Geniekazernes

De Van Brederodekazerne in Vught is de ‘thuishaven’ van het Regiment Genietroepen. Maar het is slechts 1 van de plaatsen waar de genie een thuis vond: de genisten legerden bij hun werkgebied of volgden de manoeuvre-eenheden waarbij ze waren ingedeeld.

Zwart-wit foto van een peloton Spoorwegtroepen in 1900.
Een peloton Spoorwegtroepen op de Damlustkazerne in Utrecht, omstreeks 1900. (Foto: NIMH)

Van garnizoen naar legerplaats

In de 19e eeuw was de genie nog zo klein dat de compagnieën meestal op 1 locatie waren geconcentreerd. Dat gebeurde voor het eerst in Arnhem, waar het Bataljon Mineurs en Sappeurs in 1841 in het garnizoen arriveerde. Daar bleef het bataljon tot 1854. In 1913 zou het Regiment Genietroepen zijn intrek nemen in de Kromhoutkazerne in Utrecht, die speciaal voor de genie was gebouwd.

In de tussentijd wisselde de genie nog een paar keer van garnizoen, maar de meeste jaren brachten de genisten in Utrecht door. Die stad speelt dus met recht een grote rol in de geschiedenis van het regiment. Hier bouwden de genisten met eigen handen de, inmiddels verdwenen, Damlustkazerne.

Na de Tweede Wereldoorlog raakte de genie meer verspreid over het land. De pantsergenie volgde de brigades naar de verschillende legerplaatsen die vooral in de beginjaren van de Koude Oorlog werden gebouwd. Dit bracht de genie zelfs naar Hohne en Seedorf in Duitsland.

Zwart-wit foto van de Kromhoutkazerne in Utrecht.
De Kromhoutkazerne in Utrecht, nu grotendeels verdwenen. (Foto: NIMH)

Tegenwoordig is de genie gelegerd in Vught, Schaarsbergen, Wezep en Oirschot. In Vught (en de dependances in Hedel en Reek) zijn sinds 1966 de meeste opleidingen geconcentreerd. Hier bevindt zich ook het ‘Huis van het Regiment Genietroepen’. Dit biedt onderdak aan de regimentszetel en het Geniemuseum. De eenheden zijn op de andere 3 locaties gelegerd:

  • 11 Geniecompagnie Luchtmobiel op de Oranjekazerne in Schaarsbergen;
  • 101 Geniebataljon en 11 Pantsergeniebataljon op de Prinses Margrietkazerne in Wezep;
  • 41 Pantsergeniebataljon op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot.
De Van Brederodekazerne in Vught.
De Van Brederodekazerne in Vught.

Pontonniers en torpedisten

De ‘natte’ genisten zochten altijd het water op. De pontonniers kwamen bij hun oprichting in Dordrecht terecht en zouden daar ruim 350 jaar blijven. Het water rond de stad bood hen tal van mogelijkheden om te experimenteren en te oefenen. Om diezelfde reden gingen de eerste torpedisten in Brielle in garnizoen.

De pontonniers keerden na de Tweede Wereldoorlog terug in Dordrecht, maar vertrokken in 1952 naar een nieuwe kazerne in Keizersveer. De torpedisten verhuisden al in 1922 naar Gorinchem. De huidige ‘natte’ oefenterreinen van de genie liggen aan de Maas tegenover Hedel: het voormalige fort Crèvecoeur en Het Engelense gat.

Fortificateurs

De bouwdienst van de genie waaierde over het hele land uit. Nederland was opgedeeld in verschillende regio’s, die op hun beurt waren onderverdeeld in zogenoemde ‘eerstaanwezendschappen’. Zo woonden en werkten de ingenieurs van de genie dicht bij de objecten waarvoor zij verantwoordelijk waren: de vestingen, de kazernes, oefen- en schietterreinen, de vliegvelden, havens en delen van verdedigingslinies.