Nederlands aandeel in de Golfoorlog

De Nederlandse regering stelde achtereenvolgens maritieme middelen, een medisch team en Patriot-lanceerinrichtingen beschikbaar. In augustus 1990 vertrokken uit naam van de West-Europese Unie (WEU) 2 fregatten naar de Perzische Golf.

Dit waren het standaardfregat Hr. Ms. Pieter Florisz en het luchtverdedigingsfregat Hr. Ms. Witte de With. De Pieter Florisz had 2 Lynx-helikopters aan boord met .50 mitrailleurs tegen speedboten. Beide fregatten waren onder meer uitgerust met het SGE-30 Goalkeeper snelvuurkanon tegen inkomende raketten.

Operatiegebied

De Nederlandse schepen zagen aanvankelijk slechts in de Straat van Hormoez toe op de naleving van het VN-handelsembargo. Op 8 oktober 1990 kregen de Nederlandse schepen van minister van Defensie Relus ter Beek toestemming in de Perzische Golf zelf te komen (tot breedtegraad 27°30). Pas op 31 januari 1991 gaf Ter Beek de gehele Perzische Golf als operatiegebied vrij.

Aflossing

Op Sinterklaasavond 1990 werden de fregatten afgelost door het standaardfregat Hr. Ms. Philips van Almonde, het luchtverdedigingsfregat Hr. Ms. Jacob van Heemskerck en het bevoorradingsschip Hr. Ms. Zuiderkruis. De Nederlandse fregatten beschermden Amerikaanse vliegdek- en slagschepen in de Golf. De Zuiderkruis werd ingedeeld bij de bevoorradingspool in het centrale deel van de Golf.

Mijnenjagers

De schepen verlieten op 29 maart 1991 de Perzische Golf. 3 mijnenjagers namen de fakkel over. De Nederlandse regering besloot die begin maart wederom in West-Europese Unie (WEU)-verband uit te zenden. Het waren Hr. Ms. Harlingen, Hr. Ms. Haarlem en Hr. Ms. Zierikzee. Deze schepen werden ingezet om mijnen te ruimen voor de kust van Koeweit. De Harlingen en Haarlem begonnen op 13 juni in WEU-verband aan de terugreis. De bemanning van de Zierikzee werd rond diezelfde datum afgelost. Het schip onder bevel van luitenant-ter-zee der 1e klasse A.D. Sepp bleef tot eind juni in de Golf.

Noodhospitaal

Een mobiel noodhospitaal met 53 militairen van de Koninklijke Marine vertrok op 11 januari 1991 naar Jebel Ali. Het bood uitgebreide chirurgische zorg aan de scheepsbemanningen. 2 P-3C Orion-patrouillevliegtuigen werden op hun thuisbasis Valkenburg achter de hand gehouden voor de afvoer van gewonden naar Nederland. Het hospitaal werd opgenomen in de Britse medische evacuatieketen. Het noodhospitaal keerde in de tweede helft van maart terug naar Nederland.

Medisch team

Begin februari 1991 arriveerde een uitgebreid medisch team van de Koninklijke Landmacht in Saudi-Arabië. Dit was op verzoek van Groot-Brittannië in verband met het komende grondoffensief. Het team van 31 militairen werd ingedeeld bij een Zweeds noodhospitaal bij de hoofdstad van Saudi-Arabië, Riaad. Geallieerde gewonden kreeg het Nederlandse medische personeel niet te zien. Wel behandelde het team ongeveer 180 Iraakse militairen. Op 3 april keerden de militairen terug naar Nederland.

Bescherming Turkije

Turkije verzocht de Nederlandse regering begin januari 1991 om een luchtverdedigingseenheid. Dit tegen mogelijke Iraakse aanvallen met Scud-middellangeafstandsraketten. De regering besloot hieraan gehoor te geven en stuurde 10 Patriot-lanceerinrichtingen (2 squadrons) met 177 personen naar de vliegbasis Diyarbakir in Turkije.

2 squadrons HAWK's voegden zich in februari bij de Patriot-squadrons. De HAWK (Homing All the Way Killer) is een geleide-wapensysteem dat geschikt is voor de strijd tegen luchtdoelen op geringere hoogte. Het vulde daarmee de Patriot aan in kritieke zones.

Israël

De Nederlandse regering bood Israël op 18 januari 1991 een Patriot-squadron aan om het gevaar van de Iraakse Scuds te bezweren. Israël wilde eerst geen gebruik maken van dit aanbod, maar kwam daar half februari op terug. Eind februari arriveerden 8 Patriot-lanceerinrichtingen met personeel in Israël. Alle eenheiden vertrokken eind maart naar Nederland.