Nederlands aandeel in European Union Police Mission I en II (EUPM)

De ministerraad bood de Europese Unie 8 november 2002 20 militairen van de Koninklijke Marechaussee en 8 civiele politiefunctionarissen aan. Het aantal functionarissen van de marechaussee schommelde in de praktijk tussen de 20 en 22 personen, terwijl er 8 tot 11 civiele politiefunctionarissen deelnamen.

Zij werden steeds voor een jaar uitgezonden. In mei 2002 vertrok al een onderofficier van de marechaussee naar Bosnië-Herzegovina om het planningsproces op te starten. Hij kreeg op 2 september gezelschap van een collega. Het merendeel van de overige Nederlandse leden reisde in de maanden november en december 2002 naar het missiegebied.

Training en opleiding voor politie

De marechaussees verzorgden trainingen en opleidingen bij de toezichthoudende diensten van de lokale politieorganisaties in de verschillende kantons. De civiele politiefunctionarissen verzorgden opleidingen voor en gaven ondersteuning aan het lokale midden- en hogere politiekader. Het eerste jaar van de missie verliep over het algemeen succesvol.

Afwijkende standaarden

Wel bleek dat niet iedereen dezelfde methodes en standaarden gebruikte. De European Union Police Mission (EUPM) besloot daarom alle politieadviseurs voorafgaand aan de missie samen een training te geven. Brigadegeneraal Henk Groeneveld van de marechaussee bekleedde van 25 juni 2004 tot 31 december 2005 de functie van plaatsvervangend hoofd EUPM.

Vooruitgang

Omdat belangrijke politiehervormingen uitbleven kon de EUPM niet altijd even effectief optreden. Daarnaast mislukten veel projecten door wijdverspreide corruptie. Er was echter wel degelijk sprake van vooruitgang. De Nederlandse regering besloot voor EUPM II 10 personen beschikbaar te stellen: 4 militairen van de Koninklijke Marechaussee en 6 civiele politieagenten.