Kosovo Force 1999 - 2000 (KFOR)

Duur missie:
12 april 1999 - 8 augustus 2000
Aantal militairen:
4.179
Dodelijke slachtoffers:
1
Dapperheidsonderscheidingen:
geen

Kosovo kreeg in de Joegoslavische grondwet van 1974 de status van zelfstandig gebied binnen de deelrepubliek Servië. De meerderheid van de Kosovaren was van Albanese afkomst, een kleine minderheid van Servische. De Servische president Milošević ontnam Kosovo in 1989 zijn zelfstandige status.

In de jaren daarna verloren de Albanezen alle rechten die het behoud van de eigen taal en cultuur garandeerden. Het nationalistische gevoel waarop Milošević inspeelde en zijn onderdrukkende beleid tegen de Albanese Kosovaren leidden in de jaren ‘90 tot een gewapende strijd in Kosovo. Die werd in 1998 zo hevig dat hij omringende landen dreigde mee te sleuren.

NAVO-vredesmacht

De Serviërs waren pas na een wekenlange bombardementscampagne van de NAVO bereid een akkoord te tekenen over de gefaseerde terugtrekking van alle eigen leger- en politie-eenheden uit Kosovo. Een door de NAVO geleide vredesmacht (Kosovo Force, KFOR) zag toe op de handhaving van het staakt-het-vuren. En op het scheppen van voorwaarden voor de veilige terugkeer van de gevluchte Albanese Kosovaren.

Dit hield onder meer in:

• het ontwapenen van de Kosovaarse bevrijdingsbeweging UCK;

• het handhaven van orde en rust tot United Nations Interim Administration Mission in Kosovo (UNMIK) deze taak overnam;

• een begin maken met mijnenruimen;

• het uitvoeren van grenscontroles;

• het ondersteunen van UNMIK;

• het verzekeren van de eigen bewegingsvrijheid en die van de internationale organisaties.