Toespraak minister Bijleveld bij herdenking 25 jaar Srebrenica

Toespraak bij herdenking van de val van Srebrenica door minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten. Uitgesproken op 11 juli 2020 op het Plein in Den Haag.

Dames en heren,

Het was mijn wens en de vraag van de Moeders van Srebrenica om vandaag de herdenking in Potocari bij te wonen.

Als gevolg van de coronamaatregelen mocht dat helaas niet zo zijn.

Maar de herdenking van de val van Srebrenica gaat mij zeer aan het hart.

Daarom vind ik het fijn dat ik vandaag – wederom – in uw midden mag zijn.

Vorig jaar mocht ik samen met u een witte ballon oplaten

met een kaartje waarop de naam stond van één van de 33 geïdentificeerde slachtoffers.

Dat raakte mij:

Het loslaten van die ballon,

die vredig in de wind,

zonder enige moeite zijn weg vond naar grotere hoogte.

Ik denk daar nog vaak aan terug.  

Want het staat symbool voor iets gruwelijks en dankbaars tegelijk.

De afschuwwekkende dood van uw dierbaren en de leegte die zij achterlieten…

Maar ook de vondst van hun lichamen, die na jaren eindelijk een eervolle laatste rustplaats kregen.

Nog steeds worden er slachtoffers gevonden, geïdentificeerd en op 11 juli herbegraven.

Vandaag zijn dat er negen.

Hun namen worden straks voorgelezen/zijn zojuist voorgelezen.

Zij worden nooit vergeten.

En de zoektocht naar vermisten zal blijven doorgaan.

Vandaag is een dag van herdenken.

25 jaar geleden werden in Srebrenica meer dan 8.000 jongens en mannen gedood.

De grootste gruweldaad op Europees grondgebied sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Een genocide.

25 jaar geleden, maar het voelt als de dag van gisteren.

We staan nu zij aan zij met de overlevenden…

die de pijn en het verdriet voor de rest van hun leven met zich meedragen.

We eren alle zonen, vaders, grootvaders en echtgenoten wiens toekomst is ontnomen…

en voor altijd worden gemist.

“Het boek Srebrenica zal nooit sluiten.”

Het zijn de woorden die onze minister-president uitsprak in een videoboodschap, die vanochtend op de herdenkingsplaats in Potocari werd getoond.

Ik ben heel trots dat ik nu deze expositie,

met de prachtige portretten gemaakt door Robin de Puy,

mag openen.

Ivo Andrić[1], afkomstig uit het voormalig Joegoslavië en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, schreef:

“Between the fear that something would happen

and the hope that still it wouldn’t,

there is much more space than one thinks.”

Soms wordt de weg die we in ons leven bewandelen

versperd door angst.

Het loslaten daarvan maakt de weg weer breed genoeg om door te kunnen gaan…

Zonder dat we onze ogen hoeven te sluiten voor de geschiedenis.

Dit thema komt terug in de verhalen van deze 25 Bosnisch-Nederlandse jongeren van 25 jaar oud.

Zij voelen de voortdurende angst en pijn van hun familie…

Maar kennen ook hoop en kracht voor de toekomst.

Martin is één van hen, op foto nummer acht.

Hij werkt als teamleider op het opleidingscentrum van de Koninklijke Marechaussee.

Hij zegt tegen zijn leerlingen:

“Durf jezelf in de spiegel aan te kijken

om te bedenken wat jij kan bijdragen

om te voorkomen dat zoiets ooit weer gebeurt.”

Deze boodschap van Martin,

en de verhalen van de 24 anderen in deze cirkel,

bieden ons een spiegel die méér laat zien

dan alleen ons zelf.

Door de ogen van deze generatie Bosnisch-Nederlanders kijken we terug naar wat hen en hun families is overkomen…

En kijken we vooruit met hun dromen, wensen en idealen,

waarmee ze op de weg voortgaan.

Zoals premier Rutte vanochtend vertelde:

Nederland blijft voor altijd verbonden aan Srebrenica.

Deze jongeren zijn daar het levende bewijs van.

Zij werden allemaal geboren in het jaar dat Srebrenica viel: 1995.

Vanaf vandaag houden deze ‘25 van 25’,

25 jaar later,

de herinnering aan Srebrenica levend voor ons allemaal. 

Dank u wel.