Weblog oorlogsdagboeken

Hoe de O20 zonk

Goedendag. Aangenaam kennis te maken. De naam is Beudeker. Herman Diederik Bernard Beudeker om precies te zijn, geboren op 17 september 1912 in Tjimahi op Java. U kunt mij altijd volgens de gebruiken bij de marine aanspreken met meneer. Ten tijde dat dit speelt, was ik luitenant-ter-zee der 2e klasse en de oudste officier van Harer Majesteits Onderzeeboot 20.

Wie: luitenant-ter-zee 2 OC H.D.B. Beudeker (1921-1994)

Wat: oudste officier van Hr. Ms. O20

Ik zal u vertellen over mijn krijgsgevangenschap in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze aantekeningen zijn 43 jaar na dato gemaakt, maar een en ander staat mij nog levendig voor de geest. Ik beschouw het nog steeds als een wonder dat ik dit alles heb overleefd. U moet eerst weten hoe de O20 zonk en ik in krijgsgevangenschap raakte.

"In het water werd appel gehouden. De commandant is daarna niet meer gezien."

Zwart-witfoto militair in uniform marine.

H.D.B. Beudeker.

Aangevallen door vliegtuigen

Sinds 1939 was de O20 in Nederlands-Indië gestationeerd. Na de oorlogsverklaring aan Japan op 8 december 1941 was de O20 naar een gebied voor Kota Bharu aan de oostkant van Maleisië gedirigeerd. Daar patrouilleerden veel Japanse torpedobootjagers en vliegtuigen. In de ochtend van 19 december voeren wij op periscoopdiepte en werden door vliegtuigen met bommen aangevallen.

Mijn commandant luitenant-ter-zee der 1e klasse P.G.J. Snippe liet zo diep mogelijk duiken. Dat betekent dat we op de bodem lagen. Na een half uur kwam de boot opnieuw op periscoopdiepte. We zagen op ongeveer 400 meter achteruit 2 zigzaggende torpedobootjagers. Dat was aanleiding om de O20 wederom op de grond te leggen. Nog tijdens deze manoeuvre vielen de Japanners ons aan met dieptebommen. De explosieven richtten slechts lichte schade aan. Vermoedelijk lekte er na de aanval wel een brandstoftank, zodat de Japanners dat spoor konden volgen.

Hoop op ontsnapping

Pas na uren verdween het schroefgeruis van de achtervolgers. Kort na 8 uur 's avonds kwamen we in het donker aan de oppervlakte in de hoop te kunnen ontsnappen. De dieselmotoren werden gestart en op vol vermogen liepen we 19 mijl vaart.

Voor alle zekerheid werd het kanon bemand en waren de boeg- en hekbuizen vuurgereed gemaakt. Na ongeveer 1 kwartier was de boot weliswaar goed geventileerd, maar de batterij was nog voor 90% ontladen. Ik stelde voor elektrisch varend weg te komen en in geval van ontdekking te duiken. Commandant Snippe wilde echter niet meer duiken, waarop ik zei dat onze moderne onderzeeboot niet in handen van de vijand mocht vallen. Snippe maakte op mij een uiterst nerveuze indruk.

"De boot helde 25 tot 30 graden achterover. De zend- en ontvangstapparatuur viel uit de rekken."

Zwart-witfoto onderzeeboot O20 bij Curaçao.

Onderzeeboot Hr. Ms. O20 (1939-1941) te Curaçao op doorreis naar Nederlands-Indië.

‘Boot laten zinken’

Geen idee hoe het kan, maar na enkele minuten werd de O20 beschenen door het zoeklicht van een Japanse torpedobootjager. Die opende het vuur op ons.

Snippe kwam tot de conclusie dat ontsnappen onmogelijk was. Hij gaf de order 'boot laten zinken'. Dat gebeurde door met korte tussenpozen de 6 hoofdtanks stuk voor stuk te vullen. De boot helde 25 tot 30 graden achterover. De zend- en ontvangstapparatuur viel uit de rekken. Het torenluik was door de overdruk aanvankelijk niet te openen. Toen de druk door ontluchten via de dieselkoker verminderd was lukte het wel, maar werd ik als het ware aan dek geblazen. Dat was de reden dat ik geen Draeger-reddingsvest aan had toen wij later rondzwommen.

Wegzwemmen van het gevaar

Om vrij te blijven van de schroeven van de boot, dook ik dwars uit het water in. Ik weet vrijwel zeker dat ik commandant Snippe nog in het water zwemmend heb gezien. Ineens zag ik de boeg van de Japanse jager recht op mij afkomen en zwom uit alle macht dwars uit. Kort daarop volgden de explosies van een serie dieptebommen in de onmiddellijke nabijheid…

In de daarop volgende stilte klonk alleen het geroep van de overlevenden. Ik riep hen toe te verzamelen. Vervolgens werd in het water appel gehouden. De commandant is daarna niet meer gezien. Als oudste officier besefte ik toen mijn verantwoordelijkheid om leiding te geven, voor zover dat mogelijk was. 4 van de 32 overlevenden hadden geen Draegervest, onder wie ikzelf. Getracht werd om naar de kust te zwemmen. De officieren realiseerden zich echter dat het ongeveer 25 mijl was.

Wilhelmus als slotlied

De nacht ging langzaam voorbij en bij het dag worden zagen wij niet ver weg een bergtop. Om ongeveer 07:30 uur dook er een Japanse onderzeebootjager op. We hadden allemaal gehoord dat Jappen geen krijgsgevangenen maakten. Ik dacht dat ons einde nabij was en zette het Wilhelmus in. De anderen zongen mee, maar na het 1e couplet was er niets anders gebeurd dan dat het schip op ongeveer 50 meter afstand stopte en een touwladder neerliet. Ik zwom daar naar toe en kwam als 1e aan boord.

Hoe het ons daar verging vertel ik u de volgende keer.

Beudeker

Reactie toevoegen

Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw bericht mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw bericht mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Mooi verhaal, wel jammer om de commandant nog een sneer te geven "Snippe maakte op mij een uiterst nerveuze indruk" !

    Van: Bert | 30-08-2019, 17:26

  • Prachtig verhaal en wat een ongekende belevenissen. Dank dat deze verhalen gedeeld worden.

    Van: Bas D. | 27-08-2019, 09:02