Bijleveld: ‘Dutchbatters verdienen respect voor onmogelijke positie’

Hoe het gaat nu met Dutchbat III-veteranen en hun thuisfront? Om deze vraag draaide het onderzoek Focus op Dutchbat III dat ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum vandaag presenteerde. Ook zijn de huidige wensen en behoeften in kaart gebracht op het gebied van zorg, erkenning en waardering. Bij de veteranen staat voorop dat het ‘echte verhaal’ moet worden verteld.
 

Aansluitend aan de presentatie, overhandigde de onafhankelijke begeleidingscommissie Dutchbat III aanbevelingen aan minister Ank Bijleveld-Schouten. Die gaan voor een deel specifiek over Dutchbat III-veteranen. Zo pleitte voorzitter Hans Borstlap voor een terugkeerreis en een collectief gebaar: “Een verklaring van het ministerie van Defensie en van de regering èn een symbolisch bedrag voor alle Dutchbat III-veteranen.”

Minister Bijleveld bedankte de betrokkenen van harte voor het grondige onderzoek en zei positief te staan tegenover de aanbevelingen. “Ik ga het rapport en de aanbevelingen bestuderen en kom begin 2021 met een reactie. Dan kan ik ook melden wat het vervolg zal zijn op de aanbevelingen.”

Andere aanbevelingen gelden voor alle missies en veteranen. Zo worden regering en parlement opgeroepen om een te rooskleurige voorstelling van zaken te vermijden bij de besluitvorming over missies. Borstlap: “Wees realistisch over de omstandigheden, de risico’s en gevaren.”

Sta voor je personeel

Ook ging Borstlap in op het belang van communicatie vanuit Defensie ‘die recht doet aan de gebeurtenissen en daarmee aan Dutchbat III’. Daaraan ontbreekt het in de ogen van veel Dutchbat III-veteranen. Borstlap: “Sta als ministerie voor je personeel. In het bijzonder wanneer er aantoonbare onjuistheden over hun functioneren in de media naar voren komen en weerspreek die.”

Ervaringen veteranen centraal

Centraal in het onderzoek staat het perspectief van de veteranen. Dus de ervaringen van de mensen die in 1995 tijdens de val van de enclave in Srebrenica, Potocari, Simin Han, Zagreb of elders waren. De bereidheid om mee te werken was groot. De vragenlijst is door 430 veteranen (56%) ingevuld.

Bijleveld: “Ik heb veel van deze veteranen persoonlijk mogen spreken. Hierdoor weet ik dat de ervaringen nog diep geworteld zitten. Een deel van hen worstelt tot op de dag van vandaag met de verschrikkingen van toen. De resultaten van dit onderzoek bevestigen dat.”

Professor dr. Miranda Olff overhandigt minister Bijleveld het onderzoeksrapport.
Hoofdonderzoeker professor dr. Miranda Olff van ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum overhandigt minister Bijleveld het onderzoeksrapport.

Resultaten

1 op de 3 veteranen heeft een actuele behoefte aan zorg of ondersteuning die niet altijd wordt beantwoord. Het gaat dan vooral om zorg of ondersteuning bij het psychisch en lichamelijk functioneren en financiële ondersteuning.

De meeste veteranen (55%) kijken met gemengde gevoelens terug op hun uitzending. Als positieve ervaringen noemen zij de kameraadschap en de opgedane levenservaring. Als negatief ervaren zij vooral het beperkte mandaat van de missie, het gebrek aan steun en nazorg, de negatieve media-aandacht en het ontbreken van waardering. Ze hebben het gevoel in de steek te zijn gelaten door het ministerie van Defensie en de Verenigde Naties.

‘Echte verhaal’ moet worden verteld

De meeste veteranen geven aan dat erkenning en waardering hen zou helpen. Ook nu nog, 25 jaar na de missie. Bij de veteranen staat voorop dat het ‘echte verhaal’ moet worden verteld. De documentaire van Coen Verbraak van dit jaar wordt wat dit laatste betreft door veel Dutchbat III-veteranen gezien als een welkome uitzondering.