Toespraak minister Ank Bijleveld tijdens een bijeenkomst over de Defensienota 2018

Toespraak minister Bijleveld-Schouten, symposium in samenwerking met de Atlantische Commissie.

“De Defensienota 2018: een nieuw perspectief voor de krijgsmacht”

Nieuwspoort, Den Haag, 15 januari 2018


Let op: alleen gesproken woord geldt!

Dames en heren,

Fijn dat u er bent. In zulke groten getale.

Ik zie dat er uit alle verschillende hoeken vertegenwoordigers aanwezig zijn.

Ik zie de wetenschap, het bedrijfsleven, de politiek, de jeugd en - om te voorkomen dat er fake news de wereld in komt - de journalistiek!

Ik ben blij dat wij vandaag met u over de toekomst van onze krijgsmacht kunnen spreken.

Deze bijeenkomst staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een reeks gesprekken, waarin de staatssecretaris, de secretaris-generaal, de Commandant der Strijdkrachten en ik met zoveel mogelijk mensen nadenken over de Defensienota.

In december hadden we een denktanksessie in Clingendael. Vorige week spraken wij met onze eigen medewerkers en met leden van de Eerste en Tweede Kamer. Volgende week spreken we met de bonden. En vandaag spreken wij met u.

Wij gaan het met u hebben over een nieuw perspectief.

Een nieuw perspectief voor een krijgsmacht waar jarenlang veel aan is gevraagd... en weinig aan is gegeven...

Een nieuw perspectief voor een krijgsmacht die alsmaar moest denken in termen van krimp…

In: "meer doen met minder"…

Een krijgsmacht die keihard gevochten heeft om ondanks die bezuinigingen haar taken goed te vervullen. En die gelukkig steeds in staat is geweest om indrukwekkende prestaties te leveren.

...maar een krijgsmacht die inmiddels ook zegt: de grens van wat wij kunnen, is bereikt. En eigenlijk soms zelfs al overschreden.

Dat kan zo niet langer. De tijd is aangebroken om niet alleen te stoppen met bezuinigen op Defensie, maar om weer te beginnen met investeren in Defensie.

Het Regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' biedt ons daarvoor een flinke steun in de rug. Defensie krijgt er tot wel 1,5 miljard euro extra bij per jaar.

Dat geeft ons ruimte. Niet alleen om de ergste gaten te dichten en acute problemen op te lossen. Maar ook om investeringen te doen. In onze mensen en in ons materieel.

En dat heeft Defensie keihard nodig.

Maar dat is niet de belangrijkste reden waarom we dit doen.

Het is vooral de internationale veiligheidssituatie die daar om vraagt.

De wereld is er de laatste jaren bepaald niet veiliger op geworden. Het algemene sentiment is: we worden omringd door chaos.

En in zekere zin klopt dat ook.

Het optreden van Rusland in Oekraïne en op de Krim… de ramp met de MH17… de vluchtelingencrisis… terroristische aanslagen… de opkomst van ISIS… de terugtrekkende bewegingen van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten…

In nauwelijks vier jaar tijd is de hele internationale veiligheidssituatie ingrijpend veranderd.

Het heeft er allemaal toe geleid dat de maatschappij en de politiek zich zijn gaan realiseren dat onze veiligheid geen vanzelfsprekendheid is. 

Dat onze veiligheid niet gratis is.

Dat je het niet voor lief mag nemen.

En dat je er alles aan moet doen om te zorgen dat je een krijgsmacht hebt die haar taken naar behoren kan vervullen.

Defensie heeft – als enige uitvoerende overheidsdienst  – een grondwettelijke taak.

En dat is niets voor niets…

Onze taken kan je als volgt samenvatten:

Defensie moet het Nederlandse grondgebied en dat van onze bondgenoten verdedigen;

de internationale rechtsorde beschermen en bevorderen;

en de Nederlandse civiele autoriteiten ondersteunen.


Op alle 3 die fronten wordt meer van ons gevraagd.

Om te beginnen, in ons eigen land. U zult ongetwijfeld de marechaussees hebben gezien voor de deur...

Defensie bewaakt en beveiligt steeds meer belangrijke gebouwen, terreinen en personen. Ook bewaakt zij onze buitengrenzen… onze vliegvelden… ons luchtruim… zeehavens… kustlijn...

Ze ruimt explosieven op.…

En dan heb ik het nog niet eens over de capaciteit die we nodig hebben om een natuurramp zoals op Sint Maarten op te vangen.
 

En ook door onze bondgenoten wordt steeds meer van ons gevraagd. 

Zo heeft de NAVO ons expliciet verzocht om sneller inzetbaar te zijn. En onze krijgsmacht de komende 15  jaar te versterken…

… voor EU-Defensiesamenwerking wordt er ook een steeds groter beroep op Nederland gedaan.

… vanuit de VN worden we steeds weer gevraagd om een actieve bijdrage aan vredesmissies. Zeker nu we in de VN-Veiligheidsraad zitten.

Wij zullen dus alles op alles moeten zetten om die taken goed te kunnen vervullen.


En dan rijst natuurlijk al vrij snel de vraag: is die 1,5 miljard extra dan genoeg?

Dat zal een aantal van u hier in het publiek zich wellicht ook afvragen: is het genoeg?

Ik kan daar heel helder in zijn. Wat mij betreft is het een goed begin. Het is genoeg om een start te maken.

En dat zeg ik niet alleen omdat ik van het slag mensen ben, die vindt dat het glas halfvol is.

Ik zeg dat omdat het ook echt zo is.

U moet zich realiseren: er is bijna drie decennia lang bezuinigd…

Ik heb hier een Defensienota van 1991 in mijn handen. Aan de kaft kunt u al zien hoe gedateerd dat is.
Het lettertype is nog net geen Comic Sans MS. En het was waarschijnlijk net te groot voor een floppydisk van 5 inch...

De titel van het stuk is: “Herstructurering en verkleining”. Het kondigt aan dat de defensie-uitgaven van 1992 tot en met 1994 met twee procent per jaar cumulatief worden verlaagd.

Ze spreken over besparingen, verkleiningen en de verkoop van overtollig materieel en infrastructuur.

En dan staat er op pagina 6: “Een en ander leidt bij de krijgsmacht onvermijdelijk tot een zeker kwaliteitsverlies.”
….

U moet dat alles in zijn tijd zien. Dat was toen en dit is nu.


Ik zeg dit alleen om u duidelijk te maken dat Defensie vanaf dát moment - begin jaren '90 - in de bezuinigingsmodus heeft gezeten.

Er kunnen nu pas eindelijk weer dingen worden opgebouwd. En dat gaat nou eenmaal langzamer dan dingen afbouwen of afstoten.

Je kan een militaire eenheid met een pennenstreek opheffen. Maar om een eenheid op te richten… om mensen te werven… en om ze op te leiden en te voorzien van het juiste materieel… zijn echt jaren nodig.

Misschien wel de grootste uitdaging voor Defensie voor de komende jaren is… hoe krijgen we meer mensen binnen? En hoe behouden we de mensen die we hebben?

De staatssecretaris is enorm hard bezig om hier creatieve oplossingen voor te vinden. Maar dat heeft tijd nodig.

Denken over Defensie is nu eenmaal een kwestie van denken in lange lijnen.

En dan is die 1,5 miljard zeker een goed begin. We zijn er nog lang niet, maar het glas is halfvol. 

Het gaat mij dus niet zo zeer om: “is het genoeg?”

Maar om:  “wat gaan we met dat geld doen?”

Het regeerakkoord maakt al duidelijk waaraan dit kabinet denkt: we gaan de krijgsmacht van moderner materieel voorzien en beter inzetbaar maken.

Bij de begrotingsbehandeling afgelopen najaar hebben we alvast 400 miljoen euro naar voren kunnen halen. Die gaan we bijvoorbeeld gebruiken voor het herstellen van de balans tussen de gevechtseenheden en de ondersteunende capaciteiten.

En zo gaan we stap voor stap de krijgsmacht versterken en moderner maken. We kunnen niet alles in één klap oplossen. We moeten realistisch blijven.

En we moeten keuzes maken.

We willen een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Daar kunnen we het snel over eens worden.

Als je ziet hoe snel de internationale veiligheidssituatie verandert en wat er allemaal wordt gevraagd van de krijgsmacht… kan je concluderen dat we alle  onderdelen van de huidige krijgsmacht nodig zullen hebben.  

Maar hoe veelzijdig willen we precies zijn? Welk profiel hebben we nodig? Want een veelzijdige krijgsmacht is nog geen alleskunner…  En wát we doen, willen we goed doen.

Dus zullen we keuzes moeten maken. En bij die keuzes kom je onvermijdelijk voor lastige dilemma’s te staan.

We gaan onze krijgsmachtsonderdelen versterken en vernieuwen. Maar in welke verhouding? Alleen praten in termen van herstel is wat mij betreft onvoldoende. Want dan blijf je alsnog achter de feiten aanlopen.

Vandaar dat we bijvoorbeeld extra gaan investeren in cyber. Maar hoe zorg je dat die cybercapaciteiten geïntegreerd worden in je operationele capaciteiten?

Er zijn ook andere vragen. Zoals: moeten we eigenlijk eigenaar zijn van al ons militaire vermogen? Of willen we het vooral kunnen gebruiken? Wat betekent het om een ‘adaptieve’ krijgsmacht te zijn?

En - een heel belangrijk punt - hoe verbeteren we de veiligheidscultuur bij Defensie?  Hoe zorgen wij ervoor dat er geen onverantwoorde risico's worden genomen? Dat misstanden worden gemeld EN aangepakt?

We willen dat die veiligheidsnormen en die sociale normen bij al onze mensen stevig tussen de oren zitten. In ons innerlijk moreel kompas. Innere Führung heet dat in mooi Duits. Maar hoe doe je dat?
 


Ik vrees dat u bedrogen uit komt als u had verwacht dat ik u hier vandaag op al deze vragen een antwoord kon presenteren.

Een aantal van die vragen zullen wij beantwoorden in de Defensienota die dit kwartaal zal verschijnen.

En een aantal vragen zullen meer tijd vergen dan dat.

Maar ik wil u vandaag wel drie dingen meegeven die naar mijn idee hoe dan ook moeten gebeuren.

De eerste is dat we in lange lijnen moeten denken.

Defensie werkt met systemen die lang mee moeten gaan. Soms wel dertig jaar. Of langer.

Wat we vandaag beslissen, raakt de krijgsmacht van 2050.

Dat verhoudt zich eigenlijk niet met financiële kaders die voor vier jaar gelden.

Het gaat erom: wat kan je op de plank brengen voor dat geld? Doen we wat er nodig is om veilig te blijven?

Lange lijnen dus. Dat is één. Het tweede is dat we eerlijk moeten zijn over wat niet kan.

Ik schaar mij volledig achter wat de Commandant der Strijdkrachten hier tijdens zijn commando-aanvaarding over heeft gezegd. Nee is ook een antwoord. Wij zullen het nadrukkelijk zeggen als een opdracht niet uitvoerbaar is.

Het derde punt is: samenwerking. In ieder geval binnen de Navo en de EU. Wij hebben hier de afgelopen jaren samen met de Belgen, Duitsers en de Noren een voortrekkersrol in vervuld. Daar moeten we vooral mee doorgaan. Er zijn nog teveel barrières in Europa. Fysiek en procedureel. En dat maakt militair transport een drama...

Ook in ons eigen land  gaan we samenwerken. Met de wetenschap, het bedrijfsleven en andere overheden. Dat is op zich niets nieuws, dat realiseer ik me. Maar wij zullen dit in de toekomst nóg intensiever moeten doen.

Wij hebben dat nodig om bij te blijven met wat er verandert in onze maatschappij, in de technologie en in de internationale verhoudingen.

Kort samengevat:

we gaan in lange lijnen denken

nee zeggen als het niet uitvoerbaar is

en vooral veel – heel veel samenwerken met anderen.
 

Dames en heren,

Ik was 1,5 week geleden in Jordanië. En ik heb daar weer gezien hoe bijzonder het werk is wat onze militairen doen.

En hoe indrukwekkend het is.

Er was daar op woensdag een detachement aangekomen. En op vrijdag hadden ze er al voor gezorgd dat er twee F16’s ready for take off waren.

Ik sta daar als minister dan vol trots naar te kijken.

En ik weet dat dat bijzondere werk steeds belangrijker wordt.

Ik voel het als een zware verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat onze militairen dat werk goed kunnen doen. Zonder onnodige risico's. Met de goede spullen.
 
Dat is geen vanzelfsprekendheid. Daarvoor zijn investeringen nodig.

Die investeringen gaan wij doen. En daarmee geven wij aan Defensie een nieuw perspectief.

We gaan een krimpende organisatie veranderen in een organisatie die weer groeit, en waar mensen graag willen werken.

Een sterke organisatie, waar Nederland op kan rekenen.

Ik zie er naar uit om vandaag van een aantal van u te horen hoe u hier tegenaan kijkt.

Want zoals gezegd: wij kunnen en gaan dit niet alleen doen.

Dank u wel.