Korea-oorlog: het Nederlandse aandeel

De Nederlandse regering bood op 3 juli 1950 de in Indonesië gestationeerde torpedobootjager Hr. Ms. Evertsen aan voor de VN-operatie in Korea. Secretaris-generaal Trygve Lie van de VN deed op 15 juli 1950 opnieuw een beroep op de Nederlandse regering.

De VN hadden grote behoefte aan versterkingen in de vorm van infanteriebataljons. Het kabinet toonde zich onder grote Amerikaanse druk bereid om een infanterie-eenheid beschikbaar te stellen: het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN). Dit detachement was samengesteld uit vrijwilligers. Uit deze vrijwilligers werden 2 tirailleurcompagnieën, een ondersteuningscompagnie en een staf en stafcompagnie gevormd. Zo'n 100 tot 300 Katusa’s (Korean Army Troops United States Army), ook wel ROKS (Republic of Korea Soldiers) genoemd, werden aan de eenheid toegevoegd.

Rol van de de marine

De Koninklijke Marine leverde ook een aandeel. De maritieme strijdkrachten van de VN stonden onder het bevel van de commandant van de Amerikaanse zeestrijdkrachten in het Verre Oosten. De opeenvolgende Nederlandse schepen kregen veel verschillende taken. Gemiddeld voerde elk Nederlands schip 10 patrouilles uit, merendeels langs de westkust van Korea. Regelmatig kregen de schepen ook tot taak een Amerikaans of Brits vliegdekschip te escorteren. De Nederlandse schepen kregen daarnaast opdracht aanvoerlijnen te beschermen en vijandelijke troepenconcentraties, versterkingen en infrastructuur te beschieten.

Verloop grondoorlog

De Koreaanse grondoorlog verliep grofweg in 3 fasen. De eerste fase begon op 25 juni 1950 met de Noord-Koreaanse aanval en duurde tot 31 december 1950. De strijd golfde in die periode over het hele land. Eind december 1950 stabiliseerde de strijd langs een frontlijn ten zuiden van de 38e breedtegraad. In de jaren daarna speelde de strijd zich hoofdzakelijk af in dit gebied.

Desondanks was er in de tweede fase van de oorlog nog steeds sprake van grote frontbewegingen, met in enkele gevallen een diepte van 80 tot 100 kilometer. Tijdens de derde fase (van 10 juli 1951 tot aan het bestand van 27 juli 1953) liep het front in grote lijnen van de monding van de rivier de Imjin via Chorwon, Kumhwa en Mundungni naar de oostkust. Er zat nog wel enige beweging in de frontlijn, maar die verschoof nooit meer dan 15 tot 20 kilometer.

Nederlands detachement

De operationele taken van het NDVN hingen over het algemeen nauw samen met de fase waarin de Korea-oorlog zich bevond. Frontperiodes werden afgewisseld door periodes van rust in regiments-, divisie- of legerkorpsreserve. Het NDVN werd na terugkeer in Nederland op 15 december 1954 officieel opgeheven.