Op oefening

Een militair heeft een bijzondere taak. De militair is opgeleid om te vechten. Hij doet dit niet rücksichtslos, maar weloverwogen en doelgericht. Dat vergt het uiterste van een militair. Het vereist intensieve oefening van skills and drills, gericht op het functioneren en het overleven op het gevechtsveld.

Oefenen!

Tijdens de Koude Oorlog was de oorlogstaak van het leger onder NAVO-commando duidelijk. Op de Noord-Duitse laagvlakte bereidde men zich voor op een vooruitgeschoven verdediging (forward defence) tegen het Warschaupact. Daarbij konden nucleaire wapens worden ingezet.

Daarmee wist de (dienstplichtige) militair wat er moest gebeuren: oefenen! Steeds opnieuw, met steeds weer nieuwe lichtingsploegen, om de paraatheid op peil te houden. Maar ook mobilisabele eenheden moesten regelmatig oefenen: grote aantallen dienstplichtigen werden dan ‘op herhaling’ geroepen. Veel vaders van huidige militairen kunnen hierover meepraten.

In Duitsland en Frankrijk

Voor het oefenen in grote verbanden waren de Nederlandse oefenterreinen te krap. De landmacht week daarom regelmatig uit naar het buitenland. Grote internationale oefeningen vonden in Duitsland plaats. Denk daarbij aan Grand Repulse en Battle Royal waaraan 422 Bataljon Infanterie Johan Willem Friso in de jaren ‘50 deelnam.

Van 1959 tot 1964 oefende de landmacht vooral in het Franse La Courtine. Een plaatsnaam die bij veel voormalig dienstplichtigen herinneringen oproept aan een groot avontuur en veel wachten. Maar het herinnert ook talrijke sterke verhalen.

Halverwege de jaren ’60 was er meer ruimte nodig om samen met de tanks het gemechaniseerde gevecht te oefenen. Dit was na de komst van het gepantserde materieel bij de infanterie. Voor grootschalige oefeningen week de landmacht in deze periode vooral weer uit naar Duitsland.

Op de oefenterreinen van Sennelager en Vogelsang liggen heel wat voetsporen van de pantserinfanteristen van RIJWF. In de kou, de regen of de hitte leerden zij de fijne kneepjes van het vak. Maar ook de openbare weg, akkers, velden en dorpen waren het toneel van grootschalige manoeuvres. Namen van grote legerkorpsoefeningen als Big Ferro, Saxon Drive, Atlantic Lion en Free Lion staan bij velen in het geheugen gegrift.

Militaire patrouille per jeep.

Op patrouille.

Na de Koude Oorlog

De val van de Berlijnse Muur markeerde het einde van de Koude Oorlog. Daarna veranderde het takenpakket van de krijgsmacht ingrijpend. Het leger werd toegerust om in conflictgebieden de vrede en internationale rechtsorde te handhaven of te herstellen. Dat was goed merkbaar toen 44 Pantserinfanteriebataljon in 2005 deel uitmaakte van de NATO Response Force (NRF). Deze ‘brandweer’ van het bondgenootschap was overal ter wereld inzetbaar.

Pantserinfanteristen deden als onderdeel van de NRF mee aan de grote oefeningen Noble Javelin op en rond de Canarische Eilanden en Iron Sword in Noorwegen. Zij moesten niet alleen oorlog kunnen voeren. Zij moesten ook tactvol op kunnen treden tegen demonstranten in een gebied vol etnische spanningen. Zelfs als er terroristische acties dreigden. Kortom, het werk van de infanterist werd anders, veelzijdiger.