Geschiedenis museum Bronbeek

Tehuis Bronbeek opende de deuren op 19 februari 1863. Het Ministerie van Koloniën, leden van het koninklijk huis en particulieren schonken voorwerpen uit Nederlands-Indië om het gebouw aan te kleden. De gangen, wanden en trapportalen van het tehuis kregen een museale functie.

Een collectie vol trofeeën

Bronbeek wilde bezoekers tonen hoe ‘grootsch’ het was wat Nederland overzee verrichtte. Stukken die op de vijand waren buitgemaakt, moesten de superioriteit van het Nederlands gezag laten zien. Deze kijk bepaalde meer dan een eeuw de inrichting van het museum. Het toppunt was wel het tentoonstellen van de schedels van verslagen tegenstanders. Deze stonden keurig met naam, plaats en jaartal erbij in het museum.

Schenkingen particulieren

De oorsprong van de collectie van Museum Bronbeek ligt vooral bij particulieren. Zij begonnen al snel na de opening van het tehuis voorwerpen aan het museum te schenken. Het museum kreeg zijn eerste voorwerp, een kris, al in 1862.

Ministerie van Koloniën

Het voormalig Ministerie van Koloniën.

Schenkingen Ministerie van Koloniën

Het Ministerie van Koloniën schonk de meeste stukken. Het ging vaak om door het Oost-Indisch Leger veroverd materieel. Dit leger in Indië viel namelijk niet onder het Ministerie van Oorlog, maar onder het Ministerie van Koloniën.

Het bekendste voorbeeld hiervan is de collectie Atjese monsterkanonnen. Deze collectie is zowel qua omvang als kwaliteit uniek in de wereld. Ook het koninklijk huis droeg veel bij aan de collectie.

Schenkingen inwoners van tehuis Bronbeek

De collectie bestaat uit natuurhistorische en volkenkundige verzamelingen. Maar het grootste deel is militair-historisch van aard en bevat onder meer wapens, uniformen, uitrustingsstukken en vaandels. De inwoners van Bronbeek hielpen ook bij het opbouwen van de collectie: zij schonken bijvoorbeeld hun onderscheidingen aan het museum.

Een collectie op chronologische volgorde

Bronbeek presenteert de collectie op chronologische volgorde. Daarbij kiest Bronbeek voor een aanloopperiode (de voor-Europese tijd en de VOC-tijd) en een uitloopperiode (de dekolonisatie van Nederlands Nieuw-Guinea en de repatriëring). Vrij veel nadruk ligt op de periode van de Tweede Wereldoorlog.

Ook aandacht voor de tegenstanders in Nederlands-Indië

In tegenstelling tot het verleden streeft museum Bronbeek nu naar een meer evenwichtige kijk op het militaire koloniale verleden. Dit houdt in dat in elke zaal ook aandacht wordt besteed aan de tegenstanders van het koloniale gezag. Voor Atjeeërs en Japanners is ook een plaatsje ingeruimd.