Mesch: het 1e bevrijde dorp in Nederland

Het is 12 september 1944, 10.00 uur. De dagboekschrijver van het Amerikaanse 117th Regimental Combat Team noteert: "'A' Co reported now in Holland – We are the first American troops to reach Holland." Een uur of wat later was het dorp Mesch in Zuid-Limburg bevrijd.

Amerikaanse militair kijkt onder brug.

De enige bekende foto van Amerikanen in Mesch op 12 september: een soldaat op zoek naar verscholen Duitsers. (Bron: Boek De Bevrijding van Eijsden-Margraten in september 1944 (2015).)

Onderzoeker Sven Maaskant van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie schetst in een nieuwe longread hoe de Amerikaanse eenheid vanuit het Amerikaanse Tennessee in Europa beland. En hoe ze als de 1e eenheid die op sterkte, dus niet enkel als verkennings- of special operations-team, op Nederlands grondgebied opereerde.

Na de opmars door Frankrijk en België, begon een ware wedloop naar de Belgische en daarna de Nederlandse grens. Zouden de Engelsen of de Amerikanen winnen? Vandaar dat het hoofdkwartier van het XIX Corps 11 minuten na de eerste berichten over het passeren van de Nederlandse grens de prangende vraag stelde: "What was the time that your troops entered Holland? It is a question of whether you or the British were there in strength first."

Militairen lopen door boomgaard.

C-compagnie van het 1e bataljon trekt op 13 september door de boomgaarden van Eckelrade naar Cadier en Keer. (Bron: Boek De Bevrijding van Eijsden-Margraten in september 1944 (2015).)

Van Tennessee naar Normandy

Het 117th Regimental Combat Team ging in januari 1944 in Boston aan boord en in konvooi naar Liverpool. Daar volgde de hereniging met de moedereenheid, de 30th Infantry Division (ook bekend als Old Hickory), die al veel eerder was vertrokken. Enkele dagen na D-Day vertrok de 30th Infantry Division naar het verzamelgebied bij Southampton. De 1e onderdelen van de divisie scheepten op 10 juni in en binnen enkele dagen kwam de hele divisie aan land op Omaha Beach in Normandië. De eenheid raakte betrokken bij de hevige gevechten bij de rivier de Vire en het Vire-Taute-Kanaal. Nadat ze de ‘Zak van Falaise’ aan de zuidzijde waren omtrokken en bij Brezolles hadden gehergroepeerd, trokken ze met de 30th Infantry Division in noordoostelijke richting op, richting Noord-Frankrijk en België.

Militair hangt Nederlandse vlag uit.

De ochtend van 13 september: Sergeant Oscar Houser, D-compagnie, 1e bataljon van het 117th, hijst op verzoek van de familie Wetsels de Nederlandse driekleur aan de gevel van hun boerderij in Moerslag. (Bron: Jef Wetsels)

Over de Maas

Dat verliep voorspoedig, maar begin september moesten bij Céroux-Mousty in Zuid-België, ongeveer 20 kilometer ten zuiden van Brussel, de vrachtwagens blijven staan: de benzine was op. De mannen moesten te voet verder. Op 11 september bereikten ze Houtain-Saint-Siméon bij Fort Eben-Emael aan het Albertkanaal. Nederland kwam in zicht, maar dat gold ook voor Duitsland. De 30th Infantry Division moest doorstoten richting Aken, de 1e grote Duitse stad. Hiervoor moest de divisie eerst het Albertkanaal en de Maas oversteken, samen met de 113th Cavalry Group. Dat gebeurde en in de middag van 11 september raakten de cavaleristen ter hoogte van Visé slaags met de restanten van de Duitse 275. Infanterie-Division. Van het passeren van de grens was uiteindelijk sprake op 12 september: 98 dagen na D-Day en precies 90 dagen nadat het 117th op Omaha aan land was gekomen.

De Amerikanen vervolgden hun weg naar Maastricht, dat op 14 september werd bevrijd. Daarna trok het 117th, met de andere eenheden van de 30th Infantry Division, naar de Nederlands-Duitse grens, om hier de Westwall (de geallieerden noemden deze Duitse verdedigingslinie de Siegfried Line) te doorbreken en Aken in te nemen.

Meer lezen over dit onderwerp? Ga dan naar 75jaarvrij.nl