United Nations Emergency Force (UNEF)

Duur missie
12 november 1956 - 28 december 1956
Aantal militairen
1
Dodelijke slachtoffers
geen
Dapperheidsonderscheidingen
geen

Het Suezkanaal in Egypte stond tot 1956 onder toezicht van Frankrijk en Groot-Brittannië. In juli van dat jaar nationaliseerde de Egyptische president Nasser het kanaal. Hierop grepen Israël, Frankrijk en Groot-Brittannië militair in. De VN, de VS en de Sovjet-Unie veroordeelden deze acties in felle bewoordingen. In afwachting van een politieke oplossing riep de VN een vredesmacht in het leven.

Op 29 oktober 1956 trokken Israëlische troepen de Sinaï binnen. Zij rukten in enkele dagen op naar het Suezkanaal. Op 5 november volgde een Frans-Britse luchtlandingsoperatie bij Port Said. Een dag later arriveerde per schip Frans-Britse versterkingen in die havenstad.

Oprichting van de vredesmacht

Inmiddels was al besloten een vredesmacht op te richten, de United Nations Emergency Force (UNEF). De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nam dit besluit op 4 november (resolutie 998 (ES-I)). Deze vredesmacht moest de partijen gescheiden houden in afwachting van een politieke oplossing. De chef-staf van United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) kreeg de leiding over de nieuwe vredesmacht. Dit was de Canadese generaal-majoor Eedson Burns. Hij kreeg opdracht uit zijn waarnemerskorps officieren te selecteren voor de kern van UNEF.

Zwart-wit-foto van 5 mannen die aan tafel een besperking. 2 mannen schudden elkaar de hand.
Beeld: NIMH
Kapitein J.A. Bor (aan het hoofd van de tafel) neemt deel aan de besprekingen over de terugtrekking van Israëlische militairen uit de Sinaï en de uitwisseling van krijgsgevangenen. Rechts de opperbevelhebber van de Israëlische strijdkrachten, generaal Mosje Dajan. Links de commandant van UNEF-I, generaal-majoor E.L.M. Burns.

Nederlandse waarnemer

Burns koos de Nederlandse kapitein J.A. Bor als een van de officieren voor de UNEF-staf. Bor arriveerde op 12 november 1956 met de andere UNTSO-waarnemers in het tijdelijke UNEF-hoofdkwartier in Caïro. Hij werd aangesteld als hoofd van de inlichtingensectie. In die rol nam hij in december 1956 deel aan de onderhandelingen met generaal Mosje Dajan (de architect van de Sinaï-campagne). De deelnemers spraken over de terugtrekking van het Israëlische leger uit de Sinaï.

De positie van Nederland in de onderhandelingen met Egypte stond echter ter discussie. De Egyptische vertegenwoordigers stelden deelname van het als pro-Israël bekendstaande Nederland aan UNEF niet op prijs. Hierdoor moest kapitein Bor zijn functie al snel weer opgeven. Hij keerde op 28 december 1956 terug naar UNTSO.

Vanwege een latere missie onder dezelfde naam (1973-1979), zou deze uit 1956 overigens bekend komen te staan als de First United Nations Emergency Force (UNEF-I). Nederland nam geen deel aan UNEF-II.