322 Squadron

322 (Dutch) Squadron 1943-1945

Op 12 juni 1943 wordt op het Britse vliegveld Woodvale het 322 (Dutch) Squadron opgericht. De eenheid wordt uitgerust met Spitfire-jachtvliegtuigen. De meeste vliegers en ook het grootste deel van het grondpersoneel hebben de Nederlandse nationaliteit. De 1e commandanten zijn echter Brits en Zuid-Afrikaans.

Pas op 18 september 1944 komt het bevel over de eenheid in Nederlandse handen wanneer squadron leader Kees van Eendenburg als commandant wordt aangesteld.

Na een periode van trainen en opwerken neemt de eenheid vanaf begin 1944 actief deel aan de luchtstrijd boven West-Europa. Het squadron patrouilleert boven vijandelijk gebied, beschiet gronddoelen, escorteert bommenwerpers en bewaakt het Britse luchtruim. Verder speelt 322 een belangrijke rol bij de bestrijding van V-1-vliegende bommen die de Duitsers tussen juni en september 1944 in grote aantallen op vooral Londen afvuren. Het squadron weet er ruim 100 neer te halen.

Tijdens operatie Market Garden escorteert het squadron dagenlang transportvliegtuigen en zweefvliegtuigen naar de landingszones tussen Eindhoven en Arnhem. Begin 1945 worden de Nederlandse Spitfires naar Woensdrecht overgeplaatst zodat ze zich dichter bij het front bevinden. In de laatste oorlogsweken voeren zij nog tientallen beschietingen en bombardementen uit. In een kleine 2 jaar tijd voltooit het 322 Squadron bijna 4.900 gevechtsmissies. Daarbij verliezen 18 jachtvliegers het leven.

Pieter Cramerus 1916–2017

De in 1916 in Tebing Tinggi op Sumatra geboren Pieter Cramerus, vliegt tijdens de Japanse aanval op Nederlands-Indië als 2e bestuurder-luchtschutter op een Glenn Martin-bommenwerper van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL). Op 1 maart 1942 wordt hij neergeschoten bij Soebang op Java. Pieter valt in Japanse handen, maar weet dezelfde dag nog te ontsnappen. 2 dagen later wijkt hij aan boord van een DC-3 uit naar Australië. Kort voor het bereiken van ‘Down Under’ wordt het passagiersvliegtuig aangevallen door Japanse jagers. Zwaar beschadigd maakt de DC-3 een noodlanding op het strand van Noord-Australië. Pieter loopt daarna 5 dagen en 4 nachten aan een stuk om hulp te halen voor de gewonden.

Nadat hij in de Verenigde Staten is opgeleid tot jachtvlieger, komt Pieter in september 1943 bij het 322 (Dutch) Squadron terecht. Hij vliegt een groot aantal gevechtsoperaties. In september 1944 is hij onder meer betrokken bij het begeleiden van transporttoestellen en zweefvliegtuigen naar het gebied tussen Eindhoven en Arnhem tijdens operatie Market Garden. Op 21 september doemen daarbij vanuit het niets 2 Duitse Focke Wulf 190’s op. Meteen gaan Pieter en een van zijn collega’s, flying officer Gerry Jongbloed, de confrontatie aan met de Duitse jachtvliegtuigen. Beiden nemen kort een Focke Wulf op de korrel en claimen ieder een Duits toestel als ‘waarschijnlijk beschadigd’.

Op 13 februari 1945 kruipt Pieter door het oog van de naald. Na de start in Woensdrecht vliegt hij met een collega naar de omgeving van Venlo om er pamfletten-bommen af te werpen. Daarbij wordt zijn Spitfire door de Duitse luchtafweer in de staart geraakt. Pieter weet met grote moeite zijn zwaar beschadigde jachtvliegtuig op Volkel te landen.

Pieter Cramerus emigreert na de oorlog naar de Verenigde Staten.