Nieuwe dreigingen vragen om militair sterkere EU

“Zowel de NAVO als de EU spelen voor Nederland een belangrijke rol op veiligheidsgebied. Daarom is het kabinet voor een ‘én-én benadering’: zowel investeren in de NAVO als in het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van de EU. Meer militair handelingsvermogen van de Europese landen komt beiden ten goede.” Hiermee reageert minister Ank Bijleveld-Schouten op de vandaag verschenen evaluatie van het GVDB door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB).

De evaluatie van het GVDB bestaat uit 2 deelrapporten en beslaat de periode 2016-2019. Nederland mist een langetermijnvisie als het gaat om gemeenschappelijk Europees defensie- en veiligheidsbeleid. Dat staat in het 1e deelrapport ‘Pragmatisme voorbij’. Er mist volgens de IOB een langetermijnvisie en er is meer sturing nodig op de toekomst van het GVDB, zowel in de Europese veiligheidsarchitectuur als in relatie tot de NAVO.

Robuuster

De minister overlegde vandaag in Berlijn met haar Europese collega´s over het Europese Defensiebeleid. De Defensieministers spraken over het strategisch kompas en de gezamenlijke dreigingsanalyse die wordt opgesteld. Ook werd gesproken over operationele EU-inzet. Nederland wil partnerlanden beter in staat stellen om hun eigen veiligheid te waarborgen. Het steunt daarom de inzet om de mandaten van EU-trainingsmissies aan te passen zodat robuuster te werk kan worden gegaan.

Bijleveld: “Ik ben het met de IOB eens dat de veiligheid van Europa onder druk staat door nieuwe dreigingen en ingrijpende geopolitieke verschuivingen. Het coronavirus verhoogt die druk alleen maar. Europa en dus ook Nederland moeten dus meer verantwoordelijkheid nemen voor hun veiligheid.”

Snelle investeringen noodzakelijk

Snelle investeringen op het terrein van Defensie zijn dan ook noodzakelijk. Alleen zo kan Nederland een betrouwbare partner zijn en is de veiligheid van Europa, ook in de toekomst, te borgen.

‘De kloof gedicht’ is de titel van het 2e deelrapport. Hierin stelt de IOB dat er een kloof bestaat tussen de ambities en de militaire en civiele middelen in het GVDB. Dat moet veranderen en bovendien moeten nieuwe initiatieven, zoals PESCO en het Europees Defensiefonds, beter op elkaar aansluiten.

De IOB is in grote lijnen lovend over de coördinatie, consistentie, inzet en effectiviteit van het Nederlandse beleid. Op deelterreinen als militaire mobiliteit en tijdens het EU-voorzitterschap in 2016 boekte Nederland goede resultaten. Wel vindt de IOB dat er meer personele capaciteit nodig is. Daarmee moet meer (strategisch) uitvoering worden gegeven aan het GVDB en zo kan Nederland een meer volwaardige partner zijn voor de andere EU-lidstaten.

Een uitgebreide kabinetsreactie op de evaluatie volgt nog.