Defensie start vervanging luchtverdediging middellange afstand

Defensie start dit jaar met het project Vervanging Medium Range Air Defence (MRAD). Het gaat om de vervanging van de huidige luchtverdedigingsraketten en lanceerinstallaties voor de middellange afstand (tot 50 kilometer). Het 1e nieuwe materieel van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando wordt vanaf medio 2025 verwacht. Staatssecretaris Barbara Visser informeerde de Kamer gisteren over dit voornemen.

Een AMRAAM-lanceerinstallatie opgesteld onder een sterrenhemel op de Langevelderslag in Noordwijk tijdens de Nuclear Security Summit, 2014.
Tijdens de Nuclear Security Summit in 2014 stonden in en om Den Haag 4 NASAM-lanceerinstallaties opgesteld.

MRAD heeft een essentiële rol in de grondgebonden luchtverdediging en daarmee de bescherming van eenheden, objecten en gebieden. Het beschermt tegen aanvallen van vliegtuigen, helikopters, grote unmanned aircraft systems (UAS) en kruisvluchtwapens. De technische ontwikkeling en verspreiding hiervan neemt snel toe. Dit in combinatie met de ontwikkeling van de wereldwijde veiligheidssituatie maakt dat het belang van MRAD alleen maar toeneemt.

De huidige capaciteit bestaat uit het NASAMS-2 (Norwegian advanced surface to air missile system II) en de AIM-120B AMRAAM (advanced medium range air to air missile). Zowel de raketten als de lanceerinstallatie bereiken tussen 2023 en 2025 het einde van hun technische levensduur.

Een AIM-120B AMRAAM verlaat de lanceerinstallatie tijdens een live fire-oefening op Kreta in 2015.
Een AIM-120B AMRAAM verlaat de lanceerinstallatie tijdens een live fire-oefening op Kreta in 2015.

Eisen

Om relevant te blijven moet de nieuwe capaciteit kleinere en snellere doelen op een grotere afstand kunnen onderscheppen. Daarnaast moet het nieuwe systeem mobieler, flexibeler en sneller zijn. De betere mobiliteit van de lanceerinstallatie wordt geregeld vanuit het nu lopende programma Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen. Het nieuwe systeem moet het liefst door minder mensen zijn te bedienen én beschermd zijn tegen cyberdreiging en elektronische oorlogvoering.

Het project voorziet niet alleen in lanceerinstallaties en raketten, maar ook in opleidings- en trainingsmiddelen en de integratie in het huidige Army Ground Based Air Defence System. Defensie kijkt voor dit project naar samenwerking tussen publieke en private partijen, zowel nationaal als internationaal. Er wordt uitgegaan van zogenoemde military off the shelf-producten. Dit zijn bestaande, beproefde middelen waarbij de risico’s laag zijn.

Met het project is tussen de 100 miljoen en 250 miljoen gemoeid.