Operatie Enduring Freedom in Afghanistan

Duur missie:
22 oktober 2001 - 28 december 2014
Aantal militairen:
4.056
Dodelijke slachtoffers:
geen
Dapperheidsonderscheidingen:
geen

De Afghaanse hoofdstad Kabul werd het middelpunt van de strijd tussen 2 verzetsbewegingen. Dit na de terugtrekking van Sovjettroepen in februari 1989 en de val van het communistische regime in april 1992. De strijd leidde tot de verwoesting van grote delen van de stad.

In 1994 ontstond onverwacht een nieuwe militaire macht: de Taliban (meervoud van Talib, oftewel religieus student). Binnen enkele jaren veroverden zij grote delen van het land. Slechts in het noorden hielden enkele moedjahedien-groeperingen stand, verenigd in de Noordelijke Alliantie.

Al Qa’ida

In de strijd tegen de Sovjetunie had het Afghaanse verzet hulp gekregen van Al Qa’ida, de door Osama bin Laden geleide islamitisch-fundamentalistische strijdgroep. Bin Laden verplaatste de trainingskampen van Al Qa’ida in 1994 naar Sudan. Hij vormde de organisatie om tot een omvangrijk internationaal terroristisch netwerk. Onder druk van de Verenigde Staten sloot de Sudanese regering in 1996 haar deuren voor Al Qa’ida. Bin Laden en zijn gevolg vonden een nieuw toevluchtsoord in het Afghanistan van de Taliban.

VS verklaart oorlog aan terrorisme na 9/11

Op 11 september 2001 voerde Al Qa’ida aanslagen uit in New York en Washington DC. De Verenigde Staten deden daarop een beroep op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties (het recht op zelfverdediging). Het land verklaarde het terrorisme de oorlog. Het eerste doelwit was het Taliban-bewind dat Osama bin Laden en zijn organisatie onderdak bood. De regering in Kabul weigerde echter om Osama en zijn volgers uit te leveren. De Verenigde Staten besloten daarom om met het Verenigd Koninkrijk en Australië op 7 oktober in de aanval te gaan. Operatie Enduring Freedom was een feit.