Toespraak Minister van Defensie, Ank Bijleveld-Schouten, ter gelegenheid van de Nederlandse Veteranendag, op 29 juni 2019, te Den Haag

  Majesteit, Ridders der Militaire Willems-Orde, Excellenties, veteranen, aangetreden militairen, dames en heren,

2019 is een historisch jaar.
Op 31 augustus starten wij in Nederland met het vieren van 75 jaar vrijheid, bij de herdenking van de Slag om de Schelde.
En begin deze maand, op 6 juni, was ik bij de herdenking van D-Day in Arromanches. Daar sprak ik veteranen, zoals de 96-jarige generaal Rudi Hemmes, die toen aan de zijde van de Geallieerden streden, om onze vrijheid te herwinnen. Zo bijzonder om deze verhalen dan uit eerste hand te horen.
En ook vandaag de dag spreek ik vaak veteranen, die zich de afgelopen 75 jaar hebben ingezet in verschillende conflictgebieden.
Voor hen draag ik – en dragen wij – vandaag de witte anjer.

Vandaag zullen wij een deel van de veteranen zien die ons land rijk is. En hoe divers deze groep is.
Jong en oud; mannen en vrouwen; verschillende missies; verschillende mensen. Sommigen hebben eerste uitzending hebben meegemaakt.
Anderen hebben lang, lang geleden gediend – en salueren nog even strak als toen.

Tussen deze groepen zit soms wel 60 jaar leeftijdsverschil.
Maar zo erg verschillen ze uiteindelijk niet.
Want ze delen iets heel belangrijks.
Zij delen de keuze die ze hebben gemaakt, vaak op jonge leeftijd, 17 of 18 jaar: ik ga mij inzetten voor vrede en veiligheid... ik wil iets van de wereld zien en avonturen meemaken. Ik… word militair.

Onze vrijheid rust op de schouders van jonge mensen, die op een dag besluiten zich in te zetten voor de krijgsmacht.
Als ik een veteraan zie van boven de 90, dan zie ik daarachter ook altijd die jongeling, die dat dappere besluit nam…of die gehoor gaf aan de oproep om te dienen.

Ik denk bijvoorbeeld aan André du Pon.
Hij zou vorig jaar als oudste veteraan naar Veteranendag komen, maar was helaas te ziek, en overleed kort daarna.
Meneer Du Pon heeft onder meer tijdens de Tweede Wereldoorlog gediend.
Hij werd uiteindelijk 105 jaar! Wat was zijn geheim? Daarover zei hij zelf: discipline; een streng dieet, én elke dag 1 glaasje kersenbrandewijn met 2 zoute koekjes.
Maar wat hem echt op de been hield, zei meneer Du Pon, was zijn vrijwilligerswerk. Iets doen voor een ander.

Dat vind ik mooi. Een leven lang dienen. Het geldt ook voor de veteranen wiens verhalen ik vandaag mag delen met u.
 

Allereerst is daar de heer Van Middelkoop, bijna 99 jaar.
Meneer van Middelkoop, u hebt gediend vanaf oktober 1939 tot en met juni 1940. U behoort tot de bijzondere groep mensen die zelf heeft ervaren hoe het voelde, toen we bang waren dat we nooit meer een vrij volk zouden zijn.
Op 19-jarige leeftijd trad u toe als Soldaat tot het Regiment Jagers.
U bewaakte vliegtuigen bij Vliegveld Waalhaven te Rotterdam. Daar stond u dan. Moederziel alleen, midden in de nacht met een geweer.
En toen – tijdens de eerste uren van de Duitse aanval op Nederlands grondgebied – zag u hoe het vliegveld werd gebombardeerd. Dikke rookpluimen stegen op vanuit de Waalhaven waar u had gestaan.
Die avond werd omgeroepen dat de Nederlandse soldaten zich moesten overgeven. 6 weken was u krijgsgevangene.
Voor uw inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog ontvangt u straks van vicepremier Hugo de Jonge het Mobilisatie-Oorlogskruis.
Dan richt ik mij nu tot de heer Van der Zwet, 98 jaar.
Meneer Van der Zwet, u werd als 18-jarige jongen opgeroepen in 1938. Na uw opleiding werd u als Soldaat ingelijfd bij het 4e Regiment Infanterie.
En u kunt zich die historische dag, 10 mei 1940, nog goed herinneren. De Duitse jachtvliegtuigen scheerden laag over de loopgraven waar u zich met uw kameraden bevond. Uw Regiment trok zich terug naar de Grebbelinie, waar u onder vuur kwam te liggen. Overal sloegen kogels in en ontploften artilleriegranaten. Om u heen sneuvelden kameraden.
Het waren twee dagen van hevige gevechten die u nooit zult vergeten.
Voor uw inzet zal ik u zo direct het Mobilisatie-Oorlogskruis uitreiken.
En dan de heer U-A-Sai, 94 jaar.
Meneer U-A-Sai, u hebt gediend in legergroen én marineblauw.
De dienstplicht was nog maar nét ingevoerd in uw geboorteland Suriname, toen u werd opgeroepen.
Na een jaar bij de Surinaamse schutterij, stapte u over naar de Nederlandse Marine. U zag namelijk een affiche hangen met de leuze: De Marine roept; Jongens van stavast. En u was zo’n jongen van stavast. U begon als Stoker Derde Klasse en voer in januari 1945 met de Van Kinsbergen naar Engeland.
Na de oorlog bleef u in dienst. U wilde, zoals dat bij de Marine heet, uw wereld vergroten. En zo geschiedde. U diende onder meer in Nederlands Nieuw-Guinea tussen 1957 en 1959.
Meer dan 35 jaar heeft u de krijgsmacht gediend, die u verliet als Adjudant, of Oppermachinist zoals het toen heette.
Het is daarom geheel terecht dat u van staatssecretaris Barbara Visser het Mobilisatie-Oorlogskruis ontvangt, en daarenboven ook het Nieuw-Guinea Herinneringskruis.
Ik zie dat u nog steeds een jongen van stavast bent… En ook uw zoon heeft het legergroen aangetrokken en is Luitenant-Kolonel bij de Koninklijke Landmacht; wat zult u trots zijn.
De 3 door mij net genoemde heren hebben lang geleden gediend, maar zij kunnen er nog over vertellen alsof het gisteren was.
Dat vind ik prachtig en inspirerend om te zien.
Vandaag krijgt u eindelijk de eer die u verdient.

Dit geldt ook voor onze 4e decorandus, de heer Vogels.
Meneer Vogels, u diende bij de Infanterie toen u in 1994 werd uitgezonden naar Srebrenica. Een zwarte pagina uit onze geschiedenis. U heeft de verschrikkingen met eigen ogen gezien.
Toen uw uitzending begon was u 20 jaar, Soldaat der Eerste Klasse.
Vlak na aankomst kwam uw groep terecht in een vuurgevecht.
U hebt door een mijnenveld gelopen terwijl de vijand links en rechts van u schoot, omdat zij u op een mijn wilden afsturen.
U hebt een pantservoertuig bewaakt dat beschoten werd, terwijl binnenin een Bosnische vrouw aan het bevallen was.
U hebt geholpen met het wegdragen van uw commandant, die op een mijn was gestapt en daarbij zijn linkerbeen verloor. Een beeld dat u nooit zult vergeten.
Meneer Vogels, uw verhaal grijpt mij naar de keel.
En ik denk dat ik niet de enige ben hier.
U bent meermaals door een hel gegaan. U heeft diepe wonden opgelopen die niet met het blote oog te zien zijn.
Nu staat u hier. En mag ik u toespreken. Ik vind dat een eer. Want ik bewonder uw veerkracht.
Die veerkracht zie ik ook in uw voormalig commandant Edwin de Wolf, onze ambassadeur voor Invictus Games 2020 hier in Den Haag. Hij heeft voor u het Draaginsigne Gewonden aangevraagd. Want hij kent uw pijn en is trots op u.
Meneer Vogels, vandaag ontvangt u van de Commandant der Strijdkrachten het Draaginsigne Gewonden.

Ik heb 4 verhalen met u gedeeld over inzet van mensen een tijd geleden. Soms duurt het namelijk een tijd om er achter te komen dat erkenning ontbreekt. En wonden – fysiek of mentaal – moeten soms helen voordat je het aan kunt om naar buiten te treden. Vanuit de grond van mijn hart verzeker ik u: de waardering is er niet minder om. En ik heb het eerder gezegd: behoefte aan erkenning en waardering verjaart niet.

Maar we doen natuurlijk ons best om die waardering zo snel mogelijk duidelijk te maken. Daarom staan hier vandaag bijna 80 militairen aangetreden die de Herinneringsmedaille Internationale Missies zullen ontvangen. U was recent in onder meer Jordanië, Libanon en Mali. Deden mee aan een VN-, NAVO- of multinationale operatie.
Sommigen waren voor het eerst op missie. Anderen zijn meermaals uitgezonden geweest. Eén iemand is zelfs al 13 keer uitgezonden!
Voor allemaal geldt: heel veel dank! Nederland is trots op u!
Vandaag staan hier ook 6 militaire tolken. U hebt uw talenten zo breed mogelijk ingezet voor onze krijgsmacht. En u verbreedt daarmee uw eigen horizon in meerdere opzichten.
Zoals een F-16 wapentechnicus die meermaals met de Koninklijke Marine is mee geweest; en een burgermedewerker die als reservisttolk meegaat met Special Forces. U verrijkt Defensie met uw kennis van talen als Frans, Arabisch en Somalisch.
U staat symbool voor de honderden tolken waar onze krijgsmacht op leunt. Toch wil ik u persoonlijk bedanken voordat u zo meteen de Tolkenpenning ontvangt. Beste Youssouf, Raphael, Mikael, Mohammed, Reda en Petra: dank u wel.
Mijn dank is ook groot als het gaat om het thuisfront. De partners, kinderen, familie en vrienden die altijd klaarstaan voor onze militairen.
Zij worden vandaag vertegenwoordigd door Ray.
Ray is de echtgenoot van Eerste Luitenant Maaike Hoogewoning, die als operatieassistent 4 keer is uitgezonden en onlangs de Witte Anjer-prijs heeft ontvangen vanwege haar inzet voor veteranen. Vicepremier Hugo de Jonge vertelde net al over haar in de Ridderzaal.
Ray heeft zijn vrouw Maaike ruimte en steun gegeven, zodat zij kon dienen bij de krijgsmacht. En daar ben ik heel blij mee, want vrouwen – daar hebben we er nog lang niet genoeg van!
Dit jaar vieren we 75 jaar vrouwen bij de Krijgsmacht. En daarmee vieren we dat onze krijgsmacht steeds sterker wordt. Wat is Maaike daar een mooi voorbeeld van! Want een diverse krijgsmacht is een sterke krijgsmacht. En of je nu man of vrouw bent, elke militair steunt op het thuisfront. Dus Ray, dank je wel voor je steun!
Zo dadelijk zal de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht jou de Zilveren Anjer opspelden, en je neemt deze in ontvangst namens het hele thuisfront. Ook jij staat symbool voor velen.
 

Geachte aanwezigen,

Als ik hier zo sta dan denk ik: ik kan niet vaak genoeg mijn dankbaarheid uitspreken.
Dank aan onze actieve militairen die beschermen wat ons dierbaar is.
Aan onze veteranen, want dankzij uw daden worden wij elke dag wakker als vrij mens in een veilig land.
Die 75 jaar vrijheid, die vieren wij door u.
Door uw inzet toen; door uw inzet nu.
Allen zo verschillend, en toch zo veel gemeen met elkaar.
En dat vieren we ook op deze Veteranendag.
Voor u allen dragen wij een Witte Anjer.

Wij gaan zo over tot de uitreiking aan deze groep bijzondere decorandi.
Mijn adjudant zal deze en verdere Voorleesbesluiten van de respectievelijke Ministeriële Beschikkingen uitspreken.
Maar zullen wij eerst nog alle veteranen voor wie wij vandaag de Witte Anjer dragen, een groot applaus geven?

Dank u wel.