Toespraak luitenant-admiraal Rob Bauer bij de Teampresentatie Invictus Games

Dames en heren,

mannen en vrouwen van het Nederlandse Invictus-team.

Wat een prachtig gezicht om jullie allemaal bij elkaar te zien. 

Wouter, Bart, Cela, Henry, Ronald, Jacco, Esther, Antonie,
Annelies, Marc, Alex, Jeroen, Stefan, Jelle, Jiry, Rick, Luuk,
Stephanie, Edwin, Jeffrey, Joyce, Edwin,  Alina en Rahmon.

Over 133 dagen is het zover.
En staan jullie in Sydney aan de start.
Waar jullie ons land met trots zullen vertegenwoordigen.
24 Nederlandse sporters. 24 helden.

Jullie hebben allemaal een eigen verhaal.
En je eigen reden om hieraan mee te doen.
Maar wat jullie bindt, is de sport.
Jullie drive.
En de steun die je aan elkaar hebt.
Jullie gaan dit mét elkaar doen.
Niet voor de medaille (hoewel dat stiekem best leuk zou zijn natuurlijk),
maar vooral voor de overwinning op jezelf.
Want jullie hebben allemaal met tegenslag en trauma te maken gekregen.
Ieder van jullie heeft ervaren dat zijn of haar leven is veranderd.
Vaak onomkeerbaar.
Dat je fysiek of mentaal niet meer bent zoals je was.

Maar jullie hebben de kracht gevonden om door te gaan.
Om jezelf opnieuw uit te vinden.

Dat maakt jullie nog grotere helden dan jullie al waren.
En dat maakt de Invictus Games ook zo bijzonder.

Deze spelen staan voor de kracht van de menselijke geest.
Voor de wil om door te gaan.
Ook – of misschien wel juist – bij zware tegenslag.
Daarom ben ik ook zo blij dat Nederland gastheer is van dit evenement in 2020.
Nederland heeft Invictus vanaf moment één gesteund en zal dat ook altijd blijven doen.

De Invictus Games zijn eigenlijk één groot kippenvel moment.
De sporters zijn geen concurrenten, maar helpen elkaar over de finishlijn.
En dan moet je soms behoorlijk wat drempels over.

Daarom is het goed dat er mensen in het team zitten,
die al eerder zijn geweest.
Want voor 14 van jullie is het de eerste keer.

Zoals bijvoorbeeld voor Annelies.
Zij was in 2008 de Press Information Officer van de missie in Afghanistan.
En maakte meer dan 20 raketinslagen mee.
Eentje zelfs - en gelukkig was dat een blindganger - op 3 meter afstand.

Bij ieder luchtalarm bracht Annelies de media in veiligheid en stond ze hun te woord.
En bij iedere raketinslag informeerde ze haar collega's in Nederland.
Om dat te doen, stopte ze haar emoties weg.
Om het overzicht te behouden.

Annelies stond meerdere keren op de ramp om afscheid te nemen van militairen die om het leven waren gekomen.
En dan bekroop haar het gevoel:
"Maar ik leef nog. Ik moet door."

En dat ging ze ook. Ze bleef rennen.
Als anderen niet meer konden, ging zij juist harder. Zelfs letterlijk.
Want ze heeft recent nog een marathon gelopen in Kenia, voor Unicef.

In Sydney gaat ze boogschieten.
Dan moet ze stil blijven staan.
Ze gaat daarmee werken aan haar onrust.
Door pijl voor pijl rustig te blijven.
En op één plek te staan.

En ze weet dat als ze het moeilijk heeft,
ze kan rekenen op de mensen om haar heen.

Net als Alexander, die straks voor de 100 meter sprint gaat.
En weet dat dat door zijn ziekte niet makkelijk zal zijn.
Maar ook weet dat hij dat niet alleen gaat doen.
Want er staat straks een heel team aan mensen om hem naar die finish toe te juichen.

En net als Ronald, die al eerder mee heeft gedaan aan de games.
Ook hij heeft ervaren hoe belangrijk kameraadschap is.
Ronald raakte tien jaar geleden ernstig gewond in Uruzgan.
Zo ernstig, dat hij drieënhalve maand kunstmatig in coma werd gehouden.

Toen hij wakker werd in het militair hospitaal in Utrecht,
zag hij zijn collega's Jaaike (die ook aan Invictus heeft meegedaan)
en Marc (die er dit jaar weer bij is!). 
Ook zij waren ernstig gewond geraakt.

Maar Marc zat alweer wheelies te doen met z'n rolstoel.
Ze vertelden hem dat hij door moest gaan.
En lieten hem zien wat er allemaal nog wél mogelijk was.

Die kracht.
Dát doorzettingsvermogen.
Daar neem ik als Commandant der Strijdkrachten mijn pet voor af.

Het is zoals Nick en Simon zongen bij de laatste open training:
 (geen zorgen, dat zal ik niet proberen na te doen)
“Jouw vredesideaal heeft je levensloop bepaald.
Maar weet wel wat een held, jij voorgoed voor ons bent.”

Jullie zijn wat mij betreft stuk voor stuk rolmodellen.
Een rolmodel is niet iemand die alles perfect doet.
Maar iemand die doorzet na tegenslag.
Anderen helpt.
En zichzelf ook laat helpen.

Jullie zijn rolmodellen, omdat jullie de kracht vinden om een negatieve ervaring in het verleden om te zetten naar een positieve kracht voor de toekomst.

Ik hoop dat jullie voorbeeld voor anderen een inspiratie is.
Voor al die mensen die straks zitten te kijken.
Mensen die misschien zelf zichtbare, of onzichtbare verwondingen hebben.
Dat zij door jullie kracht kunnen zien,
waar een mens toe in staat is. 

En verder wens ik jullie  – mede namens de minister – heeeel veel plezier toe!

En dat wens ik ook toe aan jullie familie en vrienden.
Ook voor hen is dit iets heel bijzonders.

Voor iedere militair geldt dat zij alleen kunnen doen wat zij doen,
omdat hun thuisfront dat mogelijk maakt.
Dat geldt voor een revalidatietraject des te meer.

Ik hoop dat jullie partners, familie en vrienden ook zullen ervaren hoeveel de Invictus Games kunnen betekenen voor het herstelproces.

Ik was diep geraakt, toen ik hoorde dat de dochter van één van jullie (Jacco) vorig jaar heeft gezegd: "Na Toronto, zag ik mijn vader weer."

Mooier dan dat, kan je de Invictus Games niet samenvatten.

Mannen en vrouwen,

Ik wens jullie namens de gehele krijgsmacht kracht en succes toe bij de voorbereidingen.

En ik verheug me nu al heel erg om jullie in Sydney aan te mogen moedigen.

Vanaf vandaag hebben we allemaal het Invictus-virus te pakken.

Jullie zijn onze helden.
Jullie zijn onoverwinnelijk!