Embargo op de Adriatische Zee: het Nederlandse aandeel in de operatie

Nederland stelde als lid van de NAVO een fregat beschikbaar voor de operaties Maritime Monitor en Maritime Guard. Voor de operaties Sharp Vigilance en Sharp Fence leverde ons land ook 2 P-3C Orion-patrouillevliegtuigen. Die observeerden vanaf het naval air station Sigonella op Sicilië het scheepvaartverkeer in het zuidelijk deel van de Adriatische Zee.

Nederland handhaafde deze bijdrage tijdens operatie Sharp Guard. Nederlandse militairen observeerden het scheepvaartverkeer ook vanuit E-3A AWACS-toestellen als radaroperators en luchtgevechtsleiders.

Verdachte schepen

De deelnemende schepen waren tot 16 november 1992 niet bevoegd om verdachte schepen aan te houden of te onderzoeken. De NAVO en West-Europese Unie (WEU) mochten de verdachte schepen maar tot op 450 meter naderen. Na 16 november mocht een verdacht schip door zwaar bewapende mariniers veilig worden gesteld. Hierna ging een controleteam van 10 personen aan boord. De Koninklijke Marine stelde ook 2 keer een onderzeeboot beschikbaar om het embargo te handhaven. Een van de Orion-patrouillevliegtuigen werd vooruitlopend op de opschorting van de operatie al op 2 april 1996 teruggetrokken.

Operatie Grapple

Een bijzondere missie in de Adriatische Zee was de door Groot-Brittannië geleide operatie Grapple. De schepen die hiervan deel uitmaakten moesten waar nodig assisteren bij de evacuatie van Britse en Nederlandse troepen uit Bosnië. Een Nederlands fregat beschermde van februari tot december 1993 het Britse vliegdekschip HMS Ark Royal. Het bevoorradingsschip Hr. Ms. Zuiderkruis bevoorraadde onder meer de schepen van operatie Grapple.