Operatie Unified Protector in Libië

Duur missie:
23 maart 2011 - 31 oktober 2011
Aantal militairen:
532
Dodelijke slachtoffers:
geen
Dapperheidsonderscheidingen:
geen

Begin 2011 kwam een deel van de Libische bevolking in opstand tegen de regering van de dictator Moammar al-Qadhafi. Het verzet kwam voort uit eerdere protesten in Tunesië en Egypte voor meer democratie. Een beweging, die later bekend werd als de Arabische Lente.

In eerste instantie eisten de demonstranten alleen het vertrek van Qadhafi en democratische verkiezingen. De Libische regeringstroepen sloegen de demonstraties met grof geweld neer. Daarna sloeg de situatie al snel om naar een opstand. De VN-Veiligheidsraad veroordeelde het geweld en stelde op 26 februari 2011 een wapenembargo in voor Libië.

Militaire acties

Vanwege het aanhoudende geweld gaf de Veiligheidsraad op 17 maart toestemming voor militaire acties tegen het regime van Qadhafi. Dit om bedreigde burgers te beschermen. Een coalitie van NAVO-landen, aangevuld met enkele landen van de Arabische Liga, stelden met operatie Unified Protector een no-flyzone en een blokkade in. De NAVO dwong met schepen, onderzeeboten en patrouillevliegtuigen het wapenembargo af.

Door de internationale coalitie beschikbaar gestelde gevechtsvliegtuigen zorgden voor het handhaven van de no-flyzone. Daarnaast vonden aanvallen op gronddoelen plaats. Alleen landen die akkoord waren gegaan met dit deel van de VN-resolutie, namen deel aan de bombardementen. Operatie Unified Protector eindigde na de val van het Libische regime op 31 oktober 2011.