Het Korps Commandotroepen 1964-1989: de waarnemer-verkenner

De Koude Oorlog werd gelukkig nooit een hete, maar de plannen lagen wel klaar. Als het Warschaupact zou aanvallen moesten parate troepen van de NAVO aan het IJzeren Gordijn de 1e klap opvangen. Intussen zou de NAVO de rest van de legers mobiliseren en zo snel mogelijk naar Duitsland brengen. Ook was de hulp van extra Amerikaanse eenheden voorzien. Het kostte natuurlijk wel tijd om die naar Europa te krijgen.

Vertragend gevecht

Om tijd te winnen zouden de NAVO-troepen een vertragend gevecht leveren tot aan een meer westelijk gelegen verdedigingslijn. Daar moesten ze standhouden, in afwachting van versterkingen. De NAVO-troepen kregen elk een eigen verdedigingsvak toegewezen. Het Nederlandse vak lag op de Noord-Duitse laagvlakte.

Vanaf 1961 stationeerde Nederland bij toerbeurt commandocompagnieën op de legerplaats in het Noord-Duitse plaatsje Hohne. De commando’s maakten zich op voor een nieuwe taak. Ze zouden na een aanval van het Warschaupact optreden als een stay behind organisatie in bezet gebied. Dit zou de start blijken voor een nieuw soort commando: de gespecialiseerde waarnemer-verkenner.

Achter vijandelijke linies

De verandering werd vooral zichtbaar door een grote reorganisatie van het Korps Commandotroepen in 1964. De 3 parate compagnieën verdwenen. Zij maakten plaats voor een nieuwe parate eenheid: 104 Waarnemings- en Verkenningscompagnie. Deze compagnie viel rechtstreeks onder de hoogste militaire commandant te velde. Dat was de commandant van het Nederlandse Eerste Legerkorps (1 Lk). Deze waarnemer-verkenners waren de ogen en oren van dat legerkorps. Zij zouden in oorlogstijd hun werk achter vijandelijke linies moeten doen.

In de organisatie zat ook nog steeds een mobilisabel bataljon commandotroepen. In oorlogstijd zouden zij worden opgeroepen voor de verdediging van Nederlands grondgebied.

Opleidingsfunctie

Binnen het grotere geheel van de Koninklijke Landmacht kregen de commando’s ook weer een opleidingsfunctie, net als op de Stormschool eind jaren ’40. De commando’s gaven gevechtscursussen aan ‘gewone’ infanteristen en aan verkenners. Zij gaven die ook aan cadetten in opleiding voor beroepsofficier, cursisten in opleiding voor onderofficier en arrestatieteams van de Rijkspolitie.

De krijgsmacht ontleende tijdens de Koude Oorlog haar bestaansrecht bijna helemaal aan de dreiging uit het oosten. De organisatie en het optreden van het Nederlandse leger waren volledig gericht op een mogelijk groot conflict in Europa. Ook het Korps Commandotroepen focuste zich bijna helemaal op die taak.

Video: Van mutsdas tot groene baret

De film schetst een beeld van de verschillende onderdelen van de commando-opleiding. Dat begint bij de selectieprocedure en gaat verder met de vooropleiding, de elementaire commando-opleiding; de eindoefening en de uitreiking van de felbegeerde groene baret. De documentaire biedt ook een korte terugblik op het ontstaan van het Korps Commandotroepen en de inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en in Nederlands-Indië.