De genie als bakermat

De genie en techniek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom keek Defensie in het verleden al snel naar de genietroepen als een nieuwe uitvinding haar intrede deed bij de krijgsmacht. Zo stond de wieg van de verbindingsdienst, de luchtmacht, CBRN-operaties en andere (verdwenen) specialiteiten bij de genie.

Verbindingen

Zonder goede verbindingen is commandovoering onmogelijk. Tot ver in de 19e eeuw waren ordonnansen, geluidssignalen en optische seinen (met licht en vlaggen) daarvoor de aangewezen middelen. Door de komst van de telegraaf werd het mogelijk nog sneller over grote afstanden te communiceren.

Militairen te velden aan het telefoneren.
Een telefoonsectie van de Verbindingsdienst te velde. (Foto: NIMH)

Telegrafie trok direct de aandacht van de krijgsmacht en al snel experimenteerde de genie ermee. In 1868 verscheen het eerste voorschrift en 6 jaar later werd besloten een telegraafeenheid op te richten. Naast de veldtelegraphisten leverde de genie in de navolgende jaren ook personeel voor de telefoon- en de postduivendienst. Vanaf 1905 kwam daar de radiodienst bij.

De veelzijdige verbindingsdienst groeide snel, maar de organisatie was versnipperd. In 1938 werden alle ‘verbindelaars’ verenigd in het 2e Regiment Genietroepen (Verbindingsdienst). Na de Tweede Wereldoorlog gingen zij hun eigen weg: op 1 mei 1949 promoveerde de verbindingsdienst tot een Wapen en groeide daarmee uit tot een zelfstandig regiment, los van de genie.

Spoorwegen

In dezelfde jaren dat de telegraaf zijn intrede deed bij het leger, begon de genie ook te oefenen met het aanleggen en herstel van spoorwegen. Daarnaast gingen enkele mineurs als machinist en stoker in de leer bij spoorwegmaatschappijen. De genie kreeg zelfs eigen smalspoormaterieel en locomotieven.

1881 was het geboortejaar van de Spoorweg- en Telegraafcompagnie. Het ‘spoorwezen’ ging in 1896 verder als een afzonderlijke compagnie en zou in 1938 de sterkte van een bataljon bereiken. Na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) verdween deze specialiteit. Mineurs leerden nadien alleen nog hoe je spoorrails en -bruggen moest vernielen.

4 militairen zitten in een auto met een zoeklicht.
Motorisering van de Verlichtingsdienst: een 60cm-zoeklicht op een Berliet VL. (Foto: NIMH)

Verlichting

Verlichting op het slagveld: het heeft voor- en nadelen. Met licht zijn het terrein en obstakels makkelijker te onderkennen, maar degene die het licht bedient natuurlijk ook. De genie begon aan het einde van de 19e eeuw te experimenteren met elektrische zoeklichten. Het eerste materieel was zo zwaar dat het alleen dienst deed op forten en in stellingen.

Het draaide vooral om elektrotechniek. Daarmee had de genie al ervaring opgedaan met de telegrafie en de bediening van watermijnen. In 1910 kwamen bij het regiment de 1e elektriciens op voor de verlichtingsdienst. Deze dienst breidde tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) flink uit. Ook kwamen er zoeklichten om vliegtuigen op te sporen voor de luchtdoelartillerie.

In 1922 groeide de verlichtingsdienst uit tot een bataljon en op 1 oktober 1938 volgde de formatie van het 3e Regiment Genietroepen (Verlichtingstroepen). De verlichtingsdienst keerde na de Tweede Wereldoorlog niet terug in de Defensieorganisatie.

Een aantal militairen zittend op de grond naast een doelballon.
Pioniers herstellen een doelballon op Schietkamp Oldebroek. (Foto: NIMH)

De derde dimensie

In de jaren 1886-1887 ging de genie ook de lucht in. Het Korps Genietroepen kreeg opdracht om 2 luchtballonnen te beproeven, de ‘Kijkuit’ en de ‘Telegraaf’. Een succes werd het niet, maar de 1e stap naar ‘de derde dimensie’ was gezet.

Het was een genieofficier, Willem-Hendrik Schukking, die in 1908 een zweefvliegtuig bouwde en daarmee als eerste Nederlander (heel even) het luchtruim koos. Maar het was een andere genist die de militaire luchtvaart in Nederland op de kaart zette: Cornelis Snijders. Zijn inspanningen leidden in 1913 tot de oprichting van de Luchtvaartafdeling. Een 3e genieofficier, Henk Walaardt Sacré werd de eerste commandant.

Het luchtwapen maakte nadien een stormachtige ontwikkeling door en resulteerde in 1953 in de oprichting van de Koninklijke Luchtmacht als 3e zelfstandige krijgsmachtdeel.

2 militairen spuiten een Italiaanse bus.
CBRN tijdens de COVID-19-uitbraak, 2020. Geniespecialisten ontsmetten een Italiaanse bus.

Chemische oorlogvoering

In de Eerste Wereldoorlog gebruikten de strijdende partijen veel gifgas. Nederland bleef buiten die oorlog, maar het leger hield wel alle ontwikkelingen aan het front nauwgezet in de gaten. Ook gifgas en de bescherming daartegen trokken de aandacht.

Tijdens de oorlogsjaren experimenteerde de defensie-industrie met de productie van gas en nam zij de productie van gasmaskers ter hand. In 1925 viel het besluit de ‘gasdienst’ aan de genie toe te wijzen. 1 jaar later volgde de oprichting van de Militaire Gasschool waar gasofficieren hun opleiding kregen. Deze officieren verzorgden op hun beurt instructies en trainingen bij hun onderdelen.

De genie geeft deze opleidingen tegenwoordig op de CBRN-school van het Defensie CBRN-Centrum in Vught, ook aan hulpverleners van buiten de krijgsmacht (CBRN staat voor ‘Chemisch, Biologisch, Radiologisch, Nucleair’). Daarnaast zijn er de specialistische CBRN-eenheden van de genie.