McDonnell Douglas KDC-10-transportvliegtuig

De McDonnell Douglas KDC-10 is het grootste transportvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht. Het kan grote hoeveelheden vracht en personeel snel en over lange afstanden vervoeren. De KDC-10 doet ook dienst als vliegend tankstation. Ze kunnen niet alleen de eigen F-16's en F-35's in de lucht bijtanken, maar ook toestellen van andere landen.

Specificaties

  • aantal: 2 tankvliegtuigen
  • lengte: 55,43 meter
  • breedte: 50,40 meter
  • hoogte: 17,70 meter
  • motoren: 3 maal CF6-50C2 turbofan
  • vermogen: 52.500 lbs per motor
  • gewicht: leeg 120.000 kilo; maximaal gewicht 256.300 kilo
  • snelheid: kruissnelheid 890 kilometer per uur; maximaal 962 kilometer per uur
  • bereik: circa 9.700 kilometer
  • registratienummers: T-235 Jan Scheffer; T-264 Prins Bernhard;
  • fabrikant: McDonnell Douglas
  • kleur: grijs
  • in gebruik bij: Koninklijke Luchtmacht

Vracht en personeel

Bij het vervoer van vracht en personeel is te kiezen voor alleen vracht (maximaal 65 ton) of voor de combinatieconfiguratie: half passagiers (165 personen) en half vracht. Dit is hoe de vliegtuigen voornamelijk worden ingezet.

Bijtanken in de lucht

KDC-10’s kunnen andere vliegtuigen in de lucht bijtanken (air-to-air refueling). Dit gebeurt uit de eigen brandstofvoorraad. De K van KDC-10 is een internationaal gebruikt teken om aan te geven dat een vliegtuig een tanker is.

Bijtanken in de lucht gebeurt met behulp van het RARO-systeem (remote aerial refueling operator). Dit systeem bestaat onder meer uit 5 camera's en een zogenoemde boom. Dit is een smalle, 8 meter lange tankbuis die uit de achterkant van het toestel naar buiten is uit te schuiven tot een maximumlengte van 15 meter.

3D-zicht

De boom wordt direct achter de cockpit van de KDC-10 bediend door een boom-operator. Geholpen door een computerprogramma en verschillende monitoren heeft de boom-operator 3-dimensionaal zicht op het toestel dat wordt bijgetankt. Hij manoeuvreert de tankbuis met een joystick in de goede positie. 

De KDC-10 kan per minuut ongeveer 1.750 liter brandstof in de tanks van het ontvangende vliegtuig pompen. Het bijtanken van Nederlandse F-16’s en F-35’s verlengt de missieduur en verhoogt het rendement van missies. Jachtvliegtuigen kunnen namelijk ver van hun thuisbasis worden ingezet en langere tijd in een operatiegebied actief zijn. Dit vergroot de effectieve slagkracht van de F-16-vloot en op termijn de F-35-vloot fors. De vliegende tanker heeft ook een gunstig effect op de geluidoverlast omdat er minder starts en landingen nodig zijn.

Internationale hulpvluchten

De KDC-10-toestellen zijn ingezet voor humanitaire hulpvluchten naar landen in Midden- en Zuid-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten. Ook werden ze in de afgelopen jaren gebruikt voor het tanken van eigen vliegtuigen, luchtmachten van NAVO-partners rond de Balkan en voor humanitaire vluchten in Europa.

Een bijzonder voorbeeld van de flexibiliteit van de KDC-10 was een vlucht tijdens de Kosovo-crisis. Een KDC-10 voorzag eerst boven Zuidoost-Europa NAVO-vliegtuigen van brandstof. Daarna nam het op het vliegveld van Skopje in Macedonië vluchtelingen uit Kosovo aan boord en bracht hen naar Nederland.

Haïti

Voor de operatie Enduring Freedom in Afghanistan werd in 2002 een KDC-10 op het vliegveld Al Udeid in Qatar gestationeerd. Voor ISAF (International Security Assistance Force), de NAVO-operatie in Afghanistan. voerde het toestel vervolgens in 2004 vluchten uit vanaf Manas Airport in Kirgizië. Tijdens de Nederlandse deelname aan ISAF is de KDC-10 wekelijks ingezet voor het vervoer van vracht en passagiers naar Afghanistan.

In 2010 is de KDC-10 ingezet voor humanitaire vluchten van en naar Haïti dat door een zware aardbeving werd getroffen. Zo werden hulpgoederen ingevlogen en mensen geëvacueerd.

Aankoop

De Koninklijke Luchtmacht kocht in juni 1992 2 DC-10-verkeersvliegtuigen van luchtvaartmaatschappij Martinair. Beide DC-10's werden omgebouwd tot multifunctionele transport- en tankervliegtuigen en halverwege 1995 in gebruik genomen.  

De aanpassing van de DC-10 vliegtuigen omvatte de installatie van een boom-systeem en -verlichting, de aanpassing van de brandstof-, elektrische en hydraulische systemen voor het gebruik van deze boom en een RARO-bedieningsstation. Ook werden militaire vliegtuigelektronica en navigatie- en communicatiemiddelen geïnstalleerd.

Stationering

De KDC-10 toestellen, de Prins Bernhard (T-264) en luchtvaartpionier Jan Scheffer (T-235), zijn ingedeeld bij 334 Squadron op Vliegbasis Eindhoven.