bezig zijn. In de 2e week van oktober wordt begonnen met het uitrollen, waarbij wel gezegd moet worden dat niet alles in 2- 3 weken gebeurt, want dan loop het systeem plat. We moeten dat doseren dus dat zal tot circa eind 2019 begin 2020 duren, maar ze zijn besteld en liggen klaar.

Kolonel Robbert van der Ven:

andere krijgsmachtdelen?

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

precies.

Kolonel Robbert van der Ven:

luchtmacht?

Kolonel Ray Kramer:

ja.

Kolonel Robbert van der Ven:

marechaussee?

Majoor Robin Oost:

volgend jaar.

Kolonel Robbert van der Ven:

ook hier weer: vraag beantwoord. Simpel.

Ik wilde (…) overgaan naar een volgend filmpje:

“Clipje Samenwerking Defensie en DSV”

Kolonel Robbert van der Ven:

een mooi filmpje van samenwerking met de civiele maatschappij.

Staatssecretaris, ik krijg een vraag hier binnen.

We willen samenwerken, er wordt gesproken over duaal werkgeverschap. Moeten we hier meer op inzetten en denkt u dat bedrijven met ons willen samenwerken?

Barbara Visser:

absoluut. Defensie is zeer gewild. Alleen dat realiseren we onszelf niet. Wij denken dat wij op pad moeten. Natuurlijk dat is ook zo. Onze mensen zijn niet gesloten, maar onze organisatie wel.

Onze mensen willen graag die samenwerking aangaan maar de systemen die wij in onze organisatie hebben opgetuigd die lenen zich niet voor snelheid, samenwerking of openheid.

Ik merk dat het bedrijfsleven Defensie ziet als een geweldige partner. Vorige week was ik in Limburg bij de Brightland campus en men wil alleen maar met ons samenwerken, want waar ter wereld kan je met een partner samenwerken die alles heeft. Ter land, ter zee en in de lucht. Van de medische keten tot operationele inzet waar dan ook. Je kan dus alles testen van materialen, medische zorg, voeding etc. En wij zijn al blij dat ze met ons willen samenwerken.

Maar eigenlijk hebben wij zoveel te bieden... Ik vind dat we ons bewust moeten zijn van wat we meebrengen. We mogen iets zelfbewuster zijn en ook iets terug mogen vragen voor die samenwerking.

Ik zie vaak dat wij iets bieden en blij zijn als men met ons wil samenwerken. Bij samenwerking hoort dat beide partijen ook iets te winnen moeten hebben. Dat zelfbewustzijn mogen we ook meer uitstralen.

Dat duale werkgeverschap is een van de zaken in het nieuwe HR-model. Als je dat zou willen, hoe doe je dat dan en  wat betekent dat dan. Dan kom je op vraagstukken als risico-verdeling als iemand ziek wordt etc. maar laten we denken in kansen. Laten we in zo’n proeftuin hiermee beginnen. Ik denk dat binnen de Defensiegezondheidsorganisatie hier naar gekeken kan worden omdat er al vergaande samenwerking is met ziekenhuizen. Dus in plaats van iets heel nieuws op te tuigen moeten we gewoon aan Remco Blom vragen probeer eens om in het kader van de proeftuinen dat duale werkgeverschap vorm te geven. Waar loop je dan tegen aan op het gebied van wet- en regelgeving? Is dat vanuit Defensie of is dat vanuit de ziekenhuizen en wat moeten we met elkaar oplossen. Soms moeten we ook gewoon dingen doen.

Ook in het kader van [de transitie naar] een adaptieve krijgsmacht. Het punt is niet dat we op pilotvorm de dingen niet voor elkaar weten te krijgen. Want dat weten we wel. We weten heel goed welke partijen we moeten vinden voor de samenwerking. Maar bij de opschaling lopen we dan aan tegen de organisatie die hier nog niet op is voorbereid. En dat zijn wij zelf ook. Dat betreft vaak regels en regelgeving die wij zelf hebben bedacht. Daar moeten we snel mee aan de slag. Soms is dat in goed overleg met de centrales, maar het is ook heel veel onze eigen interne bureaucratie. Die we ooit met goede bedoelingen hebben bedacht, maar die niet werkt. Dat is ook vooral een opdracht aan onszelf, aan de lijn, in samenwerking met de bestuursstaf. Hoe zorgen we ervoor dat we elkaar vooruit helpen? Die wil is er aan alle kanten en ik zie op verschillende terreinen gelukkig ook doorbraken, maar dat kost wel even tijd. Dat is ook de boodschap richting het bedrijfsleven: als je met ons samenwerkt dan zal dat met ups & downs gaan, dus je moet wat geduld met ons hebben.

Kolonel Robbert van der Ven:

samenwerken is niet altijd alleen maar in de ‘klant-leverancier’ relatie.  

Barbara Visser:

nee, juist niet.

Kolonel Robbert van der Ven:

ik geloof dat dit binnen Defensie nog altijd een dingetje is: “het bedrijfsleven wil alleen maar aan ons verdienen”. Dat is ook zo. Het bedrijfsleven moet ook verdienen, dat lijkt mij een gezonde situatie. Maar ik geloof ook dat er steeds meer bewustwording komt dat vrede en veiligheid niet alleen maar van Defensie is. Dat we dit toch echt samen moeten doen.

Barbara Visser:

het dilemma voor onszelf is zoeken naar een balans. Ik merk in ongeveer iedere aanbesteding die wij als Defensie doen, dat we voor de rechter worden gesleept omdat de ene partij iets niet krijgt. Bij de traditionele inkoop-aanbestedingswereld merk je dat de posities soms verharden. Dat begrijp ik ook, omdat de contracten die wij in de markt zetten groot zijn en die willen [bedrijven] ook winnen. Aan de andere kant zie je ook de tendens [dat bedrijven zeggen] ‘we willen geen klassieke klant-leverancier- verhouding, we willen een samenwerking met jullie aangaan voor 10 jaar of 20 jaar. Waarbij we nog niet helemaal weten wat jullie willen, maar dat willen we samen gaan ontwikkelen’. Dat is nog onontgonnen gebied. Je merkt ook in de aanbestedingswet- en regelgeving dat we dit nog niet goed met elkaar hebben doordacht. Dat geldt niet alleen voor Defensie, maar binnen de gehele Rijksoverheid. Wij leggen als Defensie deze vragen ook neer bij onze collega’s van Economische Zaken. Help ons mee te denken, hoe we dit voor elkaar kunnen krijgen. Dat zijn beide dingen die we moeten doen en dat gaat ook weer met vallen en opstaan. Er zullen ook fouten worden gemaakt.

Ik snap dat als je bijvoorbeeld bij de Defensie Materieel Organisatie werkt en jarenlang bent gestuurd op rechtmatigheid van aanbesteding en je krijgt nu te horen, maar je mag het ook anders doen. Dat je reactie zal zijn ‘wacht eens even’. We vragen iets anders van onze mensen en het duurt even voor dat gaat werken.

Kolonel Robbert van der Ven:

er is al enige tijd een stelling in beeld en daar wordt nu op gestemd. De stelling gaat over de waardering van de werkgever van de reservist.

Wordt de werkgever van de reservist voldoende gewaardeerd. Ja of nee.

Een interessante stelling. Aan de ene kant hebben we de leverancier c.q. het bedrijf waar we dingen mee delen en aan de andere kant hebben we nog een partij dat is de werkgever van de reservist. Die hier ook een belangrijke rol speelt.

Ik kijk even naar mijn volgende vragen…

Barbara Visser:

we krijgen straks de uitslag van de stemming?

Kolonel Robbert van der Ven:

de uitslag komt er aan.

Kolonel Fulco Stallmann:

deze stelling is wel heel individueel. De arbeidsomstandigheden, de relatie werkgever-werknemer zijn heel specifiek. Ik wil niets over de uitslag zeggen, maar het is wel heel individueel.

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

het valt me ook op dat de stelling gaat over de werkgever van de reservist. De reservist heeft echter een, 2 of wel meer werkgevers. Die moeten allemaal in het plaatje passen en er met elkaar goed uitkomen. Centraal daarbij is die reservist.

Kolonel Robbert van der Ven:

zouden we het moeten registreren? Ik wil weten wie jouw werkgever is?

Kolonel Fulco Stallmann:

nee.

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

zouden we het moeten registreren?

Kolonel Robbert van der Ven:

zouden we er iets mee kunnen als we weten waar de reservisten werken?

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

weten wat de reservist kan en doet bij zijn andere werkgever kan helpen om vast te stellen welke competenties ze meenemen naar Defensie en waar kunne we elkaar nog beter vinden en versterken. Maar om nou te weten waar elke reservist werkt, dat hoeft niet.

Kolonel Fulco Stallmann:

bij de vraag werd ook het woord ‘moeten’ gebruikt. Dat zou ik liever niet willen zien. Iedereen is vrij om aan te geven wat en waar hij werkt en welke expertise hij heeft. Graag zelfs. Maar als er een verplichting komt dat mensen voor zij reservist kunnen worden, moeten opgeven waar zij nog meer werken, dan lijkt me dat niet handig.

Kolonel Robbert van der Ven:

dan een vraag die wellicht eenvoudig te beantwoorden is:

Kan ik als reservist beroeps worden?

Allen

Ja.

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

steeds meer.

Kolonel Robbert van der Ven:

volgens mij waren het er bij de marine een hoop. Het cijfer ben ik vergeten.

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

we hebben de laatste anderhalf  jaar 70 mensen binnen zien stromen via het reservistenkanaal terug naar beroepsmilitair of burgerambtenaar binnen Defensie. Dat gaat goed en is ook niet heel moeilijk.

Kolonel Robbert van der Ven:

en andersom? Van beroeps naar reservist.

Kapitein-luitenant-ter-zee Riekus Hatzmann:

daar sturen we heel nadrukkelijk op. Bij alle exitgesprekken met mensen die de organisatie om uiteenlopende redenen verlaten, wordt de mogelijkheid om reservist te worden aangestipt. En je ziet dat veel mensen er absoluut en bewust voor kiezen om reservist te worden. 

Kolonel Robbert van der Ven:

ik heb cijfers bij de stelling:

wordt de werkgever van de reservist voldoende gewaardeerd?

Volgens de reservist. Het wil niet zeggen dat de werkgever dit ook zo voelt.

38 % procent van de reservisten is van mening dat de werkgever voldoende gewaardeerd wordt

62% zegt van niet

Daar hebben we dus werk te doen. We zullen meer met de werkgever van de reservist…

Kolonel Fulco Stallmann:

de prijs voor reservistenwerkgever van het jaar is niet voldoende. Het is een mooi fenomeen maar daar staan dan 10 werkgevers. Er komt 1 winnaar uit en een 2e en een 3e plaats, maar dat is niet voldoende om die relatie echt aan te trekken. Het is een mooi evenement en daar moeten we zeker meer doorgaan [maar het is niet genoeg].

Kolonel Robbert van der Ven:

vanwege de tijd zie ik dat we een beetje richting de laatste vragen gaan. We kunnen helaas niet alle vragen [nu] beantwoorden. We hebben er een heleboel niet beantwoord, maar toch nog eentje voor de commandeur.

Ik hoor continue “systemen zien hier niet op ingericht binnen Defensie”. Dit gaat mijns inziens op termijn wederom ten koste aan de motivatie van reservisten. En we wachten al erg lang.  Waarom kan het bedrijfsleven dit wel. Hoezo Defensie innovatief?

Don’t shoot the messenger, ik lees de vraag enkel voor.

Commandeur Marc Elsensohn:

het zijn niet alleen reservisten die dit denken. Dit denkt het beroepspersoneel natuurlijk ook. We hebben een hele grote organisatie en we kunnen allerlei excuses verzinnen waarom het niet kan, maar hier moeten we wel wat mee. Dit frustreert. Het frustreert de beroepsmilitair, het frustreert de reservisten en we moeten er snel mee aan de slag. Maar dat betekent dat we bepaalde zaken zullen moeten prioriteren. We hebben een systeem dat goed heeft gefunctioneerd in een andere situatie. Die systemen moeten nu veel flexibeler worden en veel sneller aan te passen zijn. IT zit daar voor een groot deel achter. We kunnen ook steeds makkelijker systemen aanpassen, want we hebben die automatiseringssystemen. Maar we moeten daar echt sneller in schakelen. Ik ben het helemaal eens met de vragensteller: hier moeten we echt werk van maken. Dit is niet iets van de reservist alleen dit ligt veel breder.

Kolonel Robbert van der Ven:

morgen klaar?

Commandeur Marc Elsensohn:

dat gaat helaas niet. We zijn een grote organisatie, maar het is wel iets dat een hoge prioriteit heeft. We moeten ons niet laten tegenhouden door een systeem.

Kolonel Robbert van der Ven:

overmorgen klaar?

Barbara Visser:

nee. Je moet hier reëel in zijn. In de tijd dat er minder geld beschikbaar was hebben we besloten om met de beschikbare middelen zo veel mogelijk gevechtseenheden overeind houden. Dat was volgens mij een hele goede keuze. We hebben er daarmee ook voor gekozen om in de bedrijfsvoering minder te doen en dat merk je nu aan alle kanten. Of het nou de legeringsgebouwen zijn of het hele simpele personeelsmodel dat we nu hebben. Dat model heet ‘peoplesoft’ maar wat kan je daar in vastleggen als je als werkgever-Defensie naar competentiegericht werken wil? samen met eventueel andere werkgevers? Dat kan niet in het huidige systeem dus moet je naar een ander systeem en daar moet je geld voor reserveren en keuzes maken. Want we willen ook nieuwe gevechtsuitrusting, legeringsgebouwen, we willen ook meer in personeel, ook nieuwe F35, ook de fregatten, we willen ook de munitievoorwaarden.. We willen het allemaal en het moet allemaal morgen.  Dat gaat helaas niet gebeuren. Maar de focus dat meer in de bedrijfsvoering zal moeten plaatsvinden, en dat is misschien niet zo sexy, want een nieuw Customer Relation Management Systeem draagt niet direct morgen bij aan meer gevechtskracht. En daar zijn we wel van. Maar je hebt zo’n systeem wel nodig als je met het bedrijfsleven professioneel wil samenwerken. Als je op competenties wil kunnen sturen dan moet je dat ergens vastleggen, zodat je dat met een druk op de knop kan opvragen. Zodat als een bedrijf zich meldt met het aanbod om samen te werken, de competenties van mensen van het bedrijf naast die van de mensen van Defensie kunnen worden gelegd om te kijken waar de match zit. Nu moet ik jou bellen en jou bellen en jou bellen en is het al weer 3 weken later.

Dit hebben we nodig, maar we hebben het nog niet. Dat betekent niet dat we dit niet gaan doen. We gaan dit absoluut doen, maar dat zal niet morgen gerealiseerd zijn. Vandaar mijn oproep “heb een beetje geduld met ons”. Het ligt niet aan de mensen in de organisatie, want die willen wel. En de stappen om hierin te investeren worden ook gedaan. Maar voordat het zichtbaar gaat worden duurt even.

Kolonel Robbert van der Ven:

het sluit erg aan bij wat de commandeur zojuist zei “achter de schermen gebeurt er een hele hoop en niet alles kan je steeds communiceren.”

Barbara Visser:

dat klopt maar het is daarom belangrijk om reële verwachtingen aan te geven. Defensie is een prachtige organisatie waarbinnen heel veel kan. Waar we de meest slimme mensen hebben werken die graag willen, maar heb soms een beetje geduld als het gaat om de snelheid van veranderingen die de organisatie -dus niet de mensen- moet realiseren. Dat is soms een beetje vallen en opstaan, maar als je daar een beetje geduld mee kan hebben dan je in Defensie een prachtige samenwerkingspartner.

Kolonel Robbert van der Ven:

ik wilde u het laatste woord gaan geven, maar volgens mij bent u dat al aan het nemen.

Ik weet niet wat er voor statistieken zijn m.b.t. dit webinar. Die zou ik hier op mijn ipad binnen krijgen..

Maar ik wil u allen: kolonel Kramer, overste Hatzmann, majoor Oost, kolonel Stallmann, hartelijk danken. Jullie zijn het gezicht direct naar de reservist. Jullie hebben er iedere dag in het veld mee te maken.

Commandeur Elsensohn, veel dank voor uw aanwezigheid. U bent niet dagelijks in de weer met reservisten zelf, maar ik weet dat u met alle beleidsdirecties in het departement met het onderwerp bezig bent.

En natuurlijk de staatssecretaris, uw hulp hebben we zo nu en dan nodig. Een zetje, een duwtje van de stas dat helpt en dat doet u ook regelmatig. 

Maar de reservisten ook. De reservisten staan met 2 benen binnen deze organisatie. Zij zijn steeds meer betrokken en ook de hulp die jullie binnen deze organisatie bieden is fantastisch.

Hiermee sluiten we de uitzending. Dank.