Luitenant-generaal Wijnen: “Vredesmissies zijn geen toverdrank”

‘It’s not a soldier’s job… but only a soldier can do it.’ Het waren de gevleugelde woorden van Dag Hammarskjöld, in de jaren 1953 tot en met 1961 secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten luitenant-generaal Martin Wijnen herhaalde ze gisteren in het Museon, ter ere van de UN Peacekeepers Day.

Wijnen: “Hammarskjöld refereerde natuurlijk aan VN-militairen. En aan het feit dat zij weliswaar getraind zijn voor gevechtsoperaties, maar hun vaardigheden ook voor andere doeleinden kunnen gebruiken. Namelijk voor het beschermen van mensen. En voor het bewaken van de vrede.” Volgens Wijnen is dat nog steeds zo en voert de Nederlandse krijgsmacht maar één echte ‘gevechtsmissie’ uit: boven Irak en in het oosten van Syrië om de wreedheden van ISIS te stoppen.

Pantserrupsvoertuig in Bosnië.

Archief: VN-inzet in Bosnië.

Gevaarlijke extremisten

“In al onze andere missies proberen we juist oorlog te voorkomen.” Wijnen noemt Mali als voorbeeld. “Als we daar niets doen, kunnen gevaarlijke extremisten en criminelen hun invloed vergroten. En dus ook hun activiteiten in de regio. En dan blijven bijvoorbeeld migranten, en wellicht zelfs terroristen, via Libië naar Europa komen.” Wijnen is er dan ook van overtuigd dat de militaire inzet in Mali directe gevolgen heeft voor de veiligheid van Nederlanders en de economische belangen.

Een patrouille door het vluchtelingenkamp May Saygla.

Archief: Blauwhelmen patrouilleren in vluchtelingenkamp May Saygla tijdens de United Nations Mission Ethiopia Eritrea (UNMEE).

“Dat laat onverlet, dat aan het uitvoeren van militaire missies altijd risico’s verbonden zijn. Ook VN-vredesmissies. Korea, Libanon, de Sinaï, Cambodja, voormalig Joegoslavië, Ethiopië, Eritrea en Djibouti… In al die landen zijn onze mannen en vrouwen ingezet voor de vrede en hebben ze oorlog en geweld van nabij meegemaakt”, zei Wijnen. “Zij zien dingen, maken dingen mee, die ze een leven lang niet meer vergeten.”

Adjudant Dirk Jan praat met kinderen van Malakal.

Archief: Nederlandse marechaussee voor VN in het Zuid-Soedanese Malakal.

Vluchtelingen in Zuid-Soedan

Als voorbeeld vertelde hij over het verhaal van Linda van de marechaussee, die werd uitgezonden naar Zuid-Soedan. Ze begon er met bij te dragen aan de trainingen en opleidingen van politie en leger. Door de gevechten die uitbraken tussen opstandelingen en het regeringsleger, waren de meeste politieposten al snel verlaten en duizenden mensen gevlucht. Daardoor moest de VN veel ontheemden opvangen in kampen. Linda werd belast met het beschermen van vluchtelingen. Ze kwam op een plek waar er 30.000 op elkaar zaten, die niets meer hadden en getraumatiseerd waren door wat zij hadden gezien en meegemaakt. Linda ving hen op aan de poort, controleerde of niemand drank of drugs bij zich had, assisteerde bij voedseluitgiftes en trainde mensen tot buurtwacht.

De boel sussen

Wijnen: “Maar Linda stond vluchtelingen ook bij met advies. Mannen, maar zeer zeker ook vrouwen. Want, zoals Linda zelf aangaf, vrouwen kunnen als geen ander de boel sussen bij vechtpartijen of onenigheden. En vrouwen herkennen ook eerder misbruik van vrouwen en kunnen daar dan op anticiperen.” Linda gaf ook voorlichting, om bijvoorbeeld te voorkomen dat kinderen eindigen als kind-soldaat of hoe mannen anders tegen vrouwen kunnen aankijken.

Onbetwist

Volgens Wijnen kunnen mensen daardoor mogelijk weer hoop krijgen. “Dat draagt allemaal bij als het gaat om vrede bewaren. Om het veilig houden van landen en regio’s. Het helpt dus om onze doelen te bereiken. Als Nederland. Als internationale gemeenschap.”

Voor Wijnen staat dan ook vast  dat het nut van vredesmissies onbetwist blijft, voor stabiliteit, voor vrede, voor mensen wereldwijd. “Of zoals Michel Kerres, redacteur geopolitiek bij NRC, een klein jaar geleden schreef: ‘Nee, de 71 missies van de VN sinds 1948, hebben geen vrede op aarde gebracht.  Vredesmissies zijn geen toverdrank.  Maar dankzij VN-missies daalt de kans dat conflicten oplaaien met 70 procent, blijkt uit onderzoek. En in landen mét blauwhelmen vallen minder doden.”