Toespraak CDS Herdenkning Japanse Zeetransporten Bronbeek

Toespraak Commandant der Strijdkrachten, luitenant-admiraal Rob Bauer

Herdenking Japanse Zeetransporten

Bronbeek, 8 september 2018

Wij blijven getuigen.

Wat de zee ons nog altijd vertelt.

Wij mogen nooit buigen.

Voor onrecht en geweld.

Dames en heren,

Deze laatste woorden uit het mooie lied dat Wouter Muller zojuist heeft gespeeld, zijn tegelijkertijd ook de eerste woorden die ik tot u wil richten.

Want deze woorden vatten perfect samen waar de herdenking van de Japanse Zeetransporten over gaat.

Wij gedenken vandaag een donker, duister stuk van de geschiedenis. 

Wij gedenken gebeurtenissen die nog maar heel weinig mensen kunnen navertellen.

Gebeurtenissen die je – als je er eenmaal van weet – nooit meer loslaten. 

Omdat ze je rechtstreeks in je ziel raken. 

Het overdondert je. 

... Als je hoort over het kwaad waar mensen toe in staat zijn. 

... Als je hoort over de kracht die de krijgsgevangenen hebben opgebracht, om het leed te dragen dat hen werd aangedaan. 

In 3,5 jaar tijd hebben 185 Hell ships meer dan 100.000 krijgsgevangenen en Aziatische dwangarbeiders, de zogenaamde romoesja’s, vervoerd. 

Onder de krijgsgevangen waren Britten, Amerikanen, Australiërs en Nederlanders.

Voornamelijk militairen. En een klein aantal burgers. 

Meer dan 22.000 krijgsgevangenen en vele duizenden romoesja’s hebben deze transporten niet overleefd. 

Dit kwam vaak door de erbarmelijke omstandigheden aan boord. 

Het was een beestachtig leven, observeerde een soldaat in zijn dagboek. 

Maar hij kon het niet hardop zeggen… uit angst voor stokslagen.

De gevangenen waren zo dicht op elkaar gepakt, dat er nauwelijks ruimte was om te zitten of te liggen. 

Je kunt het je niet voorstellen... 

... Ondragelijke hitte.

... Nauwelijks kunnen ademen.

... Zoveel dorst hebben dat je niet eens het weinige voedsel kunt eten dat er is. 

... Ziekte die zich als wildvuur verspreidt. 

... Links en rechts zie je mannen die er fysiek of mentaal aan onderdoor gaan.

Het is niet te bevatten.

De term ‘helle-schepen’ zegt eigenlijk alles. 

Want naast de afschuwelijke omstandigheden aan boord, kregen de krijgsgevangenen met nóg een ander gevaar te maken.

Een gevaar dat nota bene van de geallieerden zelf kwam. 

De helle-schepen waren namelijk ook regelmatig het doelwit van bombardementen of aanvallen met torpedo’s. 

Met alle verschrikkelijke gevolgen van dien…

Vele krijgsgevangen gingen ten onder met het zinkende schip.

En diegenen die van boord kónden springen, stierven meestal in het water…

… door verdrinking …

… door uitputting … 

… of door de kogels van de Japanners…

Dit alles heeft zich afgespeeld tussen mei 1942 en augustus 1945.

Er is veel bekend over wat er in die jaren is gebeurd in Nederland en in Europa.

Via boeken, films en ook op school wordt dit meegegeven aan nieuwe generaties. 

Maar hoe kan het toch, dat we zó weinig weten over wat er zich die jaren in Zuidoost-Azië heeft afgespeeld? 

Hoe kan het, dat we zo weinig weten over wat onze eigen landgenoten daar hebben meegemaakt?

​Ik heb er persoonlijk pas voor het eerst van gehoord in 2000, toen ik met een Nederlands-Belgisch eskader ten zuiden van Sumatra voer. 

Wij voeren toen langs de plek waar de Junyo Maru en haar vele duizenden opvarenden ten onder zijn gegaan.

Daar hebben wij een ceremonie gehouden aan boord van de Hr.Ms. de Ruyter, waarbij wij ook een krans te water lieten. 

Daar waren 5 nabestaanden bij aanwezig. 

En het bijzondere is dat 1 van hen, de initiatiefneemster van die herdenking en de ontwerpster van het oorspronkelijke monument in Bronbeek, ook vandaag hier aanwezig is: 

Anneriet de Pijper. 

Vanaf toen dus wist ik van het bestaan van de helleschepen. 

En hoe meer ik er over hoor, hoe meer het mij verbaast dat dit zo’n onbekend stuk geschiedenis is. 

Er zijn nu nog maar weinig mensen die het kunnen navertellen…

Als ik dit zo zeg, klinken in mijn achterhoofd de woorden van Wim Kan, uit zijn conference van 1973. 

Velen van u zullen nog weten hoe Wim Kan met trillende stem zong (of eigenlijk sprak): 

‘Er leven haast geen mensen meer die het hebben meegemaakt.’

‘Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen.’

‘Die alles weten nog van toen.’

‘Wat hier gebeurd is, had nooit iemand kunnen voorspellen.’

Duizenden van onze landgenoten hebben de Japanse Zeetransporten meegemaakt. 

Een groot deel van hen heeft het niet overleefd... 

... Of is kort daarna alsnog overleden als gevolg van dwangarbeid. 

En van diegenen die wel naar Nederland zijn teruggekeerd, zijn er – voor zover wij nu weten – nog maar enige tientallen in leven. 

Ik vind het een grote eer – en dat zeg ik vanuit de grond van mijn hart – dat 3 van hen vandaag aanwezig zijn. 

De heer Willem Punt. 

De heer Dick Buchel van Steenbergen. 

En de heer Maurits Baal.

Alle drie helpen zij ons – op hun eigen manier – om kennis over deze donkere geschiedenis door te geven aan nieuwe generaties.

Willem Punt doet dat via het boek dat de vrouw van zijn kleinzoon (schoon-kleindochter) zo liefdevol over hem heeft geschreven. Daarin kan iedereen straks zijn indringende levensverhaal lezen.

Dick Buchel van Steenbergen doet dat door de diverse interviews die hij heeft afgegeven aan nationale en regionale media en aan het Veteraneninstituut. 

In die interviews vertelt hij hoe de gevangenen in het ruim werden gepropt, als sardienen in een blik. 

Angstig over wat komen zou.

Geen idee hebbend waar de reis precies naartoe zou gaan.

Of hoe lang dat zou duren…

En of ze het vol zouden houden…

Zijn manier om daarmee om te gaan, was om het gelaten over zich heen te laten komen. 

Bijna apathisch. 

Want hij wist dat als hij het echt tot zich liet doordringen, er geen redden meer aan was. 

En hij hééft het volgehouden. 

Hij werd uiteindelijk naar Nagasaki gebracht om te werken in de Mitsubishi-fabriek. 

Daar zag hij vervolgens hoe de atoombom in één klap de hele stad verwoestte. 

Het is onvoorstelbaar dat hij dat allemaal heeft overleefd en vandaag in ons midden is.

Maurits Baal heeft zijn geschiedenis rechtstreeks doorgegeven aan nieuwe generaties. 

Dat wil zeggen: aan zijn kinderen en kleinkinderen. 

(Waarvan vandaag zijn zoon, zijn schoondochter en zijn kleinzoon aanwezig zijn.)

Van zijn zoon heb ik gehoord dat het gezin zich vroeger op zondag verzamelde rond de radio (en later de tv), om samen te luisteren naar G.B.J. Hiltermann. 

En als Hiltermann dan weer de ‘Toestand in de wereld’ had besproken,  mondde het gesprek altijd uit in een verhaal over de oorlog. 

Eén van de meest aangrijpende verhalen die de heer Baal dan vertelde, is hoe hij aan boord van een hell ship te horen kreeg dat er een luchtaanval op handen was. 

Plotseling viel alles stil. 

De motoren stopten.

De lichten doofden. 

En even was er een ijzingwekkende stilte.

De opvarenden hoorden en zagen hoe de vliegtuigen overvlogen. 

En na wat een eeuwigheid leek, kregen zij van een luide, rustgevende stem het signaal dat ze gespaard waren gebleven… 

Die stem is hem altijd bijgebleven. 

De heer Baal heeft de verschrikkingen van de oorlog in vele gedaantes meegemaakt.

En heeft dat gelukkig een plek kunnen geven. 

Hij heeft erover kunnen praten. 

Niet iedereen kan of wil dat. 

Er is veel, heel veel onuitgesproken verdriet.

En daarom realiseer ik mij hoe kostbaar de woorden van deze drie mannen zijn. 

En hoe dankbaar wij moeten zijn dat zij vandaag de kracht hebben om bij ons te zijn. 

Er zullen altijd onbeantwoorde vragen blijven. 

Ons verleden zal nooit voltooid verleden tijd zijn.

Dus is het aan ons - de nieuwe generaties, de kinderen van de vrijheid - om ervoor te zorgen dat wij hun woorden doorgeven. 

Dat wij blijven vertellen aan elkaar, wat wij nog wel weten. 

Dát is de waarde van herdenken.  

En dat is ook een belangrijke functie van Bronbeek. 

Samen stil staan bij onze geschiedenis. 

En daar is alle reden toe. 

Want ook nu is er nog veel onrecht in de wereld. 

En zijn mensen in staat tot zinloze wreedheden. 

Ook nu kan vrede omslaan in oorlog. 

De mannen en vrouwen van onze krijgsmacht doen er iedere dag alles aan om daartegen te strijden. 

Om ons land te beschermen.

Om te beschermen wat ons dierbaar is.

En om vrede en veiligheid te brengen in gebieden waar men bijna geen hoop meer heeft.

Wij blijven getuigen.

Wat de zee ons nog altijd vertelt.

Wij mogen nooit buigen.

Voor onrecht en geweld.

In die woorden ligt alles besloten. 

Wij mogen dit nooit vergeten...

Dank u wel