Weblog oorlogsdagboeken

Krijgsgevangenkamp Zentsuji

Zondag 1 februari 1942. SS Capella arriveerde op de rede van de marinehaven Sasebo, ten noordwesten van Nagasaki. Weer werden Looyen en ik tegen pokken ingeënt. De volgende dag vertrokken wij per trein. Een adjudant-onderofficier bewaakte ons. Hij vond ons kennelijk bijzonder, want hij vertelde aan andere Japanse passagiers uitvoerig dat wij van een sensuilan (onderzeeboot) kwamen.

Wie: luitenant-ter-zee 2 OC H.D.B. Beudeker (1921 – 1994)

Wat: oudste officier van Hr. Ms. O20

"Ik zei dat ik verwachtte dat een oorlog tussen Rusland en Japan onvermijdelijk was."

De behandeling was gedurende de treinreis correct. Op 4 februari arriveerden wij in Yokohama (bij Tokyo).

Daar kregen we onderdak in volgens mij een verlaten woning van een ambtenaar van Buitenlandse Zaken. We kregen voeding, maar te weinig. Daar werd ik weer verhoord. De Japanners stelden mij vragen over de bewapening van Hr. Ms. O20. Ze namen genoegen met de gegevens van Jane's Fighting Ships. Dat wij geen mijnen gelegd hadden was deze commissie bekend.

Zwart-witfoto militair in uniform marine.

H.D.B. Beudeker.

Blauwdruk O20

Ze vroegen mij of wij radar hadden. Ik vroeg wat deze uitdrukking betekende en antwoordde dat ik daar niets van wist. Op de vraag of wij ASDIC hadden (het 1e actieve sonarsysteem) hield ik mij ook van de domme. Tot mijn grote verrassing legden ze de grote blauwdruk van Hr. Ms. O20 voor mij neer. Toen vroegen ze of wij een geruispeiler (voorloper van de passieve sonar) hadden. Daarop heb ik maar gezegd dat we die in onze moderne onderzeeboot hadden.

Russische inmenging?

Een van de ondervragers was een Japanse vice-admiraal, Via een tolk vroeg hij mij wat ik dacht dat de Russen zouden doen. Zouden ze zich afzijdig houden? Ik zei dat ik verwachtte dat een oorlog tussen Rusland en Japan onvermijdelijk was. De Russen waren de nederlaag in de Straat van Tsushima in 1904 tijdens de Japans-Russische Oorlog zeker niet vergeten. Er werden verder geen vragen meer aan mij gesteld.

“Sommige van deze ervaringen moge de lezer ongeloofwaardig voorkomen.”

Ruim 3 jaar ervaringen

Op 18 februari 1942 vertrokken Looyen en ik uit Yokohama. We kwamen 19 februari aan in het krijgsgevangenkamp op Zentsuji eiland (ten zuiden van Sakaide op het eiland Kochi-Ken). Hier bleef ik tot 23 juni 1945, ruim 3 jaar. Of de verzamelde ervaringen in Zentsuji van belang zijn voor de maritieme historie laat ik aan anderen over om te beoordelen. Sommige van deze ervaringen moge de lezer ongeloofwaardig voorkomen. Voor de volle 100% van de waarheid sta ik in.

Het kamp

Het kamp was een omheind terrein van naar schatting 5 tot 6 hectare groot. Er waren 2 stenen legerbarakken met elk 2 verdiepingen en een stenen gebouw met een Japans badhuis. Elke barak had 2 trappenhuizen. Er liep een middengang door het gebouw met aan weerskanten de afdelingen.

Elke afdeling had aan weerskanten een ongeveer 50 centimeter hoge slaapgelegenheid met aanvankelijk 8 stromatrassen. Later waren er meer matrassen nodig en werd de afstand tussen de matrassen teruggebracht tot 1 decimeter. In het midden stond een lange tafel met aan weerkanten een bank waarop hoogstens 6 man konden plaatsnemen.

“Hierdoor werd de locatie van ons kamp bekend.”

In een van de barakken waren 2 vertrekken als kantoor ingericht en er was een doktersvertrek met een heel kleine ziekenboeg. Bij de toegang was een wachtgebouw voor de schildwachten. De officier van de wacht sliep in het kantoor. Verder waren er 2 latrinegebouwtjes met de bekende plank met gat. De latrineputten konden worden leeggeschept. Dat deden Japanse boeren die al snel de bijnaam 'honey dippers' kregen.

Commandant van het kamp was een zeer oude generaal. Behalve hem, de dienstdoende officier van de wacht en de wacht verbleven er geen Japanse militairen op het terrein. De Engelssprekende tolk was een burger die in Cambridge had gestudeerd.

Amerikanen en Australiërs

Wie schetst onze verbazing toen wij door de poort kwamen en 2 in kaki-uniform geklede verpleegsters van het US Naval hospital in Guam tegenkwamen. Na een paar dagen verdwenen ze. De verpleegsters werden met de SS Gripsholm uit Zweden naar Amerika gebracht. Hierdoor werd de locatie van ons kamp bekend.

Er bleken 65 Amerikaanse en 63 Australische officieren in het kamp te zijn. Bovendien waren er ongeveer 70 Amerikanen onder de rang van officier. De Amerikanen kwamen van het eiland Guam (waar een US Naval hospital was gevestigd, en van de US Marines en van het eiland Wake. Een Amerikaan en 2 Australische officieren waren neergeschoten PBY (Catalina)-vliegers. Senoir Allied Officer was captain G.J. MacMillin van de US Navy. Hij was de voormalige gouverneur van Guam. Voor hem heb ik diep respect.

Hoe het ons in het kamp verging, vertel ik u de volgende keer.

Beudeker

Reactie toevoegen

Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw bericht mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw bericht mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.