Operaties in het Grote Merengebied, Centraal-Afrika (1993-1994)

Duur missie:
17 augustus 1993 - 12 november 1994
Aantal militairen:
167
Dodelijke slachtoffers:
geen
Dapperheidsonderscheidingen:
geen

Begin jaren '90 bereikten de conflicten tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda een nieuw dieptepunt. De strijd tussen de Tutsi-rebellenbeweging Rwandese Patriotic Front (RPF) en het Hutu-regeringsleger leidde, op verzoek van de partijen, tot bemoeienis van de VN.

Na de waarnemingsmissie United Nations Observer Mission in Uganda-Rwanda (UNOMUR) besloot de Veiligheidsraad op 5 oktober 1993 tot de oprichting van een vredesmacht: de United Nations Assistance Mission in Rwanda (UNAMIR).

De 2.500 blauwhelmen en 330 militaire waarnemers van deze missie moesten een bijdrage leveren aan het moeizame vredesproces:

• door toe te zien op de veiligheid in de Rwandese hoofdstad Kigali;

• De handhaving van een staakt-het-vuren;

• door te helpen bij de terugkeer van vluchtelingen;

• door te assisteren bij het opzetten van mijnruimingsprogramma’s;

• bij de voorbereiding van vrije verkiezingen.

Ondanks dit VN-ingrijpen mondde de burgeroorlog in 1994 alsnog uit in genocide, waarbij binnen enkele weken naar schatting 800.000 mensen om het leven kwamen.