Landmachtoefeningen

De landmacht moet altijd klaar staan om opdrachten van de regering uit te voeren. Hiervoor moet de landmacht goed materieel hebben en personeel voorbereiden op mogelijke taken. Het zogenoemde gereedstellingsproces.

Samengestelde eenheid

Defensie zet eenheden tegenwoordig niet langer alleen in hun oorspronkelijke samenstelling in. Militaire inzet vraagt een op maat gemaakte mix van ‘zware’ en ‘lichte’ eenheden. Dit heet een taakgroep. Deze samengestelde eenheid kan zowel onder gevechtsomstandigheden als onder de bevolking optreden. De verwachting is dat dit de komende jaren zo blijft.

Oefenen onder moeilijke en onzekere omstandigheden

Recente missies leren dat operaties tegenwoordig bijna altijd onder moeilijke en onzekere omstandigheden zijn. En vaak te midden van burgers. Bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië en Afghanistan. Daarom oefent de landmacht met scenario’s met een fragiele staat, bewoond slagveld en gewapende en ongewapende partijen.

Oefenen op 8 niveaus

Het oefenproces vindt plaats op 8 verschillende niveaus, afhankelijk van de grootte van de eenheid:

  • niveau 1: individuele militair;
  • niveau 2: groep, 3 tot 8 militairen;
  • niveau 3: peloton, 20 tot 60 militairen;
  • niveau 4: compagnie, 100 tot 150 militairen;
  • niveau 5: bataljon, 400 tot 2.000 militairen;
  • niveau 6: brigade, 3.000 tot 4.000 militairen;
  • niveau 7: divisie, 15.000 tot 20.000 militairen (4 brigades);
  • niveau 8: legerkorps.

De brigade is de grootste eenheidsvorm die de landmacht kent. De niveaus 7 en 8 kunnen binnen de NAVO voorkomen, bij internationaal samengestelde eenheden.

Tot en met niveau 4 trainen eenheden zichzelf. Zo stellen zij de eigen identiteit en specialisatie veilig. Getrainde eenheden kunnen vervolgens als bouwstenen aan gevechtseenheden worden toegevoegd. Vanaf niveau 5 trainen de militairen in samengestelde vorm. Omdat de exacte samenstelling niet van tevoren is te bepalen, gebeurt dit in de meest waarschijnlijke combinatie.

Gereedstellingsproces landmachtoefeningen

Het gereedstellingsproces van de landmacht bestaat uit 3 fasen:

  • Samenstellen: de landmacht voegt personeel en materieel samen tot eenheden. Dit heeft een eenmalig en een continu karakter. Met enige regelmaat stroomt nieuw materieel of personeel in.
  • Opwerken: de landmacht traint de eenheden voor de opgedragen taken. In deze fase traint de landmacht van niveau 2 (groep) tot niveau 6 (brigade). De militairen ronden de niveautrainingen af met certificeringsoefeningen.
  • Klaar voor inzet: wanneer eenheden hun taken beheersen, zijn ze een bepaalde periode inzetbaar voor bijvoorbeeld deelname aan een missie. In deze fase zorgen eenheden voor vormbehoud door het herhalen van oefeningen.

Inzet gereedheidstraject

Wanneer de landmacht een eenheid inzet, dan wordt de inzet voorafgegaan door een zogenoemd Inzet Gereedheidstraject. De militairen leren specifieke zaken en vaardigheden voor de missie. Bijvoorbeeld specifieke cultuur- en omgangsvormen in islamitische landen. Na de inzet volgt een recuperatieperiode, voor ontwenning en herstel.