Reddingsteam na moeizame reis in Haïti

“Overal liggen mensen langs de straten: dood”, zegt luitenant-kolonel Hans van de Ven. “Wat je hoort is waar. Er zijn heel veel slachtoffers.” De overste werd op 14 januari als eerste van het Nederlandse Urban Search & Rescue (USAR) team geconfronteerd met het immense leed in Haïti na de verwoestende aardbeving van 2 dagen eerder.

Van de Ven, geplaatst in het Amerikaanse Tampa in Florida, wacht op het Haïtiaanse vliegveld bij Port-au-Prince op de eerste civiele MD 83 vanuit Curaçao. Aan boord zit de rest van het ruim 60 leden tellende Nederlandse reddingsteam, plus 8 honden met geleiders. Per KDC-10 zijn ze één dag nadat het natuurgeweld genadeloos toesloeg naar deze eilandstaat in de Caribische Zee vertrokken.

Vanuit de lucht is de destructie goed te zien

Beeld: UN Photo/Logan Abass

Uitwijken naar Curaçao

“Hier landen zat er gewoon niet in”, vertelt Van de Ven. “Niet omdat ze ons niet willen, maar door de enorme toestroom van hulpgoederen via dit kleine vliegveld. Lossen van vliegtuigen kostte soms uren. Om via de aangrenzende Dominicaanse Republiek mensen, middelen en goederen naar Haïti te sturen, bleek logistiek geen haalbare optie. Dus restte de KDC-10 bemanning niets anders dan uit te wijken naar Curaçao. Vanaf daar gaat alles wat naar Haïti moet via kleinere toestellen die makkelijker terecht kunnen op Port-au-Prince. De eerste MD 83 kan elk moment landen.”

VN-militairen bij een ingestort gebouw

Beeld: UN Photo/Logan Abass

Meteen aan de slag

In die tussentijd zat de landmachtoverste niet stil. “Ik heb de inzet en logistiek vast voorbereid voor hulpverlening op een door de VN aangegeven locatie." Wat dat betreft kan het Nederlandse team meteen na aankomst aan de slag voor zijn primaire taak: het zoeken naar overlevenden. Hoe sneller, hoe beter natuurlijk, want de situatie vraagt om alle mogelijke hulp die te krijgen is. Dit zeker ook met het oog op de temperatuur die gedurende de dag makkelijk tot boven de dertig graden oploopt.

Pakistan

Van de Ven, die ook deel uitmaakte van het USAR-team na de aardbeving in het Pakistaanse Bagh in oktober 2005, is wat visuele ellende betreft wel wat gewend. Echter, “de ellende in deze stad is veel zichtbaarder, vooral ook omdat het hier een verwoeste stad betreft. Maar het grijpt net zoveel aan als destijds het leed in de bergen van Pakistan.”