Dienstplichtig soldaat Jan de Ridder

Jan de Ridder wordt op 16 mei 1940 tijdens een reis van Borssele naar Kapelle-Biezelinge getroffen door een granaat. Hij overlijdt ter plekke. De Ridder ligt op Ereveld Grebbeberg, rij 11, graf 14.

Jan de Ridder wordt 14 oktober 1909 geboren in Achterberg, gemeente Rhenen. Hij is de zoon van Jan de Ridder en Teunisje Beukhof. Na de lagere school werkt hij op het boerenbedrijf van zijn vader aan de Cuneraweg. Op 20 maart 1929 wordt hij ingelijfd als dienstplichtig soldaat bij de 2e compagnie van het 3e bataljon, 16e Regiment Infanterie. Na verschillende keren op herhaling te zijn geweest, krijgt Jan op 29 augustus 1939 opnieuw een oproep vanwege de algehele mobilisatie van het Nederlandse leger.

Slecht geoefend, maar de geest was goed

Die nieuwe oproep komt slecht uit, want Jan is net bezig met het opzetten van een eigen boerenbedrijf. Zijn commandant, kapitein J. Hagers schrijft: “Bij de mobilisatie bleek dat de meeste oudere manschappen van de compagnie niets van militaire tucht en orde afwisten, zeer slecht geoefend waren en geen half uur konden marcheren zonder uitvallen. Toch was de geest goed!”

Strijd in Zeeland verder

Als op 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt wordt de bevolking van Achterberg geëvacueerd. Jan de Ridder is ver van huis. Hij vecht met de 2e compagnie van het 3e bataljon, 40e Regiment Infanterie in Zuid-Beveland. Vanwege zijn boerenachtergrond draagt Jan de zorg over de paarden van zijn compagnie. Op 15 mei 1940, na de capitulatie van de rest van de Nederlandse troepen, wordt de strijd in Zeeland voortgezet om de Duitse opmars te vertragen en Franse troepen de gelegenheid te geven te ontkomen. De Bathstelling valt op 15 mei. Tegen de avond forceren Duitse troepen een doorbraak in de Zanddijkstelling. De Nederlandse troepen trekken zich terug over het kanaal bij Goes. In de ochtend van de 16e trekken de Franse troepen terug naar Walcheren. De verwarring is groot. Duitse troepen marcheren Goes binnen.

Dapper gedrag

Op 16 mei 1940 ligt de compagnie van Jan de Ridder onder vuur van artillerie en vliegtuigen. Jan en zijn collega’s krijgen opdracht om vanaf station Kapelle-Biezelinge terug te trekken naar Borssele. Ook 2 keukenwagens van de compagnie moeten naar Borssele, maar een van de jonge dienstplichtige wagenmenners durft de gevaarlijke rit niet aan. De 31-jarige, ongehuwde soldaat Jan de Ridder die de route al eerder heeft gereden, neemt vrijwillig zijn plaats in. Op de terugreis met de 2 uitgespannen paarden komt De Ridder om het leven. Bij het oversteken van een spoorwegovergang in de nabijheid van de boomgaard waar zijn compagnie zich bevindt, wordt hij getroffen door een granaat en overlijdt ter plekke. Een dag later wordt Jan begraven in Kapelle-Biezelinge en 2 maanden later overgebracht naar de gemeentelijke begraafplaats te Rhenen. Zijn kameraden van de 2e compagnie bieden de grafsteen aan. In zijn gevechtsverslag schrijft Kapitein J. Hagers: “Door dapper gedrag viel onder andere soldaat De Ridder op. Hij is gesneuveld.”

Herbegrafenis soldaat Jan de Ridder.

De herbegrafenis van soldaat Jan de Ridder.

Herbegrafenis Ereveld Grebbeberg

De eigen boerderij van Jan komt er nooit. Zijn ouders komen nooit helemaal over het verlies van hun zoon heen. De moedige Jan de Ridder wordt op 26 juni 2013 met militaire eer begraven door een detachement van het 45e Pantserinfanteriebataljon Oranje Gelderland. Zijn neef en naamgenoot Jan de Ridder herinnert zich dat hij als kleine jongen bij zijn oom meereed op diens paard en wagen. Hij zegt voorafgaand aan de herbegrafenis: “Ome Jan, je bent weer terug.”

Zie ook