De paradox in het Nederlandse Defensiebeleid

Hoe reageerde de top van het ministerie van Defensie op een van de grootste veranderingen in haar moderne geschiedenis: het einde van de Koude Oorlog? Deze vraag staat centraal in het proefschrift 'Breuklijn 1989. Continuïteit en verandering in het Nederlandse defensiebeleid 1989-1993' van luitenant-ter-zee der 1e klasse Roy de Ruiter (niet te verwarren met de Willems-Ordedrager).

Groepsfoto militairen

De deelnemers aan de conferentie van de Defensietop op de Zwaluwenberg in 1990.

Hij reconstrueerde in de eerste, onzekere jaren na de val van de Muur het handelen van de politieke en militaire leiding. Zij moesten in een periode van fundamentele veranderingen een nieuwe koers uitzetten voor de Nederlandse krijgsmacht, die in korte tijd haar belangrijkste reden van bestaan verloor. De Ruiter promoveerde vandaag aan de Universiteit van Amsterdam.

Nieuwe hoofdtaak

Het proefschrift richt zich op de totstandkoming van de Defensienota 1991 en de Prioriteitennota van 1993. Met deze nota's nam Defensie opmerkelijk snel afscheid van de vertrouwde kaders van de Koude Oorlog. De Nederlandse krijgsmacht richtte zich op een nieuwe hoofdtaak: crisisbeheersing en vredesoperaties. Een taak waarvoor Nederlandse militairen sinds 1990 bijna voortdurend zijn ingezet. Achteraf bezien, legden de beide nota’s de basis voor de hedendaagse krijgsmacht.

boekomslag

De achter- en voorkant van het proefschrift van De Ruiter.

De paradox

De Ruiter concludeert dat Defensie weliswaar snel afscheid nam van de Koude Oorlog, daar stond hardnekkige continuïteit tegenover. Ondanks de nieuwe taak, de aanzienlijke bezuinigingen en het opschorten van de dienstplicht, hield de militaire top vast aan de eigen opvattingen over de inrichting van de krijgsmacht.

Uit het onderzoek blijkt dat die opvattingen zijn te herleiden tot de 3 krijgsmachtdeelculturen: behouden wat er is. Ze hadden een dominante invloed op het handelen van de militaire top. Aangezien die erin slaagde de minister van Defensie te overtuigen geen prioriteiten te stellen, was het resultaat van 2 Defensienota’s een paradox. Terwijl de veranderingen een onmiskenbare breuk vormde in het Nederlandse Defensiebeleid, was van een wezenlijke verandering van de krijgsmacht geen sprake.

Inzicht in processen

Breuklijn 1989 is gebaseerd op een uitgebreid archiefonderzoek en interviews met de politieke, ambtelijke en militaire hoofdrolspelers. Het onderzoek biedt daarmee een uniek inzicht in de achterliggende processen en drijvende krachten achter de totstandkoming van het Nederlandse Defensiebeleid.

LTZ1 dr. Roy de Ruiter (1977) werkt op de Defensiestaf bij de Directie Plannen als stafofficier luchtoptreden. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Tussen 2009 en 2013 gaf hij les aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensieacademie. Ook deed hij daar promotieonderzoek.