Stormvloed in Hamburg: het Nederlandse aandeel

In het kader van de ‘voorwaartse verdediging’ van de NAVO was half oktober 1961 een voorhoede van het Nederlandse Eerste Legerkorps op West-Duits grondgebied gelegerd. Dat was in de kampen Bergen-Hohne en Fallingbostel, ten oosten van de Weser. Tot deze voorhoede behoorden onder meer onderdelen van het Korps Commando Troepen, 11 Geniebataljon en 2 compagnieën van 41 Geniebataljon.

Rampgebied bijstaan

Op zaterdagavond 17 februari verzochten de Duitse autoriteiten de NAVO-bondgenoten troepen te leveren om de bevolking in het rampgebied bij te staan. Een compagnie genisten en een peloton commando’s gingen naar de oude vestingstad Stade, ten westen van Hamburg. Andere Nederlandse militairen werden ingezet op het eiland Krautsand. Dit onbedijkte eilandje in de Elbe bleek zwaar getroffen door een metershoge vloedgolf.

Ravage opruimen

De Nederlandse mankracht, vrachtauto’s en pompen waren vooral nodig om de ravage op te ruimen en het overtollige water weg te pompen. De werkzaamheden in de week na de ramp bestonden vooral uit het ruimen van puin en kadavers, het herstellen van wegen en bruggen en het vlottrekken van vastgelopen schepen. Aan de noordkant van de plaats Freiburg brachten Nederlandse genisten samen met Duitse militairen het wegdek weer op niveau.

Nieuwe springvloed

Op woensdag 20 februari schrok de bevolking van Hamburg en omgeving op van een nieuwe springvloed. Deze bleek echter niet zo krachtig als de vorige en richtte geen noemenswaardige schade aan. Alleen het zogenoemde Altes Land ten zuidwesten van Hamburg werd weer getroffen. Van donderdag 22 tot en met zondag 25 februari hielpen Nederlandse militairen dit gebied weer in orde te maken.