De geniereservist

Soms kunnen de genisten wel een extra handje gebruiken. Daarvoor kan het regiment terugvallen op oud-genisten en technici uit de burgermaatschappij: de geniereservisten. Zij springen bij tijdens operaties, in binnen- en buitenland.

Kadernood

De landmacht had in het verleden vaak een tekort aan kader. Officieren en onderofficieren lagen niet voor het oprapen. Daarom deed tegen het einde van de 19e eeuw de reservist zijn intrede bij de krijgsmacht.

Een grote groep militairen zitten voor de foto op een tank.
Reservisten op de kiek op een tankbrug tijdens een informatiedag, 2004.

Reservisten waren dienstplichtigen die vrijwillig een verkorte opleiding tot onderofficier of officier volgden. Zij zouden in oorlogstijd een groot deel van het kader in het gemobiliseerde leger vormen. Het beroepskader zou vooral actief blijven bij de opleidingen en in de hogere rangen. De genie was overigens een laatbloeier: pas in 1927 opende dit Wapen een School voor Reserve Officieren.

Tijdens de Meidagen in 1940 bleken ook de nadelen van het reservekader. De ‘parttime-militairen’ hadden weinig geoefend. Bovendien zagen veel commandanten hun eenheid tijdens de mobilisatie voor de eerste keer. Dat had nadelige gevolgen voor de groepscohesie. Ondanks deze nadelen keerden de reservisten na de Tweede Wereldoorlog terug in de krijgsmacht.

Na de Koude Oorlog

Na afloop van de Koude Oorlog (circa 1950-1990) verdween de noodzaak van een omvangrijke krijgsmacht met vooral dienstplichtigen. Daarom kreeg Nederland een beroepsleger. De kaderreservisten waren ook niet meer nodig, maar al snel bleek dat de landmacht zat te springen om allerlei specialisten.

De Nederlandse krijgsmacht werd na 1990 veelvuldig ingezet in het buitenland, bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië, in diverse Afrikaanse landen en in Afghanistan. Op deze missies kreeg de krijgsmacht ook opdrachten mee waarvoor de kennis of de mankracht ontbraken. Het ging vaak om de wederopbouw van een land in de breedste zin van het woord: de economie, het onderwijs, de rechtstaat, maar ook de infrastructuur.

Voor het herstel de infrastructuur komt kennis van geniewerken natuurlijk goed van pas. Reserveofficieren van de genie hebben zich op dat vlak onmisbaar getoond. Zij leveren extra mankracht en beschikken ook over specifieke kennis van buiten de krijgsmacht. De geniereservisten zijn daarmee waardevolle krachten binnen het Regiment Genietroepen, uiteraard ook bij nationale operaties.