Interceptie van telecommunicatie

Telecommunicatie is voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten van oudsher een belangrijke bron van informatie. Ook de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) intercepteert (onderschept) telecommunicatie.

Andere communicatiemiddelen

Vroeger bestond telecommunicatie vooral uit vaste telefoon-, fax- en radioverbindingen. Door de komst van internet en mobiele telefonie kwamen daar veel mogelijkheden bij. Zoals instant messaging, draadloze netwerken en cloud computing om informatie te delen via internet.

Telecommunicatie werkt op 3 manieren

  1. Via een draadloze verbinding zoals de ether. Dit heet niet-kabelgebonden communicatie. Denk hierbij aan radioverkeer, satellieten en mobiele telefonie.
  2. Via een kabel, zoals glasvezel- en koperverbindingen.
  3. Via een combinatie van kabel of draadloze verbinding.

Kabel versus niet-kabel

Bij het onderscheid tussen kabel en niet-kabel ontstaat vaak verwarring. In de praktijk maakt telecommunicatie namelijk geen onderscheid tussen kabel en niet-kabel. Telecommunicatie gaat zowel door de kabel als door de lucht.

Bijvoorbeeld: een telefoongesprek naar Australië gaat niet via 1 ‘lijn’. Het kan voor een deel via de satelliet (niet-kabel) en voor een deel via de kabel verlopen. En op de terugweg kan het gesprek een geheel andere route volgen. De route die telecommunicatie volgt (kabel of niet-kabel), zegt niets over inhoud, bereik of type communicatiemiddel.

Wet en toezicht

De MIVD mag ongericht niet-kabelgebonden telecommunicatie onderscheppen. Dat staat in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. Ongericht onderscheppen van kabelgebonden telecommunicatie mag niet.

In de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) staat welke bijzondere bevoegdheden de MIVD heeft. Bijvoorbeeld om telecommunicatie te onderscheppen, op te slaan, te doorzoeken en kennis te nemen van de inhoud. Dit mag niet onbelemmerd en niet onbeperkt. De MIVD moet aan strenge regels voldoen zodat de inbreuk op privacy zo klein mogelijk blijft.

Ongericht intercepteren (niet-kabel/ether)

  • Voor ongericht intercepteren is vooraf geen toestemming nodig
  • De technische kenmerken van de persoon of organisatie die de MIVD zoekt, zijn niet (volledig) bekend. Denk aan een telefoonnummer en/of mailadres. Dit is te vergelijken met iemand waarvan de MIVD weet dat hij dagelijks op de snelweg rijdt. Maar niet weet met welk type auto of kenteken hij rijdt. De MIVD kan de rijder er dus nog niet gericht uitpikken.
  • De MIVD intercepteert telecommunicatie van meer gebruikers. Niet alleen van mogelijk interessante personen of organisaties.
  • In bepaalde communicatiestromen verwacht de MIVD belangrijke communicatie aan te treffen over specifieke  onderwerpen. Of tussen personen of organisaties.
  • Pas na wettelijke toestemming mag de MIVD de inhoud van een bericht bekijken.

Gericht intercepteren (kabel en niet-kabel)

  • Voor gericht intercepteren is vooraf wettelijke toestemming nodig.
  • De interceptieopdracht is bekend: communicatie van persoon of organisatie X.
  • Unieke kenmerken zijn bekend, zoals het telefoonnummer en/of e-mailadres van persoon of organisatie X.
  • De MIVD mag inhoud van de telecommunicatie te bekijken.

Een onafhankelijke commissie en de Tweede Kamer let erop dat de MIVD haar taken volgens de wet uitvoert. Meer over toezicht leest u op de organisatiepagina van de MIVD.

Inhoud en metadata

Telecommunicatie bestaat uit de inhoud van een bericht. En uit alle gegevens die eraan zijn toegevoegd voor het transport en tot stand brengen van communicatie. Dat zijn de zogenoemde metadata. Voorbeelden van metadata zijn: een telefoonnummer, IP-nummer of locatiegegevens.

Bij het ongericht intercepteren van telecommunicatie bewaart de MIVD in eerste instantie alleen metadata.

Metadata zijn minder groot en sneller te analyseren dan de inhoud van berichten. Analyse van metadata verkleint daarnaast de inbreuk op privacy. De analist heeft namelijk niet direct toegang nodig tot de inhoudelijke boodschap van een bericht. Analyse van metadata geeft aanwijzingen of de bijbehorende inhoud belangrijk is voor de nationale veiligheid en inzet van de krijgsmacht. Uiteindelijk is het overgrote deel van de data niet van belang. Die bekijkt de MIVD dus ook niet inhoudelijk.

Voor het analyseren van metadata is geen wettelijke toestemming nodig. Voor bekijken van de inhoud van een bericht wel.

Defensie beschermt wat ons dierbaar is.